Oorlog en Bersiap | Dr. Mary van Delden over de Republikeinse kampen in Nederlands-Indië

Humphrey de la Croix

Intro
MvD2Mary van Delden verrichtte onderzoek naar interneringskampen in Nederlands-Indië die in de Bersiapperiode 1945-1949 door de Republik Indonesia werden gebruikt om Nederlanders en Indische Nederlanders te beschermen tegen radicale Indonesische revolutionairen. Mevrouw Van Delden promoveerde in oktober 2007 aan de Radboud Universiteit met het proefschrift De republikeinse kampen in Nederlands-Indië, oktober 1945 – mei 1947. Orde in de chaos? Mary van Delden was op 14 december 2008 te gast in Nijmegen op verzoek van Stichting SARI (die IndischHistorisch.nl heeft gestart en beheert). Hoofdredacteur Humphrey de la Croix was daarbij aanwezig en geeft hieronder zijn impressies.

Controversieel
De conclusie die Mary van Delden na haar uitputtende onderzoek trok, wordt niet door iedereen die de Bersiaptijd heeft meegemaakt gedeeld.
In de bekende historicus dr. Herman Bussemaker vond zij een opponent die zelf de periode had meegemaakt en er later grondig onderzoek naar heeft gedaan. De conclusie van Mary van Delden is dat de Republikeinse kampen als beschermingskampen voor de (Indische) Nederlanders hebben gefungeerd tegen agressie van fel anti-Nederlandse Indonesische vrijheidsstrijders. Bussemaker en vele andere tijdgenoten hebben zich echter gevangen en gegijzeld gevoeld. Maar hoe kwam Mary van Delden tot haar conclusie?

Bevindingen uit het onderzoek
MvD1Mary van Delden begint met bronkritische opmerkingen over mondeling overgedragen informatie. Deze heeft zo zijn beperkinge en valkuilen. Het menselijk geheugen is niet altijd betrouwbaar doordat meningen in de loop van de tijd kunnen veranderen, geruchten toen werden feiten, hoe stond men persoonlijk tegenover de ontwikkelingen om zich heen, persoonlijke inkleuring en chauvinisme spelen soms een grote rol. Bij het houden van interviews of enquêtes is het zaak om goed vragen te formuleren. De twee hoofdvragen luidden: 1) Op welke wijze werden kampen opgezet en 2) Was men bescherm of gegijzeld? Vanwege een zo evenwichtig mogelijk beeld dienden personnen van zowel de Nederlandse als Indonesische kant in het onderzoek te worden betrokken.
De belangrijkste subvragen ter beantwoording waren 1) Hoe ontwikkelde en verliep de Bersiap in uw woonplaats?, 2) Wanneer begon uw internering, hoe verliep die en wat gebeurde er?, 3) Hoe was het leven in het kamp? en 4) Wanneer begon voor u de evacuatie vanuit het kamp naar de zogeheten (Nederlandse) bruggenhoofden in Republikeins gebied en hoe verliep een en ander?
Deze ervaringen werden aangevuld met informatie uit dossieronderzoek in onder andere het Nationaal Archief, bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), bij Defensie en in het archief van het Nederlands Rode Kruis.

Onderzoek in Indonesië
Tot haar verbazing lukte het Mary van Delden relatief vlot contact te maken met belangrijke gewezen militairen uit de dekolonisatieperiode. Sleutelfiguur was Alex Kawilarang, later commandant van de vermaarde Siliwangidivisie van de Tentara Nasional Indonesia (TNI, het Indonesische leger). Via hem volgde het in beweging zetten van tijdgenoten die een rol hadden gespeeld in de Bersiaptijd, en die hopelijk meer konden vertellen over de naoorlogse kampen. In totaal sprak Van Delden 65 veteranen, met de meesten kon ze Nederlands spreken. Vaak kwam daarbij ter sprake de opleiding en training die de Japanners hen hadden geboden. Deze gesprekken brachten Mary van Delden tot het schrijven van een afzonderlijk hoofdstuk over die Japanse opleidingen en trainingen. Waarom? Omdat de bezetter hiermee de Indonesische samenleving heeft gemobiliseerd en bewust gemaakt van een toekomstig te spelen rol in een niet-Nederlands Indonesië. Mary van Delden wil hiermee zeggen dat het beeld van de pemuda’s genuanceerder kan zijn. Het waren niet alleen maar rampokkers of extremisten die als enig doel hadden geweld tegen Nederlanders en andere Westerlingen te gebruiken. Er was stiekem een kader in wording gevormd dat verantwoordelijkheden zou moeten gaan dragen van bestuurlijke aard.

