Familieverhalen | Jack Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950. Deel 1

Van de redactie (Humphrey de la Croix en Pieke Hooghoff)
Jack Hompe (1917 Batavia-2000 Nijmegen) was de enige van de vier dochters en twee zonen van het gezin van Willem Eduard Hompe die tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in Indië verbleef. Hij volgde in Nederland de Indologiestudie, terwijl de familieleden in Indië gevangen zaten. In 1945 werd hij opgeroepen naar Indië te komen en gemilitariseerd. Hij landde op Celebes waar hij verbindingsofficier tussen de Nederlandse en Australische troepen werd. Zijn vrouw meldde zich aan bij het KNIL en volgde zijn spoor als medical supply-officer. Het belangrijke en zware werk dat Jack samen met zijn vrouw verrichtte, wordt in deze bijdrage kort beschreven. Louise Hompe heeft voor ons een fragment bewerkt van de publicatie die inmiddels is uitgegeven onder de titel ‘Uitgestelde huwelijksnacht. Indische familiekroniek’. IndischHistorisch.nl publiceerde deze bijdrage in twee delen. Waar nodig of gewenst heeft de redactie nadere historische verwijzingen of achtergrondinformatie toegevoegd. Deze zijn uitgewerkt in voetnoten of tekstkaders.

Jack Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950 (1)

Louise Hompe

Familie Hompe
De grootvader van Jack Hompe, Jacobus Hendricus was de eerste uit zijn familie die naar Indië vertrok, in 1884. Uit de verbintenis van grootvader Hompe met de Kisarese njai Maria Leander wordt in 1889 Willem Eduard geboren. Willem wordt na zijn moeders dood naar het Vincentiusweeshuis van de broeders in Batavia gebracht. Hij studeert ijverig en wordt commies bij het Binnenlands Bestuur. Willem Eduard trouwt in Batavia met de onderwijzeres Maria Welter die uit een goede Indische familie kwam. Maria’s neef van vaderszijde was Charles Welter die tijdens zijn leven drie maal minister van Koloniën was. 1) Willem en Maria huwen in 1916 en krijgen 6 kinderen waaronder de oudste zoon Jack, geboren in 1917, Marianne in 1919, Tine in 1921, Willy in 1924, Ciel in 1925, Vins in 1927. 2)

Van links naar rechts: Jack Hompe's zussen Willy, Marianne, Ciel en Tine in 1939  Bron foto: privécollectie familie Hompe

Van links naar rechts: Jack Hompe’s zussen Willy, Marianne, Ciel en Tine in 1939
Bron foto: privécollectie familie Hompe

De oorlogsbelevenissen
Willem Eduard wordt in 1942 in krijgsgevangenschap genomen en en komt op 19 september 1944 om door getorpedering op het Japanse schip de Junyo Maru.3) Maria zit met haar 4 dochters in het Japanse vrouwenkamp in Ambawara, haar jongste zoon wordt overgeplaatst naar Tjimahi. Jack ontkwam hieraan omdat hij sinds 1937 in Holland was voor zijn studie Indologie. Niet veel Indische jongens werden geselecteerd voor het binnenlands bestuur. Je moest er een vergelijkend examen voor doen, en feitelijk moest je laten zien dat je nette manieren had en een Europese opvoeding had gehad. Zijn vader had zich kosten noch moeite gespaard om zijn oudste zoon voor te bereiden op een studie in Holland. Op de mulo deed Jack het niet zo goed, daarom werd hij op zijn dertiende naar het internaat van de broeders in Ambawara gestuurd. De HBS volgde hij op het Canisiuscollege in Batavia, terwijl zijn ouders naar Blitar waren verhuisd omdat zijn vader zich daar vestigde als notaris. Jack was als jongetje van acht jaar al één jaar in Nederland geweest, in 1926, omdat zijn vader in Rotterdam zijn notariële studie moest afronden. Jack koos Indologie omdat zijn studie dan door het Binnenlands Bestuur betaald werd. In 1937 vertrok hij naar Nederland, samen met 17 andere Indische jongens. Hij ging studeren aan de Rijksuniversiteit in Utrecht, waar de Indologiestudie mede was geïnitieerd door het bedrijfsleven.4) Hij sloot zich aan bij de studentenvereniging Veritas en werd lid van de Utrechtse Indologenvereniging. In 1942 studeerde hij net op tijd af, vlak daarna werd de universiteit gesloten.

