Repatriëring | Indische verstekelingen: een bijzondere reünie op 11 mei 2008 in Poortugaal

Humphrey de la Croix

Inleiding
Weinig bekend is de geschiedenis van Indische en Molukse verstekelingen die eind jaren vijftig ‘repatrieerden’ naar Nederland. Vanaf 1958 nam het aantal verstekelingen dat “meeliftte” op schepen die repatrianten brachten toe. In de gehele periode van 1952 tot 1957 waren er slechts 13 gevallen bekend. Onder de verstekelingen bevonden zich veel minderjarige jongens die het avontuur opzochten. In het jaar 1958 kwamen er 139 verstekelingen aan in Nederland. Naast de jonge avonturiers ging het om Indischen die warga negara, Indonesisch staatsburger, waren. Zij waren spijtoptanten die niet of niet snel genoeg een visum kregen voor Nederland. Een aanzienlijk deel bestond uit Molukkers. Zij verlieten Indonesië onder andere wegens het niet doorgaan van een vrije Molukse staat. Voor alle verstekelingen gold dat er sprake was geweest in 1958 van een massale afwijzing op hun visumaanvragen. Toch wilden ze perse Indonesië verlaten en gingen mee als verstekeling. Op het schip de Van Oldenbarnevelt dat op 11 mei 1958 uit Jakarta was vertrokken, bevonden zich 69 verstekelingen. Een van hen was Max Ferdinandus (74), die de initiatiefnemer en organisator is van de reünie naar aanleiding van het 50-jarige feit dat hij en de andere 68 mannen als verstekelingen arriveerden in Nederland.

Ex-verstekelingen op de Van Oldenbarnevelt 1958 Links: Max Ferdinandus en rechts: Rob de Bos (ook 'De Bolle' genoemd)

Ex-verstekelingen op de Van Oldenbarnevelt 1958 Links: Max Ferdinandus en rechts: Rob de Bos (ook ‘De Bolle’ genoemd)

Ongewenste elementen in 1958: ‘avonturiers en delinquenten’
Een gastvrij onthaal in het vaderland was het zéker niet. De groep verstekelingen hield de Nederlandse regering onder leiding van de sociaal-democratische premier Willem Drees politiek flink bezig. Het is opmerkelijk hoe de politieke meningen er toen uitzagen. Minister Ivo Samkalden van regeringspartij PvdA wilde de verstekelingen terugsturen. Ook de bekende minister van Maatschappelijk Werk Marga Klompé was die mening toegedaan. In regeringskringen werd over hen in niet al te vleiende bewoordingen gesproken. Het waren ‘avonturiers en delinquenten’. De VVD daarentegen vond terugsturen een ‘on-Nederlandse daad’. Het regeringsstandpunt was als typisch legalistisch Nederlands aan te merken: louter gebaseerd op handhaving van de Vreemdelingenwet. Het beleid miste de extra ‘human touch’ die in dit soort zaken nodig is. Aan de andere kant was het sinds “zwarte Sinterklaasdag” 5 december 1957 een hectische periode. De onteigening van Nederlandse bedrijven, verdergaande intimidatie van Nederlanders (inclusief Indo-Europeanen) en het algehele gevoel van onveiligheid zorgde voor een panische sfeer en de onmiddelijke wens van (Indische) Nederlanders en Molukkers om Indonesië te verlaten. Maar de Nederlandse regering wenste de spijtoptanten geen toelating te verstrekken. Daarbij kwam dat het kleine Nederlandse ambtenarenapparaat dat nog resteerde voor Nederlandse belangen in Indonesië, niet berekend was op de enorme (tienduizenden) toeloop aan visumaanvragen. Een aantal mensen wenste de onzekere afloop niet af te wachten en ging op goed geluk mee als verstekeling.

Houding Nederlandse regering: als krenkend en gevoelloos ervaren
De negatieve typering van de verstekelingen was een pijnlijke voor Max Ferdinandus. Hij voelde en voelt zich erg daardoor gekrenkt. Wat hij destijds wilde was niets anders dan bij zijn vrouw en jonge kinderen te zijn en voor hen te zorgen. Natuurlijk speelde zeker mee dat hij voor het gezin meer perspectief zag in Nederland dan in Indonesië. Vijftig jaar later in 2008 is het onderwerp nog springlevend voor hem en beladen met emoties. Hij is er blij mee dat de verstekelingen binnenkort aandacht krijgen in het Algemeen Dagblad (verwachte publicatiedatum: 31 mei 2008). Kort vóór de reünie heeft Kirsten Vos, die een masterthesis over het afscheid van Indië heeft geschreven en lezingen daarover gegeven, een interview bij hem thuis gehouden waar drie andere ex-verstekelingen bij aanwezig waren. De heer Ferdinandus is erg blij met deze hernieuwde aandacht, die hij als een soort erkenning van de geschiedenis van de verstekelingen ziet. Binnenkort uitgebreid op www.IndischHistorisch.nl.

Ex-verstekelingen zetten het lied in dat ze in 1958 het kamp Kruiswijk in Doetinchem zongen

Ex-verstekelingen zetten het lied in dat ze in 1958 het kamp Kruiswijk in Doetinchem zongen

Geraadpleegde literatuur
Tonny van der Mee en Domingo Tomasouw, Andere verhalen. Molukkers in Nederland met een andere aankomstgeschiedenis of beroepsachtergrond dan de KNIL-groep van 1951, Utrecht 2005. Uitgave Moluks Historisch Museum. ISBN 9074352154.

Website Ministerie van Financiën: minister Wouter Bos houdt op 20 november 2007 een toespraak bij de opening van een tentoonstelling over Willem Drees. Passage over Drees standpunt inzake de Indische verstekelingen in 1958.

4 thoughts on “Repatriëring | Indische verstekelingen: een bijzondere reünie op 11 mei 2008 in Poortugaal

  1. Goeden avond,
    mijn vrouw is samen met haar moeder en 3 zussen met de Oranje naar Nederland gekomen.
    Nu is er nergens een passagierslijst te vinden met hun namen erop.
    De mogelijkheid is aanwezig, dat zij niet “officieel” geboekt zijn.
    Zeker, omdat zij met zijn 5-en in een kleine hut zaten.
    Zij mochten in Nederland ook niet direct van boord.
    Nu is mijn vraag of U ook weet of er ergens scheepsjournaals van de tochten van de oranje zijn waar bv. de melding van niet geboekte gasten in vermeld zouden kunnen wezen.
    Alvast hartelijk dank, Wim Belgraver

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.