Sociale geschiedenis | Indo’s en politiek. Deel 3. De Indische Partij 1912-1913

door Humphrey de la Croix

Op 12 september 2012 gaat Nederland naar de stembus om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. Het is dan 100 jaar geleden dat in toenmalig Nederlands-Indië de Indische Partij werd opgericht, de eerste echte Indische politieke partij opgericht door de Indo E.F.E. Douwes Dekker en ook gericht, maar niet uitsluitend, op de Indo-Europeanen. Deze verwant van Multatuli zag uitgerekend voor hen een rol liggen in het verbinden van de bevolkingsgroepen in de kolonie. IndischHistorisch.nl leek het een goede aanleiding om in een drietal artikels aandacht te besteden aan Indo’s en hun gebruik maken van politieke middelen om doelen te behalen. Het zal niet gaan over hun stemgedrag maar over het bedrijven van politieke of politiek getinte acties en initiatieven.

In de eerste aflevering van deze driedelige reeks over Indo’s en politiek is beschreven hoe Indische Nederlanders zich als politiek actieven zich hebben gemanifesteerd. Het tweede deel begon in 1994 wanneer de Vrije Indische Partij wordt opgericht en voor het eerst meedoet met de verkiezingen voor de Tweede Kamer in dat jaar. Het zou een historisch jaar worden omdat het tot de formatie van het eerste kabinet leidt met de PvdA en de VVD: Paars I én zonder het CDA. In dit derde en laatste artikel is het bijna een eeuw geleden dat de Indische Partij werd opgericht. Lang duurde haar verschijning niet omdat het Nederlands-Indisch Gouvernement de partij verbood vanwege haar radicale ideeën en bedreiging voor de rust en orde in de kolonie.

Het verbod op politieke partijen in de kolonie onder druk: inheems politiek bewustzijn De staatkundige basis van ons land zijn de parlementaire democratie en de constitutionele monarchie zoals de liberale staatsman Johan Rudolf Thorbecke die in de Grondwet van 1848 heeft vastgelegd. Voor Nederlands-Indïë was er met het Regeringsreglement van 1854 een soort grondwet voor de kolonie. Artikel 111 van dat reglement bepaalde het verbod op politieke partijvorming. Anders dan het moederland werd de kolonie autocratisch bestuurd door de Gouverneur-Generaal (die formeel viel onder de Minister van Koloniën) en gelijktijdig was met het bestuur door de lokale regenten, de inheemse pre-koloniale machtsuitoefening overeind gebleven. Steeds meer kinderen van de inheemse elite konden in de tweede helft van de 19e eeuw hogere studies volgen, zowel in Nederland als in Indonesië zélf. Bijvoorbeeld was er de School tot Opleiding van Inheemse Artsen (STOVIA). De studenten maakten kennis met de Westerse waarden als democratie, liberalisme, socialisme, het zelfbeschikkingsrecht van volken en de andere ideeën van de Verlichting, zoals het recht zicht te ontwikkelen en te ontplooien en sociale rechtvaardigheid. Onvermijdelijk kwam de vraag op waarom dat waardevolle Nederlandse gedachtegoed niet ook voor de onderdanen in de kolonie toegankelijk was. De Westers opgeleide jonge leden van de inheems elite begonne dat bewustzijn naar buiten te brengen in studieclubs en via de eerste politieke bewegingen. In 1908 werd de vereniging Boedi Oetomo (Schone Streven) opgericht. Vanwege het verbod van politieke organisatie was het een culturele vereniging die de Javaanse cultuur en tradities wilde bewaren en nieuw leven inblazen. De Javaanse dr. Tjipto Mangoekoesoemo wilde er een politieke partij van maken om volksonderwijs op westerse grondslag te bevorderen. Boedi Oetomo wilde totaal niet zo’n politieke koers inslaan en zou in 1912 een van de oprichters van de Indische Partij zijn. In de laatste jaren van zijn leven en was hij een van de adviseurs van Soekarno.

