Sociale geschiedenis | Modjokerto Mojokerto: een Javaanse provinciestad in de “grote geschiedenis” (2)

Humphrey de la Croix

In mijn eerste artikel uit deze meerdelige reeks over mijn geboortestad Modjokerto, ben ik ver terug gegaan in de tijd. Wél zo’n miljoen jaar geleden naar de nieuwe steentijd of Neolithicum waarvan de fossiele resten van het Modjokerto-kind het bewijs waren dat er in mijn geboortestreek al voorlopers van de mens rondliepen.
In dit tweede artikel maak ik een sprong naar de negentiende eeuw. De regio’s in Indië die onder controle van de Nederlanders staan, worden uitgebreid met de nog niet bedwongen vorstendommen. Met deze zogeheten ‘pacificatie’ wordt in de negentiende eeuw het gebied tot een bestuurlijke eenheid gevormd die we nu kennen als de soevereine staat en natie Indonesië.

van_hoevell

Olieverfschilderij van W.R. baron van Höevell. Afgebeeld met het Tijdschrift van Nederlandsch-Indië jaargang 1853.
Bron: http://www.geheugenvannederland.nl/?/
en/items/KIT01xxCOLONxx71747

De negentiende eeuw
Ds W.R. van Höevell (1812-1879) was een predikant, politicus en een (toen nog zeldzame)  kenner van Nederlands-Indië. Hij was van 1849-1879 lid van achtereenvolgens de Tweede Kamer en de Raad van State. Van Höevell was oprichter van het ‘Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië’ waarvan hij tussen 1841 en 1863 hoofdredacteur is geweest. Van Höevell had veel oog voor de inheemse bevolking die leed onder het in 1840 ingestelde Cultuurstelsel dat de bevolking extra en onbetaald dwong plantagegewassen als suiker en te produceren voor het Nederlandse gouvernement. De kennis van Java kreeg Van Höevell door studie en een rondreis die hij maakte midden in het jaar 1847. 1)
In zijn boek schrijft hij over Modjokerto:

Na nog een’ paal of drie langs de oevers der prachtige rivier van Kediri gereden te hebben, kwamen wij aan den dalam van den Regent van Modjokerto, een man van hoogen ouderdom, maar nog vlug, sterk en gezond, en nog in staat om veertig palen ver te paard te rijden, zonder zich te vermoeijen. Modjokerto, de hoofdplaats van het regentschap van dien naam, is eene rijk bevolkte negerie, vooral welvarend en levendig door de vele daartoe behoorende suikerfabrijken. De Christen-gemeente wordt er twee- of driemaal ‘sjaars door de Predikanten van Soerabaja bezocht; de Christen-kinderen groeijen er op zonder eenig onderwijs.

De inlandsche bevolking is er, wat haren zedelijken, geestelijken en godsdienstigen toestand betreft, gelijk bijna overal elders op Java, en wat hare stoffelijke belangen aangaat, door de suiker- en rijstkultuur in de laatste jaren veel gelukkiger: een bewijs, dat hier het kultuurstelsel op betere grondslagen rust en eene naauwkeuriger statistische kennis tot leiddraad heeft, dan in vele andere streken van het eiland.

De naam van Modjokerto draagt het regentschap nog slechts sedert eenige jaren. In de vroegste tijden heette deze landstreek Hono-Serojo. Maar toen, na den val van Modjopahit, de nieuwe beheerscher van het land, de Sulthan van Demak, al de Regenten van zijn gebied opriep, om aan het inrigten en opbouwen der nieuwe hoofdplaats aldaar te arbeiden, trachtte de Regent van Hono-Serojo dit bevel onder allerlei voorwendsels te ontduiken. De Sulthan, daarover in regtmatigen toorn ontstoken, wilde de trage en weerspannige landstreek met eeuwige schande brandmerken, en gaf haar daarom den naam van Djapan, hetwelk hetzelfde beteekent als atapan, namelijk traag, lui. Mogt u dit verhaal niet zeer geloofwaardig voorkomen, werp dan de schuld niet op mij, maar op den Regent, die het mij heeft medegedeeld. Zeker is het, dat voor eenige jaren de bevolking, de schande van den naam, dien haar land droeg, mede, haar verlangen heeft te kennen gegeven, om dien te veranderen. Het Gouvernement heeft, bij Besluit van den 12den September 1838, No. 14, daaraan voldaan, en het regentschap toen genoemd: “Modjokerto.” Het eerste woord modjo is de naam der bekende vrucht, die ook aan Modjopahit en zoo vele andere plaatsen den naam heeft gegeven, en kerto beteekent: glinsterend, schitterend. 2)

