Familieverhalen | Indo’s in Indonesië 2. Yan Ferdinandus, Indo uit de generatie 1945-1950

Humphrey de la Croix

Woord vooraf
De geschiedbeoefening over Indische Nederlanders vindt voornamelijk plaats dáár waar de meesten van hen wonen: in Nederland en Noord-Amerika. Er zijn mensen die dat in het perspectief van een Indische diaspora plaatsen. We mogen gelukkig constateren dat in de laatste 25 jaar de productie van geschiedenisboeken, documentaires en films over de geschiedenis van Indische Nederlanders flink is gegroeid.
De aandacht voor Indo’s die er niet in zijn geslaagd te repatriëren of gekozen hebben in Indonesië te blijven, is echter achtergebleven. De banden met Nederland zijn altijd gebleven, niet altijd via familie of vrienden maar ook mentaal. Indo’s zijn zich Nederlander blijven voelen. IndischHistorisch.nl zal met een aantal artikels deze “achtergebleven” Indischen en hun levensverhalen uit de vergetelhoek proberen te halen.

yan_ferdinandus_portret

Yan Ferdinandus thuis in Surabaya onder het portret van zijn vader Jan Voskamp die in de politionele acties dienstplicht vervulde in Indonesië
Foto: Humphrey de la Croix 2012

Yan (Jan) Ferdinandus is op 13 februari 1947 geboren in Ambon. Zijn vader was Jan Voskamp, afkomstig uit het Overijsselse Diepenveen, een dorp bij Deventer. Yan’s moeder was Naomi Ferdinandus en een geboren Molukse. Zij overleed in 1980 op 60-jarige leeftijd. Moeder was op het moment dat ze Yan’s vader leerde kennen weduwe van de Ambonnese KNIL-militair Isaac Pieter Tuanakoto. Hij is tijdens de Japanse aanval op Nederlands-Indië gevangen genomen en door onthoofding geëxecuteerd. De reden was dat de Japanners hem ervan verdachten een wapen te hebben verborgen na de capitulatie van het KNIL.
Yan Ferdinandus is secretaris van de Indo Club Soerabaja en trekt in dit verband veel op met voorzitter Eddy Samson die in het vorige artikel de hoofdrol vervulde. Yan Ferdinandus is ook actief in de Protestantse Kerk in zijn woonplaats.

Jeugd in Ambon
Na het vertrek van zijn vader in 1947 is Yan Ferdinandus door zijn moeder opgevoed in Ambon, waar hij op de katholieke lagere school zat. De Nederlandse taal heeft hij van haar geleerd, hoewel zij dat meestal zelf niet sprak in haar directe omgeving. Moeder was honderd procent Moluks en had de MULO doorlopen. Haar vader was bij leven ambtenaar in dienst van het elektriciteitsbedrijf ANIEM (N.V. Algemeene Nederlandsch-Indische Electriciteits-Maatschappij).
Yan Ferdinandus heeft tot 1957 in Ambon gewoond waarna hij met zijn moeder en twee halfzusjes uit haar eerste huwelijk naar Soerabaja is verhuisd.

smp_angela_custos_sby

De school SMP Angelus Custos, die vlak bij de katholieke kerk was in de huidige Jalan Kepanjien/Jalan Niaga Dalam in de wijk Jembatan Merahin Surabaya en waarop Yan Ferdinandus heeft gezeten
Foto: Humphrey de la Croix 2012

