Familieverhalen | Repatriëring. Ode aan mijn ouders 1

Maudy Angenent-van Raemdonck heeft in drie afleveringen haar familieverhaal verteld. Zij heeft het geschreven als een ode aan haar ouders. Het verhaal is al eerder op papier gepubliceerd en IndischHistorisch.nl mag deze digitale heruitgave verzorgen voor Maudy Angenent-van Raemdonck. Wij zijn haar zeer erkentelijk voor deze aanvulling op de Indische familiegeschiedenissen.

Het verhaal over mijn ouders Ben en Tine van Raemdonck-Dumas. Een ode aan Indische ouders van toen (1)

Maudy Angenent – Raemdonck

Geboren als orang Betawi Bijna vijftig jaren liggen tussen het verleden en het heden, het toen en nu. In het jaar dat ik ter wereld kwam, was er nog sprake van een respect tussen de inwoners dáár en Nederland. Wel was het zó dat de blanke Nederlander het voor het zeggen had, de hoogste rangen bekleedde. Batavia, de hoofdstad van het eiland Java in het voormalig Nederlandsch-Indië, is mijn geboorteplaats. Wie nu spreekt over Batavia heeft het over een verleden, want nu heet dezelfde stad Jakarta.

Het ouderlijk huis Dederoeklaan 19 in Bandoeng

Het ouderlijk huis Dederoeklaan 19 in Bandoeng

Getogen in Bandoeng
Ik ben opgegroeid in Bandoeng, de koele forensenplaats in de Preanger, gelegen tussen de bergen Tangkuban Perahu (“omgekeerde prauw”) en Guntur. Het was daar goed maar op een dag werden wij zonder dat wij afscheid mochten en konden nemen, verdreven naar het koude vlakke Nederland. Ik was toen 15 jaar. Waarom we zo weg moesten? Na de soevereiniteitsoverdracht bleef mijn vader nog als de enige Nederlander aan het werk bij de Indische Pensioenfondsen in Bandung (zelfs de schrijfwijze van de plaatsnaam was aangepast!). Maar Indonesië werd voor de Indonesiërs en steeds minder van de Indischen. Op een indigoblauwe morgen zagen we onze bergen, woon- en speelplaats langzaam verdwijnen. Ook wíj zijn Nederlanders, alleen is onze huidskleur bruin. Gevraagd hebben we niet om deze verplaatsing, maar de omstandigheden en de nationaliteit wezen ons het land uit. In Nederland aangekomen, werden we opgevangen en doorgestuurd naar een duiventil in Roden waar we moesten gaan acclimatiseren en assimileren.

Mijn ouders Ben en Tine van Raemdonck-Dumas op hun verlovingsdag

Mijn ouders Ben en Tine van Raemdonck-Dumas op hun verlovingsdag

 Gezin Van Raemdonck-Dumas, Bandoeng 1943


Gezin Van Raemdonck-Dumas, Bandoeng 1943

De reis naar Nederland
Als ik terug kijk, zie ik een donkere bladzijde. Deze herinnering die geen herinnering is geeft vlagen van beelden weer: een mistige morgen tijdens aankomst en aanleggen van het m.s. Oranje op 23 september 1953.

Feest aan boord: Erica met genopt jurkje, links geflankeerd door Jane (roodkapje) en rechts Wally, met hoedje met kokarde. Allemaal mijn zusjes.

Feest aan boord: Erica met genopt jurkje, links geflankeerd door Jane (roodkapje) en rechts Wally, met hoedje met kokarde. Allemaal mijn zusjes.

De ontscheping: alle kinderen hadden tijdens de stop in het Suezkanaal in Port Said een trainingsbroek (drollenvanger) gekregen en gingen dus éénder gekleed hun nieuwe toekomst tegemoet. De bussen voor de verspreiding over Nederland stonden klaar. Veel was er niet in te laden, slechts een koffer met wat kleren en een tas met papieren. Wij, mijn ouders en vijf kinderen, een oom en tante met twee kinderen, zouden als laatsten in de verste uithoek afgezet worden in Rôon, zo klonk het tenminste. De hemel mocht toen weten waar dat lag! Uiteindelijk toen we na aankomst dit in een schoolatlas opgezocht hadden, bleken we in Roden beland te zijn. Kort na aankomst in Nederland…… in de drollenvangers.