Het koloniale duale bestuursstelsel: Modjokerto is een assistent-residentie en inheems regentschap
raa-aersadan_bupati_modjok_1866-1894In de negentiende eeuw was Modjokerto zowel de naam van het bestuurlijk gezien  inheemse regentschap als ook van de hoofdstad ervan. In de Nederlandse administratieve indeling was het regentschap een assistent-residentie. Dit zogeheten duaal bestuur, bestaande uit een Nederlandse  en een inheemse laag, was op papier gebaseerd op gelijkwaardigheid. In werkelijkheid waren de Nederlandse bestuurders hiërarchisch dominant.  De regent (bupati) had veel feitelijke macht verloren maar mocht zijn gezag bij de inheemse bevolking behouden. Deze zag de regent als hun natuurlijke heerser. De Nederlanders hoefden zo niet direct hun gezag te laten gelden, wat immers door hun geringe aantal niet te realiseren was. Omdat de macht van de regent door zijn constante financiële nood ook nog eens verzwakt was, konden ze via hem toch een stevige grip op de onderhorige gebieden hebben. De Nederlandse bestuurders stonden hem vaak met geld bij of lieten toe dat hij een extra aandeel kreeg uit de verdiensten van de bevolking. Dat ging niet zelden gepaard met misbruik van de zogenaamde herendiensten die de ze voor de regent volgens de adat of volksrecht, moest verrichten.
In het regentschap Modjokerto had de bupati als zijn Nederlandse ‘tegenhanger’ een assistent-resident. Deze was de hoogste gezagsdrager in het district en hij viel op zijn beurt onder de resident van Soerabaja. De assistent-resident was altijd een (Indo-) Europeaan. 3)

Personeel_regent_Modjokerto

17 augustus 1904. Personeel in dienst van de regent van Modjokerto. Foto van M.L. Treub
Collectie KITLV

Het duale regime was zowel slim als een noodzaak. Ten eerste waren er gewoonweg te weinig Nederlanders om de kolonie tot op lokaal niveau zelf te besturen. In de tweede plaats was het effectief om de aloude traditionele adellijke machthebbers (de priyayi-klasse) het gezag te laten houden over hun inheemse onderdanen. De regent en zijn ambtenaren kenden het volksrecht of adat, en de gevoeligheden bij de mensen wanneer tegen dat recht werd ingegaan. De Javaan gehoorzaamde wel de Nederlanders maar het gezag van hun eigen regenten zagen ze als de enige door God gezonden autoriteit.
Constant beducht voor onrust onder de ‘inlanders’ lieten de Nederlanders het dagelijks besturen van de bevolking over aan de regenten. Het betekende niet dat de Nederlanders niets deden wat tegen de adat inging. In het Cultuurstelsel hebben ze de gedwongen adatrechtelijke herendiensten (bepaald aantal dagen verplichte arbeid voor de regent) dusdanig opgerekt, dat van eerbiediging van het volksrecht geen sprake was. De feitelijke traditionele, feodale macht van de regent was strijdig met de moderne Nederlandse politieke en bestuurlijke uitgangspunten waarin de invloed van de samenleving groter was en noodzakelijk om zich sociaal-economisch en cultureel te ontwikkelen. Dat in standhouden van de regentenmacht was echter onmisbaar om de grip op de kolonie te behouden. Opmerkelijk is dat er toch weinig of geen protesten kwamen vanuit de bevolking. Althans voor zover ik kon zien niet in Modjokerto en omgeving. 4)