Soerabaja
Moeder Naomi Ferdinandus verhuisde naar Soerabaja vanwege de slechtere omstandigheden in Ambon. Maar vooral wilde ze graag terug naar Java. Als kind van een militair was ze al lang gewend geraakt aan het leven op Java. Magelang waar het KNIL een groot complex had, was haar meest vertrouwde omgeving geworden. Zoals Indonesiërs vaak doen na een ingrijpende gebeurtenis als het overlijden van een echtgenoot, was ze teruggekeerd naar de plek waar haar familie grotendeels zat en vandaan kwam. In dit geval had “terugkeer” naar Ambon niet tot een betere leefsituatie geleid.
In het begin was het zéker niet makkelijk in Soerabaja een bestaan op te bouwen. Om te beginnen was het lastig woonruimte te vinden. Het gezin betrok daarom ook meerdere woningen voordat voor langere tijd een huis was gevonden. Yan Ferdinandus zegt dat ze een soort “nomaden” waren.
Moeder Naomi had als inkomsten het pensioen van haar man, maar dat was lang niet genoeg om in het bestaan te voorzien. Ze begon daarom eten te bereiden en te verkopen om aanvullende inkomsten te hebben.
Yan ging na de lagere school naar de SMP Angelus Custos, die vlak bij de katholieke kerk was in de huidige Jalan Kepanjien/Jalan Niaga Dalam in de wijk Jembatan Merah. Daarna bezocht hij de SMA Negeri 3 in de Jalan Genteng Kali. Hij woonde met zijn moeder vlak bij de school in de Jalan Bintoro. De woonruimte was bescheiden maar in een goede buurt. Bovendien woonde hij er alleen nog met zijn moeder. Zijn twee halfzussen woonden al niet meer thuis omdat ze intussen getrouwd waren. Hij sloot de SMA in 1966 succesvol af met het diploma. Als vervolgopleiding koos Yan voor de Akademi Perhubungan Maritim Surabaya, de Soerabajase Academie voor Maritiem Transport. Deze studie beëindigde hij twee jaar later.

Werk en persoonlijk leven
Yan Ferdinandus’ eerste baan in 1969 sloot geheel aan op zijn vooropleiding. Hij kon beginnen bij het expeditiebedrijf Usaha Pangan Kota, waar hij bij de afdeling packaging werkzaamheden moest uitvoeren. Het was vaak zwaar en hard werken omdat hij naast administratie ook gewoon moest sjouwen en tillen. In 1971 stopte hij met dit werk. Een jaar lang was hij ook nog in de avonduren waiter in een nachtclub. Hij had zich intussen ook bekwaamd als een landscaper (tuinarchitect), een vak dat hij geleerd had van de broer van zijn aanstaande vrouw Tin Andiana. Yan Ferdinandus hield al op jonge leeftijd van bloemen en planten, zodat zijn hobby eigenlijk zijn beroep is geworden. Het vak van tuinarchitect doet hij vandaag de dag nog steeds en als zelfstandig ondernemer. Het verdient goed en hij vindt het leuk werk. Met trots vertelt hij de eerste te zijn geweest die een tuin mocht aanleggen in de eerste bungalow van het hotel Padepokan Cahaya Putera in het Oost-Javaanse toeristenstadje Trawas. Yan Ferdinandus vertelt hoe blij hij is geweest met de opdracht. Daar kwam nog bij dat Trawas in een prachtige omgeving lag, wat erg inspirerend werkte. Het feit dat Trawas altijd aantrekkelijk bleef voor toeristen en tweede huisbezitters vervolgopdrachten niet uitsloot. Dat was al zo in de Nederlandse tijd. Zijn werk als tuinarchitect heeft inderdaad opdrachten opgeleverd in Surabaya, Malang. Madiun, Semarang, Jakarta, Trawas en Banjermasin. Sinds 1988 is hij zich ook gaan toeleggen op het kweken van bonsaibomen, waarvoor hij veel opdrachten heeft gekregen.
Yan Ferdinandus zegt dat hij door zijn beroep tuinarchitect zijn gezin altijd goed heeft kunnen onderhouden en een goede toekomst gegeven. Al zijn vijf zoons hebben hoger onderwijs gevolgd en hebben nu goede banen. Tegenslag en verdriet zijn er ook geweest: in 2001 verloren Yan en zijn vrouw hun enige dochter als gevolg van ziekte.