Ernest Francois Eugène Douwes Dekker (1879-1950), Indo, radicaal en romanticus “DD” behoorde tot een goede middenklasse familie hij kreeg volop kansen een carriere op te bouwen. Na de HBS werkte hij o.a. op suikerondernemingen in Oost-Java. Daar maakte hij kennis met de gewone Indo’s en Javanen en zag dat hun arbeidssituatie was: lage lonen, lange werktijden en weinig kansen om verder te komen. DD. trok zich dit aan en dit rechtvaardigheidsgevoel was eigenlijk een constante drijfveer voor de wegen die hij zou inslaan. Zijn openlijke kritiek op de ondernemingen waar hij werkte, die hij doortrok naar het gehele bestuur van de kolonie moest hij uiteindelijk betalen met ontslag. DD toonde zich naast een strijder tegen onrecht ook een romanticus toen hij, net als de dichter Lord Byron die in de Griekse onafhankelijkheidsoorlog (1821-1831) tegen de Turken vocht, in 1899 besloot naar Zuid-Afrika te gaan. Daar sloot hij zich bij de Boeren aan om tegen de Engelsen te gaan vechten. In zijn optiek werden ze onderdrukt door de overheerser die de kolonie uitbuitte ten koste van zijn bewoners. DD heeft in 1900 in Pretoria trouw gezworen aan de Republiek Transvaal en vocht mee tegen de Engelsen. Dezen hebben hem ten slotte gevangen genomen en verbannen naar Ceylon (het huidige Sri Lanka). Tijdens zijn detentie schreef hij brieven en een dagboek, waarvan sommige in de Nederlands-Indische pers werden gepubliceerd. DD zag toen voor zichzelf een toekomst in de journalistiek. In 1903 kwam hij vrij en keerde terug naar Java en vond inderdaad werk bij de pers: eerst bij De Lokomotief in Semarang en in 1907 bij het Bataviaasch Nieuwsblad. Eerder had hij gezien dat de macht van de pen echt invloed had op het landsbestuur. Met succes had de hoofdredacteur van Pieter Brooshooft zijn ideeën over een rechtvaardig koloniaal bestuur op de politieke agenda geplaatst. Cruciaal was zijn artikel De ethische koers in de koloniale politiek uit 1904.

Nederlands-Indië 1900-1910: van harde onderwerping naar een Ethische politiek
gezocht_koelieAan het begin van de twintigste eeuw rondde Nederland het “project” Nederlands-Indië af. Met de gewonnen Atjeh-oorlog was het laatste grote inheemse verzet op harde manier vernietigd door de generaals Van Heutsz en Van Daalen. Ten slotte zou in 1908 Bali eindelijk vallen ten koste van veel slachtoffers. De Pax Neerlandica was gerealiseerd en het koloniale “project” was verder geëvolueerd tot een doelmatig bestuurd en geëxploiteerd wingewest. Nederland kon met trots stellen dat ook naar de keerzijde van de medaille was gekeken. De uitbuiting van koelie’s, het dalende levenspeil van de Indonesiërs en een aanzienlijk deel van de Indo-Europeanen waren zeker niet buiten beeld gebleven en onderschat. Een eye opener voor het Gouvernement was het Rhemrev-rapport van 1904. In dit officiële verslag over het onderzoek naar misstanden in de Deli-tabaksplanages in Noord-Sumatra werd duidelijk dat het zo niet langer kon doorgaan. Tegenover het succes van het Nederlandse bedrijfsleven en de militaire superioriteit had Nederland als beschaafde natie die wel degelijk aandacht had voor het welzijn van al zijn onderdanen, de Ethische Politiek afgekondigd. Doel was om de bevolking van de kolonie te verheffen (in het Nederlands van toen heette dat opheffen) richting economische en… politieke zelfstandigheid. In eerste instantie diende de infrastructuur van de kolonie te worden versterkt. De irrigatie van land, het onderwijs en emigratie waren daarin de speerpunten. Een van de achterliggende gedachten was dat armoede en stagnatie van de inheemse economie veroorzaakt werden door te grote bevolkingsgroei, gebrek aan landbouwgrond (o.a. door de Westerse bedrijven) en een achterblijvende ontwikkeling door tekort aan onderwijsvoorzieningen. De Ethische Politiek leek de allereerste stap te zijn richting een onafhankelijk Indië, maar dat was verre van de bedoeling rond 1900. Nu het koloniale bestuur het gehele grondgebied van het huidige Indonesië min of meer had omvatte, leek het geen logisch vervolg dat het land aan de bewoners zou worden teruggegeven door zelfbestuur en terugtreden van Nederland.