Batavia 1937: de geselecteerde jongens die indologie mogen gaan studeren vlak vóór vertrek naar Nederland Jack Hompe: gehurkt geheel links met hoofddeksel  Bron foto: privécollectie familie Hompe

Batavia 1937: de geselecteerde jongens die indologie mogen gaan studeren vlak vóór vertrek naar Nederland Jack Hompe: gehurkt geheel links met hoofddeksel
Bron foto: privécollectie familie Hompe

Echtp_Hompe

Brisbane, juli 1945. Kerkelijk huwelijk Jack en Truus Hompe
Bron foto: privécollectie familie Hompe

Jack Hompe’s terugkeer naar Indië, met zijn aanstaande vrouw
Via een familielid kreeg hij een baan als bureaujurist bij de Inspectie voor de prijsbeheersing in Den Bosch en in 1944 werd hij benoemd tot griffier van de Tuchtrechter voor de Prijzen te Breda. In die tijd leerde hij zijn toekomstige vrouw Truus Hoyinck kennen. Op 15 maart 1945 werd hij opgeroepen voor Indië en werd hij gemilitariseerd als officier voor speciale diensten.5) Om Jack naar Indië te kunnen volgen meldde Truus zich aan bij het Vrouwenkorps van het KNIL en kreeg de rang van sergeant-majoor.6) Omdat ze medisch analiste was, werd ze ingedeeld bij de medische troepen als Medical Supply Officer. Jack vertrok een maand eerder naar Londen en na een kort weerzien op Camp Columbia eind juli in Brisbane, waar ze voor de katholieke kerk trouwden, zou het nog maanden duren voordat ze herenigd werden. In augustus ’45 werd Jack naar Hollandia op Nieuw-Guinea gezonden dat inmiddels bevrijd was door generaal MacArthur. De capitulatie van de Jappen maakte hij daar mee.

Stationering in Noord-Celebes najaar 1945

Samen met een detachement Australische troepen en Sangirese KNIL-lers landde Jack op Menado (Noord Celebes) om daar het gezag van de Jappen over te nemen. Jack werd verbindingsofficier tussen de Nederlandse en Australische militairen die het gezag over Oost-Indonesië kregen zoals de Engelsen dat over Java hadden.7) In december 1945 kwam Truus eindelijk ook in Menado aan en werd zij te werk gesteld als medical supply-officer in de Minahassa. Ze moest medicijnen, UNRRA-goederen en hulpgoederen uit de USA verspreiden onder ziekenhuizen en scholen.8) Vlak voordat het gezag van de Australiërs naar het Nederlands-Indische Gouvernement werd overgedragen ontstond er een opstand onder de Indische onderofficieren die veel minder verdienden dan de Europese. De voedselvoorraden gingen ook al eerst naar de Europese tangsi’s (kazernes, red.). Alle Europese gezagsdragers werden onder schot genomen en in zalen van de kazerne in Menado gedreven. Van het hoge gezag in Batavia werd geëist dat de lonen gelijk getrokken werden. Het duurde lang voordat er bericht kwam, de opstandelingen van het KNIL sloten een kongsi met de pemoeda’s en Truus en Jack werden in boten naar Morotai verbannen, een van de Noord-Molukse eilanden.

Het andere artikel in deze tweedelige publicatie:
Jack Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950 (2)

Het boek
Louise Hompe, Uitgestelde Huwelijksnacht. Indische Familiekroniek.
Uitgever: De Juiste Toon te Groningen.
Jaar van publicatie: 2010.
ISBN 9789081537513.
Verkrijgbaar via e-mailadres: l.hompe@safari-joe.nl

