Repatriëring | Repatriëren en inburgeren in Brabant. In Gemert werd iets bijzonders verricht… Deel 2

Door Rob de Haas (Batavia 1948)Burgemeester en wethouders van het Brabantse dorp Gemert gaan in 1950 in op het regeringsplan van minister In ’t Veld dat stelt dat voor elke woning die gebouwd wordt voor een Indische repatriant, er een woning gebouwd mag worden voor de eigen inwoners plús 25% extra. Dit besluit heeft verstrekkende en veelal positieve gevolgen gehad.

Voordeel middenstand
Burgemeester De Bekker praat als Brugman om de raad over de streep te trekken. Hij wijst op de morele plicht om de Indische bevolkingsgroep te helpen. “In de achter ons liggende jaren hebben deze mensen in erbarmelijke omstandigheden geleefd, vooral ten tijde van de Japanse bezetting van Indonesië toen ze allen in de beruchte kampen moesten verblijven, waar de toestanden veel erger waren dan destijds in de kampen van onze Duitse bezetters in Vught en Amersfoort. Have en goed hebben ze verloren en komen volkomen berooid hier aan.”

Burgemeester De Bekker van Gemert in 1950

Burgemeester De Bekker van Gemert in 1950

De burgervader heeft nog zwaarwegender argumenten. Materiële weliswaar, maar toch. De Indische gezinshoofden hebben allemaal een dienstverband met het Ministerie van Oorlog. Zij zijn dus geen concurrenten op de krappe arbeidsmarkt. Wat nog veel belangrijker is: zij hebben een vast salaris en dat gaan zij vooral lokaal besteden. Dat is mooi voor de Gemertse winkeliers. En wat goed is voor de middenstand, is goed voor Gemert. De detailhandel weet ook heel goed, dat de Indischen niets meer bezitten. Zij zijn ervan op de hoogte, dat zij daarom een lening krijgen om een huis in te richten en de noodzakelijke kleding te kopen. Een flink bedrag ineens variërend van 1400 tot 3600 gulden afhankelijk van de grootte van het gezin. Als zij het slim aanpakken en eendrachtig samenwerken, zullen de Indischen vast en
zeker hun spullen bij de plaatselijke middenstand kopen.
Tel uit je winst!

Gemert: Gerarduskerk in aanbouw

Katholiek
De raadsleden hebben wel oren naar gemeentelijk koopkrachtstijging, maar ze hebben ook de nodige bedenkingen. Vreemde mensen brengen vreemde gewoontes mee en zijn ze allemaal wel katholiek? De burgemeester over de Indische nieuwkomers: “ Ze zijn beschaafd, over het algemeen goed ontwikkeld, doch enigszins terughoudend en bescheiden. Men moet hen echter niet beschouwen als ‘bruine broeders’, want ze voelen zich volbloed Nederlanders en wellicht zelfs nog meer dan wij”. Hij zal zijn best doen om alleen katholieke Indischen naar Gemert te krijgen, maar garanderen kan De Bekker niets. Men hoeft zich overigens geen zorgen te maken, want er zal een aalmoezenier meekomen en een extra maatschappelijk werkster op ’s rijks kosten.

Gemert: nieuwbouwwijk Molenakker in aanbouw

Eerste Indischen
De raad gaat overstag. Als een van de eerste gemeenten in Nederland en de allereerste in de provincie Noord-Brabant ontvangt Gemert de bouwvergunning. In februari 1951 komen de eerste tien KNIL-gezinnen in de Wassenaarstraat op de Molenakker te wonen. In een splinternieuwe wijk bestaande uit rijtjeshuizen. Lange blokken arbeiderswoningen ontworpen door gemeenteambtenaar Spildoorn. Op 19 februari ontvangen de families Bommel, Dumasy, Falkenburg, Filon, Firing, De Haas, Meekelenkamp, Mezach, Van Muijen en Van Munster de sleutel. De Gemertse middenstand heeft goed geluisterd. Nog tijdens de bouw richt zij drie modelwoningen compleet in. De toekomstige Indische inwoners gaan kijken en bepalen welke inrichting het wordt. Alles wordt uiteraard geleverd door plaatselijke bedrijven. Het leidt er wel toe, dat de inrichting bij de Indischen er overal nagenoeg hetzelfde uitziet.

Plaatsingsschema

Gemert: de Wassenaarstraat,  typische jaren vijftig sociale woningbouw

Gemert: de Wassenaarstraat, typische jaren vijftig sociale woningbouw

Het college van B & W, bestaande uit burgemeester De Bekker en de wethouders Jan van Berlo en Toon Jaspers, is zich ervan bewust, dat het een grote groep mensen binnenhaalt met een heel andere culturele achtergrond. En dat niet alleen. Ze zien er ook nog anders uit. Ze zijn bruin. De meeste Gemertenaren anno 1950 hebben niet eerder kleurlingen in levende lijve gezien en er al zeker niet mee te maken gehad. Zij kennen wel de zwartwitte missiefilms van de paters van het kasteel en veronderstellen dat de repatrianten ook zo primitief zijn als de mensen onder wie de missionarissen hun werk doen.

Om problemen voor te zijn en de integratie soepel te laten verlopen, nemen B & W een aantal maatregelen. De meest opvallende is het plaatsingsschema. Gemertenaren en Indischen krijgen een huis zodanig toegewezen, dat een Indisch gezin zowel Gemertse als Indische buren heeft. Het heeft wonderwel gewerkt. Buren komen al snel bij elkaar over de vloer. Gewoon achterom. Je hoeft maar over een lage afscheidingsdraad te stappen, want hoge schuttingen bestaan nog niet. Ze gaan bij elkaar op de koffie, laten elkaars eten proeven. Moezepetazzie met worst in ruil voor nasi goreng met sambal. Voor de kinderen maakt het niet uit wie of wat de buren zijn. Verschillen in culturele achtergrond of huidskleur zijn voor hen geen thema. De jeugd speelt en ravot en vecht en vrijt met elkaar zonder aanzien des persoons.

Gemert: Indische familie voor hun nieuwe woning

Gemert: Indische familie voor hun nieuwe woning

Literatuur
Robert Armand de Haas, Enkele reis Indië-Gemert. De vestiging en integratie van Indische Nederlanders in de Noord-Brabantse gemeente Gemert, Gemert 2001.
Deel uit de reeks Bijdragen tot de geschiedenis van Gemert nr. 28. ISBN 9073621194.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.