DD organiseert zijn kritiek op het koloniale systeem, wordt radicaal en nationalist Voor Douwes Dekker was de Ethische Politiek te laat, te weinig en had slechts als doel kritiek te sussen. Het nieuwe beleid had als uitgangspunt de bestaande koloniale orde voortzetten, maar met meer oog voor het belang van de inheemse bevolking. Tien jaar later was er een ontluikend politiek bewustzijn ontstaan. Indonesiërs zouden het idee van politieke medezeggenschap ooit in de toekomst vanzelf als een reëel streven gaan zien. In 1912 werd de Sarekat Islam als eerste politieke beweging in de kolonie opgericht. Deze werd snel een massabeweging die kritiek leverde op het koloniale systeem en zelfbestuur wilde. Rond 1920 had de Sarekat Islam honderdduizenden leden. DD kon hierdoor niet stil blijven zitten en begon met het vormen van een politieke ideologie. Hij richtte in 1911 een periodiek op, Het Tijdschrift, dat elke twee weken zou verschijnen. Het blad was geen succes en in maart 1912 richtte hij De Expres op. Tijdens een bijeenkomst op 17 december 1911 hield DD een lange lezing getiteld Aansluiting tusschen blank en bruin en hij sprak over de elementen ras, klasse, sociale status, religie en belangen als belemmeringen voor samenwerking. DD presenteerde een heuse anti-these in de kolonie tussen een kleine oppermachtige autoritaire groep en een massa van onmachtigen. Hij vond dat deze laatsten door politieke actie zich bewust moesten worden van hun rechten die ze ten slotte zouden moeten opeisen. Grootste kritiek op bestaande belangengroepen als de Indische Bond, Insulinde en Boedi Oetomo was dat ze niet politiek waren en daardoor nooit invloed of macht zouden verwerven om het nodige te veranderen. DD stelde dat het Nederlands in Nederlands-Indië niet meer moest worden gezien als iets wat nog eens driehonderd jaar moest blijven. Om politiek handwerk op te doen gebruikte DD de gemeenteraadsverkiezingen van juli 1912 door zich verkiesbaar te stellen in Bandoeng voor de Kiesvereeniging voor den kleinen man (Europeanen).

Oprichting van de Indische Partij in 1912
Tussen 5 en 11 september 1912 publiceerde DD een serie van zes artikels in De Expres onder de mysterieuze titel De Indische Beweging. Hij riep iedereen op om op 6 september 1912 naar de bijeenkomst in Bandoeng te komen, die een bijzondere werd omdat het een opmaat was naar een echte partij voor Indië. De opkomst was met 200 personen groot. Buiten hadden de lokale autoriteiten een groter aantal politiemensen geposteerd dan gewoonlijk. De bijeenkomst kan gezien worden als de start van de Indische Partij omdat DD verklaarde dat het niet ging om een lokale nieuwe tak van de Indische Bond, maar om een nieuwe politieke organisatie voor alle Indiërs. Met deze term bedoelde hij in het bijzonder de Indo’s en de Indonesiërs. In de weken daarna begon per trein een campagne naar andere grote steden op Java met als bedoeling nieuwe afdelingen inclusief besturen van de Indische Partij te vestigen. Dit ging niet zonder slag of stoot omdat zijn doelgroep veelal aansluit bij de bestaande Indische Bond of Insulinde. De “geboorte” van de Indische Partij zou zich afspelen in de schoot van deze organisaties. DD wilde van binnenuit nieuwe besturen voorstellen, die vervolgens het gedachtengoed van de Indische Partij gingen uitwerken. De Indische Bond en Insulinde moesten dan als een cocon voor de nieuwe vlinder Indische Partij dienen. Al snel kwam er stevige kritiek van de gezaghebbende hoofdredacteur Karel Zaalberg van het Bataviaasch Nieuwsblad. Hij vond dat er een beslissende vergadering moest komen om te stemmen over het voorstel van de het Voorlopig Dagelijks Bestuur in Bandoeng van de Indische Partij om 1) via statutaire wijziging de Indische Bond te laten oplossen en op te gaan in de Indische Partij of 2) de Indische Bond verder laten gaan als onafhankelijke organisatie. Zaalberg’s kritiek was niet het meest essentieel over deze formele procedure, maar over de nieuwe partij als serieuze beweging. Zaalberg die in DD een geestverwant had gezien, leek zich teleurgesteld en zelfs verraden te voelen door DD. Hij verweet DD de Gouverneur-Generaal in artikels op bombastische en arrogante manier aan te vallen. En dan was er de lawine van woorden, de demagogie om alle etnische groepen te willen verbinden. Zaalberg noemde DD en de Indische Partij oppervlakkig en het ontbrak daardoor aan concrete politieke doelstellingen. Deze kritiek was koren op de molen van de pro-Europese pers. De Preanger-Bode sprak van een vernietigend vonnis. De vergadering van 29 oktober 1912 stemde voor Zaalberg’s voorstel dat de Indische Bond niet zou worden ontbonden. DD was zwaar teleurgesteld in zijn vriend Karel Zaalberg en ging gewoon door met zijn doel een Indische Partij op te richten.