Noten
1) Kisarese: van het eiland Kisar in de Zuid-Molukken en noordelijk van het nabij gelegen Oost-Timor. Conradus Welter, geboren te Schiedam 29 Maart 1811 en overleden te Soerabaja 23 november 1864. Na de voortdurende achteruitgang van zijn bedrijf, vertrok hij in 1842 naar Indië (Algemeen Rijksarchief, archief van het ministerie van Koloniën, inventarisnummer 1436, exh. 15 april 1842 nummer 20); bij resolutie van 26 juli 1843 nummer 8 verleende de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië hem toestemming zich op Java te vestigen. Conradus Welter is op 1 maart 1835 te voorburg (Z.H.) gehuwd met Dorothea Louisa Constantia Cramer. Charles en Maria Welter waren kinderen van resp. Henri Louis en Guus Welter. Zoon Guus Welter trouwt met Maria Kloppenburg, telg uit een oud Hollands-Indisch geslacht. Zij krijgen 7 kinderen, de oudste dochter Maria Welter wordt geboren in 1890 in Buitenzorg. Maria wordt onderwijzeres, eerst in Buitenzorg, later in Batavia. De Welters bekleden vele gouvernementele posten en Charles Welter brengt het tot minister van Koloniën.
2) Beknopte genealogie Indische familie Hompe: Familie Hompe Willem Frederik Hompe, kastenmaker en geboren op 29 augustus 1816 huwt in 1842 [ waar in Nederland in Amsterdam] met Johanna Christina de la Porte en krijgt 7 kinderen. Het vijfde kind, Jacobus Hendricus Hompe, geboren op 11 oktober 1852 meldt zich in 1884 voor uitzending naar Indië voor het departement van oorlog, nadat zijn vrouw na twee jaar huwelijk aan TBC was overleden. Hij ontmoet de Kisarese njai Maria Leander waaruit Willem Eduard Hompe in 1889 in de tangsi van Depok geboren wordt. Omdat Maria vroeg overlijdt wordt Willem naar het Vincentiusweeshuis van de broeders in Batavia gebracht. Hij studeert ijverig en wordt commies bij het binnenlands bestuur. Willem Eduard Hompe ontmoet Maria Welter op het kerkkoor in Batavia, zij huwen in 1916 en krijgen 6 kinderen waaronder de oudste zoon Jack Hompe, geboren in 1917, Marianne in 1919, Tine in 1921, Willy in 1924, Ciel in 1925, Vins in 1927.
3)Namenlijst omgekomen op de Junyo Maru zie: http://www.wereldoorlog2.com/index.php?option=com_content&task=view&id=30&Itemid=49
4) Naast die in Leiden bestond er in Utrecht sinds 19 een opleiding Indisch Recht en Indologie. Deze opleiding profileerde zich ten opzichte van Leiden door ook het belang van het bedrijfsleven in de kolonie in te bedden in het curriculum. Omdat de nieuwe studierichting mede werd gesteund door de Bataafsche Petroleummaatschappij (Koninklijke Olie) stond het instituut ook wel bekend als de “oliefaculteit”. De uitstraling van de studie in Utrecht werd in de jaren tot de oorlog sterk bepaald door de hoogleraar F.C. Gerretson (1884-1958) die polemiseerde met de opleiding in Leiden. Gerretson was conservatief en was ook bekend als dichter-schrijver onder de naam Geerten Gossaert. Daarnaast was hij ook kamerlid voor de Christelijk Historische Unie (CHU), die in 1977 opging in het CDA.
5) Jack Hompe werd ingezet bij de Netherlands Indies Civil Administration (NICA), die in het leven was geroepen om eerst onder militair gezag en later het civiele, het bestuur en het gezag in de kolonie te herstellen. Vanaf maart 1944 actief om het burgerlijk bestuur na de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië te herstellen; zij kwamen achter de geallieerde acties aan, later gingen ze met de eerste aanval mee, vanwege communicatieve problemen. Haar taken waren: de orde herstellen en het invoeren van een regelmatig bestuur, helpen bij zuiveringen, uit de bevolking krachten aantrekken t.b.v. NICA, KNIL, Kon.Marine en civiele diensten, verdediging van bezette gebieden en het voortzetten van de strijd. Aanvankelijk opereerde ze vanuit Camp Columbia bij Brisbane in Australië, en viel onder geallieerd opperbevel. Ze verwachtten gelijk met de geallieerden op te kunnen trekken, maar de plotselinge capitulatie van Japan verraste ze, en konden ze door gebrek aan scheepsruimte en Britse medewerking niet meteen naar Java. Vooral op Java bestond er grote angst voor NICA, omdat de pemoeda’s haar zagen als zwaarbewapende macht die het Nederlands gezag moest herstellen. Begin 1946 veranderde zij haar naam in ‘Allied Military Administration Civil Affairs Branch’ (AMACAB). Na het vertrek van de Britten uit Indië/Indonesië werd de naam: “Tijdelijke Bestuursdienst”. Bron: http://home.wxs.nl/~eljee/N.htm#NICA (Netherlands Indies Civil Administration)
6) Meer over het Vrouwen Korps KNIL: Sophia van Kruyswijk – van Thiel, Vrouwenkorps van het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger 1943-1950 – motivatie en beeldvorming, Amstelveen 2003.
7) Sangirees: afkomstig van de Sangireilanden gelegen ten noorden van Sulawesi. Het Sangirees behoort tot de zogeheten Austronesische taalgroep.
8) United Nations Relief and Rehabilitation Administration (UNRRA) was een internationale commissie die in 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd opgezet om hulp te verlenen aan landen die bevrijd waren van de asmogendheden. In de praktijk hield de UNRRA zich bezig met de ondersteuning en repatriëring van zogenaamde displaced persons, mensen die zonder papieren door Europa en Azië zwierven. Dit konden vluchtelingen zijn, maar ook mensen die in concentratiekampen hadden gezeten. Later ondersteunde ze ook burgers van die landen met levensmiddelen en kleding. Later werd zaaigoed uit de VS verdeeld om de landbouw weer op gang te helpen. Ook bij de verdeling van voertuigen die in Amerikaanse legerdumps aanwezig waren speelde de UNRRA een rol. Zie verder: http://nl.wikipedia.org/wiki/United_Nations_Relief_and_Rehabilitation_Administration

Informatie op het internet
Begrippenlijst Nederlands-Indië: http://home.wxs.nl/~eljee/
Kwantitatieve informatie persoonlijke gegevenes over onder anderen de slachtoffers van de Junyo Maru: http://www.wereldoorlog2.com

Literatuur
De boeken van Van Baal en Fasseur gaan over respectievelijk praktijkervaringen als Indisch bestuursambtenaar en de opleiding tot Indisch bestuursambtenaar.

J. van Baal, Ontglipt verleden, Franeker 1988.
H.W. van den Doel, De stille macht. Het Europese binnenlands bestuur op Java en Madoera, 1808-1942, Amsterdam 1994.
C. Fasseur, De indologen. Ambtenaren voor de Oost 1825-1950, Amsterdam 2003. Over het KNIL en zijn veteranen:
Martin Elands (red.), Van strijd tot veteranenbeleid. Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en zijn veteranen 1941-2001, Amsterdam 2001.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.