Europeanen in Modjokerto
In de eerste helft van de negentiende eeuw begon de ontsluiting van de binnenlanden van de kolonie. Koning Willem I ambieerde de vorst te worden van een sterke, nieuwe mogendheid. Hij wilde dat bereiken door naast voortzetting van de specerijenhandel de overige rijkdommen van de kolonie te exploiteren. Op zijn initiatief werd in 1824 de Nederlandsche Handels Maatschappij (NHM) opgericht. Dat vennootschap had als doel de handel en scheepvaart te bevorderen en in het bijzonder die tussen Indië en het moederland. De kolonie moest geen geld kosten maar juist meer verdiensten opbrengen. Dat betekende grondstoffen winnen, lucratieve gewassen verbouwen en nieuwe afzetmarkten zoeken voor producten van de jonge Nederlandse industrie. 5)
Deze verdergaande bemoeienis van het moederland met de kolonie zorgde voor een dieper binnendringen in voorheen semi-zelfstandige inheemse vorstendommen en hun interne aangelegenheden. In de praktijk verschenen regionaal naast  ondernemingen  bestuursambtenaren, politie en militairen die de veiligheid. Deze nieuwkomers waren belast met de inning van belastingen, handhaving van aan de bevolking opgelegde arbeidsdiensten en het waarborgen van de veiligheid.
Zoals hierboven al gezegd: Modjokerto was niet groot genoeg om een residentie te zijn, wél een assistent-residentie met als zijn inheemse tegenhanger de regent. Dat bestuursmodel zou blijven bestaan tot de Tweede Wereldoorlog. De Republik Indonesia heeft het regentschap (kabupaten) als bestuurlijke vorm tot op heden in stand gehouden. Alleen worden regenten nu niet alleen meer uit de oude, adellijke regentenfamilies gerecruteerd. 6)

In de negentiende eeuw waren banen in het hogere bestuur voorbehouden aan leden van de betere en bekende families. Een voorbeeld is August Derk Daendels (1803-1853) die assistent-resident van Modjokerto was van 18 tot zijn dood in 1853 . Hij was een zoon van Herman Willem Daendels (1762-1818), gouverneur van Indië van 1807 tot 1810. In de Indische context vooral bekend als de inititatiefnemer van de Grote Postweg die voor het eerst het westen en oosten van Java direct met elkaar verbond. Deze aan veel mensen kostende aanleg betekende een sprong voorwaarts in het beheren en beheersen van het hoofdeiland van de kolonie. Transport kostte minder tijd en daardoor minder geld. Ook kon het Gouvernement voortaan troepen sneller verplaatsen om lokale onrust te bestrijden. 7)

SF Kepaten

De bibitloods van de suikerfabriek Kepaten te Modjokerto
Foto: Collectie KITLV Leiden

De rivier Brantas en ontwikkeling van een Oost-Javaanse exportlandbouw
De laagvlakte gelegen in de driehoek Madioenn, Kediri en Modjokerto is een zeer vruchtbare streek waar in de negentiende eeuw een bloeiende plantagelandbouw ontstond met in het bijzonder de verbouw van rietsuiker. De rivier Brantas met zijn stroomgebied van 11.000 vierkante kilometer zorgt voor de bevloeiing van de plantages en de aanvoer van mineraalrijke bodemafzettingen.