Foto tijdens ons verblijf in Roden (Drente) Ik sta tweede van links staand

Foto tijdens ons verblijf in Roden (Drente)
Ik sta tweede van links staand

In Nederland aangekomen
De ontvangst was hartelijk, de behandeling achteraf gezien onmenselijk. Ons gezin had twee slaapkamers toebedeeld gekregen met daarin drie tweepersoonsbedden. Oom en tante kregen één kamer met twee tweepersoonsbedden. De woonkamer was voor ons, alle 11 gezinsleden groot en klein. Hier werd gegeten, geleerd en geruzied; kortom: hier speelde het leven van 11 mensen zich af. Onbegrijpelijk is dit hele dagen binnen doorbrengen, wanneer je voorheen altijd een buitenleven en warmte gewend bent geweest. Het eten was alleen goed als de controle zich gemeld had. Er was dan voor iedereen een plak gebakken lever, aardappelen en échte groenten, dus geen in elkaar gestampte prut. De koffie was vers, geen gedroogde en weer gebruikte koffiedrap, de kaas werd in plakjes geserveerd en niet de geraspte korsten die we gewend waren. Oom Bruno, een raszuivere Nederlander was het gauw zat had een klacht ingediend dat wij slecht eten kregen en wij met te veel mensen op een klein kamertje waren ondergebracht en ook dat de kinderen allemaal samen moesten slapen. Een controleur van de Dienst Maatschappelijke zorg kwam toen poolshoogte nemen. Mijn oom en zijn gezin zijn niet lang na dit bezoek verhuisd naar hotel Leegstra (als ik het goed heb) aan de Brink in Roden. Hier kregen ze een gekookt ei bij het ontbijt, dat is eigenlijk alles wat ik me van die verhuizing en verhalen kan herinneren. En wij dan? Mijn ouders zeiden: “Ach laat maar….”

Een huis maar met een schuld aan de Staat der Nederlanden
We ondervonden een ware cultuurschok. Maar die heeft, denk ik, ook een groot deel aan onze inburgering en gewenning bijgedragen. Wat vooral opviel was dat de mensen hier die je tegenkwam op de markt, zoals de straatveger, de gasman en de verkopers allemaal blánke mensen waren! Na een halfjaar contractpension kregen we een eigen huis, een huis in een volksbuurt in Groningen. Mijn ouders moesten alles wat er instond, en lag overnemen voor fl. 2000,00 een kapitaal in 1960! Dit bedrag moest aan de staat terugbetaald worden en dit is met veel moeite en verdriet gebeurd. Voor genoemd bedrag was de huiskamer belegd met een versleten, gaterig balatum. Was het gat te groot, dan lag er een oud versleten kleedje op. Er was geen badruimte; een bad moest je in de keuken nemen in een teil op de vloer. Als je klaar en schoon was kon je opruimen, dweilen en … weer opnieuw beginnen.

Langzaam maar zeker maakten we deel uit van onze nieuwe omgeving. Wij drie oudste meisjes van Raemdonck en de beide jongens Soeterik gingen naar Leek op school -de oude ULO. Ik kan me herinneren dat de ingang van de school gevormd werd door een heel brede glazen deur. Recentelijk zag ik dat die nu een lelijke blauwe houten deur is geworden.

Diaserie: Het gezin waar Maudy Angenent -van Raemdonck deel uitmaakte ging in 1953 met het m.s. ‘Oranje’ van Indonesië naar Nederland Klik op een foto om een eventueel bijschrift te lezen
Created with Admarket’s flickrSLiDR.

Wordt vervolgd

©Maudy Angenent-van Raemdonck

 

1 thought on “Familieverhalen | Repatriëring. Ode aan mijn ouders 1

  1. Beste,
    Op het moment ben ik opzoek naar meer informatie naar de tijd van mijn familie in Indië. Ik stuit echter op veel onbekende plaatsen, nummers en namen. Een van die onbekende namen is de naam Soeterik.
    Ik zag de naam voorbijkomen in uw stuk, heeft u misschien wat informatie over deze familie?

    Graag hoor ik van!

    Met vriendelijke groeten,
    Kayleigh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.