IP_Bulletin_1913Opkomst en val van Indische Partij DD stapte op zondag 15 september 1912 in Bandoeng op de trein richting Djokjakarta zijn propagande-campagne. In Djokja stonden G.L. Topee van het bestuur van Insulinde en vertegenwoordigers van Boedi Oetomo en de Sarekat Islam op het station om hem welkom te heten. Tussen 70 en 80 mensen woonden vervolgens de vergadering bij. Naarmate de reis richting het oosten vorderde kwamen er steeds meer mensen opdagen. De vergadering in Semarang op 19 oktober 1912 trok 1200 of 1300 mensen. Een cruciaal moment vond plaats eind november toen de prominente Westers geschoolde dr. Tjipto Mangoenkoesoemo het co-redacteurschap van De Expres en het vice-voorzitterschap van de Indische Partij accepteerde. In een open brief overtuigde hij Javanen ervan dat de Indische Partij hun vertrouwen waard was. Met name omdat hij in algemene termen (maar in het bijzonder DD als zijn vriend) opriep voorzichtig te zijn met opruiende uitlatingen en daarmee een gematigde toon aansloeg bij het nastreven van de vergaande politieke idealen. Op eerste Kerstdag 25 december 1912 inBandoeng is de Indische Partij in een constituerende vergadering formeel opgericht. De statuten werden goedgekeurd, een bestuur gekozen en er werd gediscussieerd over de communicatie naar buiten. Een 2000 mensen was komen opdagen en de nieuwe vlag van de partij wapperde uitbundig. De stemming was feestelijk en enthousiast, wat DD helemaal verbaal opzweepte. Hij sprak over vechten tegen het Gouvernement en een oorlogsverklaring, daarbij een beroep doend op de miljoenen die onder het politieke en economische systeem gebukt gingen. DD aarzelde niet de situatie te vergelijken met de slavernij in de Verenigde Staten die uiteindelijk werd afgeschaft. De Indische Partij werd snel populair en telde op het hoogtepunt 4.988 leden, het merendeel op Java. De meesten in de steden Bandoeng, Batavia, Semarang en Soerabaja. Semarang had met 1300 de meeste leden; de stad was ook het centrum van de spoorwegvakbond, van oudsher erg actief. De toon van de partij werd alsmaar radicaler en opruiender, waardoor de Nederlandse autoriteiten alleen maar waakzamer werden. Rond maart 1913 was het ledenaantal gegroeid tot 7000 van wie 1500 Indonesiërs. DD’s streven tot verbinden van de etnische groepen was hiermee redelijk vervuld, maar numeriek vormden Indo’s de grootste basis van de partij. Het is dan toch opmerkelijk dat de meestal gematigde Indo’s zich aangetrokken voelden tot de radicale retoriek. Kenmerkend voor de partij was het weglaten van de religieuze dimensie, wat een kwetsbaar punt kon zijn wilde zij meer aanhangers onder Indonesiërs verwerven. OOk een gevoelig programmapunt was de claim op grondbezit; dit was niet in het belang van de inheemse boeren die toch al met steeds kleinere kavels in hun bestaan moesten voorzien. Zo snel als de partij de hoogte inschoot, zo ging het ook met de neergang van de partij. Op 20 juli 1913 schreef Soewardi Soerjaningrat Als ik eens Nederlander was, een hevig protest tegen de plannen van de Nederlandse koloniale regering om Nederlands honderdjarige onafhankelijkheid van Frankrijk te vieren en alle ‘inlanders’ aan deze viering te laten meebetalen. Het Gouvernement reageerde daarop door Soerjaningrat te verbannen naar de Banda-eilanden, zonder hem eerst te berechten. Douwes Dekker en Tjipto Mangunkusumo probeerden deze beslissing te bestrijden maar ook zij werden verbannen naar de Banda-eilanden op beschuldiging van ‘provocatie en manipulatie van Indonesiërs om te vechten tegen de Nederlandse kolonialen’. De verbanningen betekenden de nekslag omdat de partijtop was uitgeschakeld, vooral door het verdwijne van DD als grote inspirator en communicator. Het geeft aan dat het de beweging ontbrak aan een hechte en effectieve organisatie. Pogingen om de Indische Partij nieuw leven in te blazen via de vereniging Insulinde en de Nationale Indische Partij die gematigder waren, leidden niet tot het gewenste effect. De druk van het Gouvernement op zijn Indisch personeel die lid waren, om zich ver te houden van politiek op straffe van ontslag, maakte dat veel Indo’s zich koest hielden.