Brantas_Modjokerto 1880

Ongeveer in 1880: de rivier Brantas, boten leggen aan bij Modjokerto.
Foto: Collectie KITLV http://media-kitlv.nl/all-media/indeling/detail/start/214?f_trefwoord%5B0%5D=Mojokerto

Door de ontsluiting kreeg de regio Modjokerto ook te maken met direct Nederlands gezag. Het gebied bezat door de rivier Brantas een zeer vruchtbare bodem, die geschikt was voor grootschalige plantagelandbouw. Na de afschaffing van het staatsgeleide Cultuurstelsel in 1860 was de weg vrijgemaakt voor het private bedrijfsleven. De streek rond de stad Modjokerto zou een van de grootste suikerproducenten van Indië worden. 8)

Suikerbaronnen en multinationals
Modjokerto had in die periode van hoogconjunctuur vanaf 1870    tot aan de Eerste Wereldoorlog zijn eigen “suikerbaronnen”. Een bekende familie was Eschauzier die al decennia cultuurmaatschappijen in Nederlands-Indië bezat. In de regio Modjokerto waren dat de  in 1887 door Gerard Joachim Eschauzier (1820-1907) opgerichte Maatschappij tot Exploitatie van de Suikerondernemingen Sentanen Lor te Brangkal en Dinoyo. Na de Japanse bezetting zou de Republik Indonesia van Soekarno de beide complexen als opvangkamp gebruiken om Nederlanders en Indo-Europeanen te beschermen tegen extremistische, jonge nationalistische groeperingen. 9)

Anders dan tegenwoordig waren veel grote ondernemingen vroeger zelfvoorzienend wat betreft o.a. fabricage van faciliteiten en huisvesting en ontspanning van personeel. Zo had de onderneming Ketanen een eigen sociëteit, kliniek sportvoorzieningen als een tennisbaan en dienstwoningen.

tennisbaan ketanen 1914

Rond 1915. Sociëteit en tennisbaan op suikeronderneming Ketanen bij Modjokerto
Foto: Collectie KITLV

In Modjokerto gaven suikerondernemingen in 1907 financiële bijdragen aan de bouw van de nieuwe sociëteit De Concorde en hebben zo een flink aandeel gehad in de ontwikkeling van de stad. Ook gaven ze geld voor sociale en culturele evenementen voor de Europese gemeenschap. In hoeverre stadsbestuur en het bedrijfsleven met elkaar waren verweven, is niet te bepalen aan de hand van geschreven informatie. Evenmin is nader te bepalen in welke mate de bedrijven de regenten konden beïnvloeden zodat bijvoorbeeld de lokale arbeidskracht extra kon worden ingezet. 

polikliniek en watertoren Ketanen

1927. Polikliniek met watertoren op het terrein van Suikerfabriek “Ketanen” bij Modjokerto
Foto: Collectie Elsevier. Fotograaf: De Graaf

Modjokerto van dorps stadje naar bestuurlijk en economisch centrum
In de periode van 1880 tot 1930 verdubbelde het aantal Europeanen op Java van 41.382 tot 75.833. De stad kreeg door meer bedrijvigheid te maken met meer (Indo-)Europeanen. De veelvoorkomende lintbebouwing zoals te zien in heel Java, zou uitgroeien tot een echte “vlek” met moderne eigenschappen als grotere bevolkingsdichtheid, nieuwe economische activiteiten en als een bestuurlijk centrum met meer ambtenaren. Concreet verschenen er naast de kleinschalige inheemse huizen (vaak van bamboe), toko’s en pasars Europese (stenen) gebouwen en voorzieningen als kantoren, een sociëteit, theater en sportfaciliteiten voor de nieuwkomers met hun Europese levensstijl.
Na een halve eeuw is in 1900 de ‘driehoek’ Madioen, Kediri en Modjokerto, een van de grootste suikerproducerende regio’s van Nederlands-Indië. De meeste (Indo-)Europeanen die niet bij het binnenlands bestuur werken, zijn in dienst van de  suikerfabrieken, – plantages, bedrijven die daarmee zaken doen en er van afhankelijk zijn. Daarnaast waren er werkgevers als de Modjokerto Stoomtram Maatschappij.  Enkele bekende fabrieken waren Dinojo, Perning, Ketanen, Kepaten en Sentanen Lor.  In zijn voorstelling ‘Daar werd wat groots verricht’ laat acteur Diederik van Vleuten de zoektocht naar zijn familiegeschiedenis beginnen met verwijzing naar Perning, waar zijn grootvader werkzaam was als administrateur, tegenwoordig directeur of manager. Van de  onderneming zijn nu geen restanten meer terug te vinden in Mojokerto.