Waarom deze kampen?
Op 9 oktober 1945 schreef Soekarno aan de Britse bevelhebber generaal Christison eeen brief waarin hij naar het Britse standpunt vroeg in het (dreigende) Nederlands-Indonesische conflict. Soekarno vermoedde namelijk een niet al te neutrale houding ten gunste van de Nederlanders. Soekarno’s visie was duidelijk: de Indonesiërs verzetten zich om ideologische redenen tegen de terugkeer van de Nederlanders en het kolonialisme in het algemeen. Hij vreesde voor veel onrust wanneer de ideologische strijd als gevolg van de eigen dynamiek in een machtsvacuüm, voor een deel zou overgaan in een rassenstrijd en massahysterie met banale geweldpleging, plundering en verkrachtingen. Soekarno was bang dat de Engelsen hun afspraak met Indonesië om Nederlanders uit de voormalige interneringskampen wegens te geringe logistieke capaciteit en geringe gezagsuitoefening, niet konden nakomen. En wie zou dan de Nederlanders (en Indische Nederlanders) beschermen? Soekarno gaf aan dat niemand in Indonesië de fanatieke massa’s aan zou kunnen.
Soekarno liet daarom een order uitvaardigen om Nederlanders op Republikeins gebied voor hun eigen veiligheid te interneren. Deze begon op 11 oktober 1945. Logistiek werd aangesloten bij het door de Japanners ingestelde tonarigumisysteem. Bij de mobilisatie van de Indonesische samenleving was deze indeling in wijken de sociale eenheid. Tegenwerpingen van vooral de zijde van geïnterneerden was dat het feitelijk gijzelingskampen waren met de geïnterneerden als een soort politiek drukmiddel, te gebruiken tegen Nederland. Ook zou met name de internering van jonge Nederlandse en Indische mannen een flink aantal potentieel fel anti-Indonesische bronnen van agressie neutraliseren.

MvD3

Foto-impressie Republikeinse vrouwenkampen
Collectie: Mary van Delden ontleend aan Collectie ICRC (Internationale Rode Kruis)

Conclusies Mary van Delden
Het waren wel degelijk beschermingskampen. Vrouwen en kinderen werden uit voorzorg geïnterneerd. Dit is plausibel, gezien hun toenmalige kwetsbaarheid en verminderde weerstand en mobiliteit als gevolg van de Japanse bezettingstijd.
Onwaarschijnlijk lijkt haar de gijzelaarsinterpretatie: de Republik Indonesia was er zeer op gebrand bij de internationale gemeenschap en bij de VS in het bijzonder, goodwill te kweken teneinde de weg naar erkenning te plaveien. Er stond heel wat op het spel en een internationaal geïsoleerd Indonesië zou het moeilijk zelf redden. De VS zouden zéker de internering als gijzelaars niet accepteren.
Als precedent was er het feit dat Indonesië ex-geïnterneerden terugkomen uit Japan, conform de Britse eis, in goede orde had overgedragen aan de Britse bruggenhoofden op Republikeins gebied. De internering van Nederlanders was dus gewoon volgens afspraak met de Britten. Als bevestiging hiervan kan de verklaring op 13 maart 1946 van premier Sjahrir worden gezien, waarin de bescherming van Nederlanders en andere Westerse internees door de Republik Indonesia wordt uitgesproken.
In totaal zijn meer dan 37.000 personen in de beschermingskampen ondergebracht. Waarom er zoveel draagvlak was voor de conclusie dat het om gijzelnemen ging, verklaart Mary van Delden uit de sterk anti-Indonesische stemming die door verscheidene Nederlandse instanties die er dicht op zaten, was gecreëerd. Het beeld van kwaadwillende inlanders liet zich door de sterk traumatiserende gebeurtenissen nu eenmaal niet uitwissen. Indirect was deze stemmingmakerij mogelijk bedoeld om de toen controversiële mogelijkheid van het sturen van dienstplichtige militairen te realiseren.

Interesse in het boek?
De volledige titel luidt: De republikeinse kampen in Nederlands-Indië, oktober 1945 – mei 1947. Orde in de chaos?
ISBN: 978-90-811845-1-9
Uitgegeven in eigen beheer. Prijs: € 41,50
Bestellen via e-mailadres: vandeldenmary @gmail.com

Relevante literatuur en informatie op internet
Herman Bussemaker, Bersiap! Opstand in het paradijs: De Bersiap-periode op Java en Sumatra 1945-1946, Zutphen 2005.
Mary van Delden, De republikeinse kampen in Nederlands-Indië, oktober 1945 – mei 1947. Orde in de chaos?, Wageningen 2007.

Radioprogramma OVT (VPRO) uitzending 30 september 2007 (dr. Mary van Delden)
Radioprogramma OVT (VPRO) uitzending 12 juni 2005 (dr. Herman Bussemaker)

Kennislink.nl: website voor onderwijs.
Werkgroep Buitenkampkinderen (BKK)

Recensie
Jan Blokker in NRC Boeken van 9 mei 2008

2 reacties op “Oorlog en Bersiap | Dr. Mary van Delden over de Republikeinse kampen in Nederlands-Indië

  1. Dit boek moet gelezen worden! De beschrijving van de strijd rondom Ambarawa (mijn geboorteplaats/verblijfplaats tijdens de Jappentijd)-Magelang eo. las ik met ingehouden adem! Zo was het. Jaren geleden ontmoette ik een oudere Indonesische generatie genoot. Hij was in die tijd, not amused/begreep er niets van, dat de Republiek naast de Nederlandse confrontatie, ook nog de zorg(voedsel,medische zorg, bewaking etc.) had voor de Indo gemeenschap.

  2. Oh ja, die moorden door de pemoedas zijn maar incidenteel. Men moet het grotere geheel zien. Die goed georganiseerde, gedisciplineerde pemoedas klapten in elkaar toen een handjevol Nederlande miltairen een poltitionele actie ondernamen. Die ondankbare Nederlanders die in die ‘veilige concentratie kampen ‘ zaten. Wat verwacht je van die vuile rasistische kolonisatoren?

    Ben alleen geinteresseerd in de bronnen die van Delden gebruikt in haar dissertatie om de dissertatie aan stukken te scheuren, maar heb er geen cent voor over.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.