De verbannen leiders van de Indische Partij in Nederland samen Zittend van links naar rechts: Tjipto Mangoenkoesoemo, Ernest Douwes Dekker en Soewardi Soerjangingrat

De verbannen leiders van de Indische Partij in Nederland samen Zittend van links naar rechts: Tjipto Mangoenkoesoemo, Ernest Douwes Dekker en Soewardi Soerjangingrat

Betekenis van de Indische Partij voor de nationalistische beweging
De Indische Partij was de eerste beweging in de kolonie Nederlands-Indië die echt sprak van de gelijkheid van rassen en het streven naar een “Indië van de Indiërs” en “Indië los van Nederland”. Nog vóór de komst van een soort inspraak in de vorm van de Volksraad in 1918 en een politiek bestel, was de partij al bezig met de strijd voor onafhankelijkheid. Achteraf gezien de juiste ideeën maar om verder uit te bouwen niet op het juiste moment. De Indische Partij was nog te veel in een propagandastadium en stond als machtsfactor geisoleerd en organisatorisch onvolgroeid. Stel dat de partij had kunnen doorgaan, wat zou er dan voor resultaat zijn behaald? Er was nog geen politiek bestel als een kader waarin politieke doelen konden worden voorgesteld, bediscussieerd en in stemming gebracht. Het ontbrak dus aan macht om de ideeën uit te laten komen. De betekenis van de Indische Partij is gelegen in bewustwording creëren over de bestaande samenleving en ideeën voor de toekomstige bedenken. Het is niet of moeilijk te meten, maar het voorbeeld van DD lijkt bij Soekarno te zijn aangeslagen. In de jaren vanaf 1920 zou hij de nationalistische beweging laten groeien met idealen die DD en de Indische Partij tien jaar eerder al hadden gepropageerd. Niet voor niets is DD na 1949 bij wijze van eerbewijs de speciale politiek adviseur van president Soekarno geworden.

De Indo en de Indische Partij
DD ontwikkelde zijn politieke ideeën in een periode waarin een deel van de Indo’s het sociaal-economisch moeilijk leek te hebben. Zo heeft Victor Ido zijn roman De Paupers (1912) gesitueerd in die periode. Maar antwoorden op vragen als uit welke sociale lagen de Indo-aanhang van DD kwam of wie zij waren, kunnen niet worden gegeven op basis van statistische gegevens. Een aanname was wel dat de meeste aanhangers uit de kampong kwam, in de toenmalige beleving de sociaal-economisch laagste categorie. Uit latere aanwijzingen komt een ander beeld naar voren. Namelijk dat de aanhangers juist te vinden waren onder de lagere middenklasse en middenposities. Die bestond uit onder anderen klerken, lagere ambtenaren en werknemers van bedrijven in de steden en landbouwbedrijven. DD’s ideeën waren een succes onder Indo’s omdat hij appelleerde aan het gevoel van eigenwaarde waar zij recht op hadden. Hij maakte dus gebruik van de latente gevoelens van achterstelling en het als tweederangs Europeanen te worden behandeld. Zijn aanhang zag wel degelijk in zijn ideeën de potentie om door opheffing van discriminatie er op vooruit te gaan door betere salarissen (gelijktrekken van beloning) en recht op het kopen van grond. Ten slotte sprak DD’s idee dat de Indo’s de meest geschikte groep waren om de grote veranderingen te leiden, geheel tot de verbeelding van de Indo die zichzelf als de gelijken van de totoks beschouwden.

De andere artikels in deze driedelige reeks
Indo’s en politiek Deel 1. Veel perkara’s, weinig politieke oplossingen
Indo’s en politiek Deel 2. De Vrije Indische Partij 1994-2006

Informatie op het internet
http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn5/douwes_de [door H.W. van den Doel]

Literatuur
Frans Glissenaar, D.D. Het leven van E.F.E. Douwes Dekker, Hilversum 1999.
Hans Meijer, In Indië geworteld. De twintigste eeuw, Amsterdam 2004.
Paul W. van der Veur, The lion and the gadfly. Dutch colonialism and the spirit of E.F.E.,  Douwes Dekker, Leiden 2006.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.