SF Ketanen wagens

April 1916. Wagens met suikerriet bij het spooremplacement van suikerfabriek Kepaten te Modjokerto
Bron: collectie KITLV (fotograaf: niet bekend)

Indo-Europeanen
Expliciet over Indo-Europeanen in die periode in de Modjokerto-regio zijn er weinig “panklare” teksten te vinden in de door mij geraadpleegde bronnen. Wel zijn er in vele stambomen verwijzingen naar mensen die in Modjokerto zijn geboren, zich er hebben gevestigd of zijn overleden. Indirect is het via afzonderlijke familiegeschiedenissen mogelijk het leven van Indo’s als groep in Modjokerto naar boven te halen. In ieder geval is er veel stamboomonderzoek gedaan en is er dus al informatie om te starten. Ik hoop dat er mensen zijn met wortels in of connecties met Modjokerto, die deze geschiedenissen helpen ontsluiten. Al begrijp ik dat nagezocht moet worden of er over de stad in de negentiende eeuw veel schriftelijke bronnen bestaan die een beeld kunnen geven van hoe het leven er toen was.
Hoeveel Indo’s er in de negentiende eeuw in de stad hebben gewoond heb ik in mijn beperkte onderzoek niet kunnen vaststellen. Afgaand op de numerieke verhoudingen binnen de groep van Europeanen in het algemeen, zouden het er twee/drie keer zoveel zijn geweest als totoks, blanke Europeanen.
Later, in 1930 omvat het aantal Europeanen 3,8% van de bevolking van Modjokerto. Als absoluut aantal was dat op het totaal van 28.600 inwoners volgens de volkstelling: 1.086 (inclusief Indo-Europeanen). Globaal was het aantal Indo’s gemiddeld 2,5 x het aantal totoks zodat er rond 1930 ongeveer 775 Indo’s en 311 totoks hebben gewoond. Ter vergelijking bedroeg het aantal Chinezen 2.608 (11,1%). 
In 1905 telde Modjokerto een totale bevolking van 13.000 zielen. Uitgaande van de hierboven genoemde 3,8% uit 1930 zouden er daarvan 494 Europeaan zijn. Het aantal Indo’s in 1905 kan dan geweest zijn 197. Voor de tweede helft van de negentiende eeuw is een geschat aantal Europeanen lager dan 494 reëel.  Uitgaand van mijn ‘natte vingerrekenwerk’ gaat het om enkele honderden personen. 10)

Huwelijksportret__Idzert_Jacobus_Johan_en_Margot_D÷derlein_de_Win_met_familie_in_Modjokerto

24 maart 1906: Indo-leven in Modjokerto. Huwelijksportret van Idzert Jacobus Johan en Margot Döderlein de Win met familie in Modjokerto.
Idzert was op 26 mrt 1872 geboren in Modjokerto en werkte alstuinemployé bij de suikerfabriek Ngelom te Djombang. Hij overleed op 30 september 1933 in Soerbaja
Foto: collectie KITLV

1900: Modjokerto op het breukvlak van twee eeuwen
Rond de vorige eeuwwisseling heeft moederland Nederland de onderwerping van de gehele archipel voltooid én de kolonie verder geëxploiteerd. In de tweede helft van de negentiende eeuw is vooral de uitbreiding van de grootschalige, plantagelandbouw tot stand gekomen. De ontwikkeling van machines heeft die landbouw in hoge mate gerationaliseerd door het bewerkingsproces (riet wordt kristalsuiker) en het transport (smalspoorbanen en overslag via het railnet van Java) doelmatig en grootschalig te maken. Vauit de suikerregio ging het over weg en spoor naar de havens van onder andere Soerabaja en van daaruit zorgden stoomschepen voor de aansluiting op de overzeese markten.
We zijn ons in onze tegenwoordige tijd ervan bewust dat ook een willekeurige provinciestad in ons land deel uitmaakt van een wereldwijd systeem van communicatie en handelsconnecties. De meeste bewoners van “ons” Modjokerto anno 1900 zullen dat tijdens hun dagelijkse zware arbeid in de suiker niet zo hebben beleefd. De Europeanen aan de andere kant zagen hun aanwezigheid in het bredere Nederlandse en wereldperspectief. De producten van Indië die de wereld overgingen vormden hun inkomen. Wat ze minsten ook konden weten was dat die productie goedkoper was door de lage lonen in de kolonie.
Objectief gezien raakte de stad wel degelijk verbonden met de mondiale economische trends. In 1929 met de Grote depressie zou dat voor velen direct voelbaar worden in het dagelijks leven. Zover was het in 1900 niet. Integendeel, ruim 100 suikerondernemingen telde de streek rond Modjokerto, die als welvarend kon worden aangemerkt. Het aantal inwoners was gegroeid, de stad groter geworden en lag als een vlek in de Brantasvallei in plaats van als de in oorsprong langwerpige lintbebouwing. Het Indisch Bouwkundig Tijdschrift stelt met genoegen in 1907 vast dat:

“Den laatsten lijd gaat de hoofdplaats Modjokerto er als stad op vooruit. Voortdurend verrijzen er nieuwe woonhuizen en de berichten, dat nog meer gebouwen zullen worden gebouwd, wijzen er op, dat daar ter stede de bouwlust nog lang niet is uitgedoofd.”
11)

Zo’n ontwikkeling was in geheel Indië te zien rond de vorige eeuwwisseling. Daarbij probeerde de overheid een sterke, sturende rol te spelen. Het Nederlands bestuur introduceerde geheel in de geest van de vooruitgang een mate van planologische uitgangspunten. Doel was om de mensen en de gemeente de vrije hand te geven in de bouw van de stad. Er was zelfs het idee om net als in het moederland woningbouw op basis van een woningwet te reguleren. Dit onderwerp is echter te uitgebreid om nu in een notendop nader te belichten. Wél kan gesteld worden dat een mate van planmatige stadsontwikkeling werd gerealiseerd. Het huidige Mojokerto is een overzichtelijke stad en met een goede infrastructuur waarvoor de basis al een eeuw eerder was gelegd.

Kerk en moskee
De groei van Modjokerto was ook te zien in nieuwbouw van een kerk en moskee. Op 23 december 1899 werd de protestantse kerk GPIB (Gereja Protestan di Indonesia bagian Barat: de protestantse kerk in Westelijk Indonesië) Immanuel in gebruik genomen. Deze wordt nog steeds actief bezocht en is in 2008 gerenoveerd.

DSC_1049

23 december 1899: de protestantse kerk GPIB Immanuel wordt in gebruik genomen en doet nu in 2015 nog steeds dienst
Foto: H. de la Croix 2012

Op 7 mei 1877 werd de eerste steen gelegd voor de moskee Al-Fattah en op 12 april 1878 konden de gelovigen er gebruik van maken. In onder andere 1932 en 1966 zouden renovaties volgen, met name als gevolg van de grote bevolkingsgroei en de staat van het gebouw.

Al-Fattah Mojokerto

12 april 1878: de Mesid Agung (Grote Moskee) A-Fattah wordt in gebruik genomen en doet nu in 2015 na verschillende renovaties nog steeds dienst
Foto: https://rizuly.files.wordpress.com/2013/03/cimg1972x.jpg

De twintigste eeuw betekende voor Modjokerto een verdere ontwikkeling als moderne stad naar Nederlands model of inspiratie. Vergeleken met 1800 was de stad niet meer een oord waar alleen maar traditionele sociale verhoudingen heersten (tussen de Javaanse regent en de onderdanen) en die zich kenmerkte als een tamelijk statische economie van kleinschalige landbouwproductie, kleine handel en met een provinciale uitstraling. Modjokerto was een centrum van grootschalige plantagelandbouw geworden die met de wereldmarkt verbonden was en daarmee ook te maken kreeg met wat er in die grote wereld gebeurde. Een recessie in Europa werkte door in de prijs van suiker, de handel daarin en de werkgelegenheid op de plantages.

Weijgers_Sentanen Lor_1902

1902. De latere Amerikaanse kunstenaar Alexander George Weijgers op de arm van zijn moeder, mevrouw Johanna Geertruida Weijgers-van Leenhoff, met voor hem staande zijn zusje Lieske, in de kinderwagen zijn oudere broertje Lodewijk (Wyk), en geheel links zijn vader A.J.F.G. Weijgers, werkzaam op de suikerfabriek Sentanen-Lor, in hun tuin te Modjokerto
Foto: Collectie KITLV Leiden, geschonken door E.M. Weijgers

Epiloog
Modjokerto komt in bronnen van begin negentiende eeuw regelmatig voor maar we vinden geen uitgebreide beschrijvingen terug van het dagelijks leven of de ‘petite histoire’ en ‘couleur locale’. Het was zéker niet zo dat de plaats slechts een marginale aanduiding op een landkaart was. De aanstelling van Herman Willem Daendel’s zoon August Derk als assistent-resident kan erop duiden dat Modjokerto, ondanks de nabijheid van de residentsstad Soerabaja, belangrijk genoeg was. De komst van het Cultuurstelsel, dat werd gevolgd door de vestiging van Nederlandse bedrijven die grootschalige landbouw introdueceerden, lijken daarvan de bevestiging. Zoals meer plaatsen in Nederlands-Indië maakte Modjokerto een ontwikkeling door die rond 1900 van de stad een economisch en bestuurlijk centrum maakten. In de twintigste eeuw zou deze ontwikkeling als moderne stad naar Nederlands model, zich voortzetten. In de nieuwe, twintigste eeuw zou Modjokerto in toenemende mate verstrengeld raken in de geschiedenis van de grote gebeurtenissen als de Depressie van 1929, de opkomst en doorbraak van het Indonesisch nationalisme, de Japanse bezetting de Bersiapperiode en ten slotte de Orde Baru die bloedig gegrond was op de dramatische feiten in 1965.

leden_sociëteit Modjokerto_1898

1898 Europees leven in Modjokerto. Links aan de middelste tafel: dhr. J. J. Pigeaud (arts), vader van Th.G.Th. Pigeaud , de vertaler en kenner van de Javaanse taal- en letterkunde. Vader J.J. Pigeaud was van 1887 tot 1898 arts in Modjokerto.
Foto: Collectie KITLV

Eerder gepubliceerd in deze artikelreeks over Modjokerto Mojokerto:
Modjokerto Mojokerto: een Javaanse provinciestad in de “grote geschiedenis” (1)

Noten
  1) http://www.dbnl.org/tekst/_ind004199301_01/_ind004199301_01_0009.php en
      http://www.parlement.com/id/vg09ll1qeht1/w_r_baron_van_hoevell
  2) http://www.ghhpw.com/map/nl/modjokerto.php
  3) H.W. van den Doel, De stille macht. Het Europese binnenlands bestuur op Java en
      Madoera, 1808-1942, Amsterdam 1994.
  4) Idem en J.A.A. van Doorn, De laatste eeuw van Indië. Ontwikkeling en ondergang
      van een koloniaal project, Amsterdam 1996. The Siauw Giap, Het verzet van de  
      bevolking tegen Nederlandse bestuursmaatregelen 1870-1914.
  5) http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandsche_Handel-Maatschappij
  6) Van Doorn, De laatste eeuw van Indië, pp. 169-196.
  7) http://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_Willem_Daendels en 
      http://www.roosegaarde.nl/html/daendels.html
  8) Koloniaal Verslag 1907.
  9) http://www.bersiapkampen.nl/Dinojo.htm
10) Volkstelling 1930. Nederlands-Indië, Aflevering 3, 1 Januari 1930 – Hoofdstuk 3
      Bevolkingssterkte. The Siauw Giap, Urbanisatieproblemen in Indonesië. In:  
      Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 115 (1959), no: 3, Leiden, 249-276
11) Indisch bouwkundig tijdschrift. Orgaan der Vereeniging van Bouwkundigen in
      Nederlansch-Indië. Jaargang 10, p. 63.

Literatuur
H.W. van den Doel, De stille macht. Het Europese binnenlands bestuur op Java en Masoera, 1808-1942, Amsterdam 1994.
J.A.A. van Doorn, De laatste eeuw van Indië. Ontwikkeling en ondergang van een koloniaal project, Amsterdam 1996.
Gill, R. G., De Indische stad op Java en Madura een morphologische studie van haar ontwikkeling, 1995
G. Roger Knight, Commodities and Colonialism: The Story of Big Sugar in Indonesia, 1880-1942. Leiden 2013. Koninklijke Brill NV Leiden.
Pauline K.M. van Roosmalen, Ontwerpen aan de stad. Stedenbouw in Nederlands-Indië en Indonesië (1905-1950), Delft 2008.
The Siauw Giap, Urbanisatieproblemen in Indonesië. In: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 115 (1959), no: 3, Leiden, 249-276.
Idem, Het verzet van de bevolking tegen Nederlandse bestuursmaatregelen 1870-1914. In: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden. Deel 86. Martinus Nijhoff, Den Haag 1971, pp. 70-78.

Informatie op het internet
http://www.bersiapkampen.nl/Dinojo.htm
Robert Cribb, Digital atlas of Indonesian history
Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden. Deel 86. Martinus Nijhoff, Den Haag 1971.
Indisch bouwkundig tijdschrift. Orgaan der Vereeniging van Bouwkundigen in Nederlansch-Indië. Jaargang 10, p. 63.

 

4 gedachten over “Sociale geschiedenis | Modjokerto Mojokerto: een Javaanse provinciestad in de “grote geschiedenis” (2)

  1. Pingback: Gepubliceerd: ‘Modjokerto Mojokerto: een Javaanse provinciestad in de “grote geschiedenis” (2)’ |

  2. Humphrey de la Croix,
    Wat een leuk artikel over Mojokerto.
    Verre voorouders hebben daar ook historie.
    J.J. Bohl (1834-1910), was getrouwd met Th. W. Schroder (1820-1882). Vader Bohl (G.G. 1811-1876) was een broer van Chr. Fred. Bohl. Hij was de vader van Joh. Carolina Bohl, die met mijn oudoom H.H.G. Peltzer trouwde.
    Th.W. Schroder was eigenaar suikerfabriek Ketanen in Madjokerto tot 1867. Het echtpaar kreeg 12 kinderen, waarvan 4 in Modjokerto.
    Ik heb de stamboom vooral met behulp van de historische kranten op een rijtje gezet, dus als u wilt, kan ik dat toesturen.
    Afgelopen voorjaar zijn we op zoek gegaan, maar konden de juiste plek niet vinden. Wel waren we bij een suikerfabriek met een locomotief nr. 14, maar ik denk dat het Gempolkrap was. We hebben daar wat foto’s van genomen. Weet u waar het was? In Kutorejo? We zijn wel langs de poort van DSN. Ketanen 3 gekomen.
    Hoe dan ook, echt leuk dat u foto’s hebt van Ketanen en ik zal de herkomst vermelden (allemaal alleen voor de familie e.d.)
    Hopelijk tot later,
    Hannie de Ruiter-Peltzer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.