Indo Club Soerabaja
Yan Ferdinandus ontmoette in 2006 Eddy Samson en Anton Eikema. Hij kwam via buren in contact met Indo’s. Van het een kwam het ander en zo raakte hij betrokken bij de Indo Club Soerabaja. Met zijn tweede zoon werd hij snel ingeschakeld om in Soerabaja Indo’s te achterhalen. Omdat hij een auto had, kon dat makkelijker. Yan Ferdinandus zegt dat de Indo Club Soerabaja een ontmoetingsplek voor Indo’s is en ook wil hij Indo’s opsporen die het minder goed hebben Bekend is dat met name de Stichting HALIN Indo’s in de stad ondersteunt.
Op 13 april 2006 is de Indo Club Soerabaja officieel opgericht. Eddy Samson was voorzitter, Yan Ferdinandus secretaris en Willem Tupan penningmeester. De club heeft geen leden, maar wel een vaste kern die wordt uitgenodigd en staat open voor nieuwe mensen. Een van de doelstellingen is ook om zoveel mogelijk Indo’s te bereiken en wie dat wil kan naar de kumpulans komen die regelmatig worden georganiseerd. De eerste kumpulan vond plaats in 2008. Indo’s die niet veel geld hebben (in ieder geval de HALIN-ondersteunden) mogen gratis deelnemen en krijgen een kaartje.

De Indo Club Soerabaya, koempoelan 24 mei 2009. Gehurkt rechts: Eddy Samson Foto: kopie van kaart Eddy Samson

De Indo Club Soerabaya, koempoelan 24 mei 2009. Gehurkt rechts: Eddy Samson Foto: kopie van kaart Eddy Samson

Yan Ferdinandus schat het aantal door HALIN ondersteunde Indo’s in Soerabaja op 40 tot 50. Op dit moment ontvangen deze mensen 400.000 rupiah (ongeveer € 32) per maand aan ondersteuning. Het geschatte minimum om van te leven is 1 miljoen rupiah per maand. Eten kost ongeveer 25.000 tot 30.000 rupiah per dag en dan komen er de huishuur en de kosten van water en stroom bij. Stichting HALIN betaalt de mensen elke 10e van de maand uit in de Gereformeerde Kerk in de Jalan. Wies Laisina voert als vertegenwoordiger van HALIN in Surabaya die maandelijkse taak uit.
Op de vraag hoe het in het algemeen gaat met de Indo’s in Soerabaja antwoordt Yan Ferdinandus deindruk te hebben dat het met de meesten wel goed gaat. De mensen die de HALIN-steun nodig hebben vormen een minderheid.

De Protestantse Kerk in Surabaya waar HALIN elke 10e van de maand de financiële ondersteuning uitbetaalt Foto: H. de la Croix 2012

De Protestantse Kerk in Surabaya waar HALIN elke 10e van de maand de financiële ondersteuning uitbetaalt
Foto: H. de la Croix 2012

Indo, Indonesiër of Nederlander?
In een interview met Radio Wereldomroep kwam de vraag wat hij zich voelde. Yan Ferdinandus antwoordde zich voor een deel Nederlander te voelen. Omdat hij eigenlijk een vaderfiguur heeft moeten missen, is hij grotendeels gevormd door zijn Indonesische familie en omgeving. Of hij een Indo is beantwoordt hij niet met ja. Wél voelt hij een aansluiting en verbondenheid met hen. Van jongs af aan kende hij Indo’s en was met hen bevriend. De laatste jaren is dat alleen maar meer geworden.
Het verhaal van Yan Ferdinandus raakt de vraag wanneer de “laatste Indo” in de zin van een echte halfbloed is geboren? In historische kringen heeft deze kwestie niet veel aandacht. In algemene zin is het verschijnsel Indo verbonden aan de koloniale periode. Zo bestaat er wel overeenstemming over dat kinderen uit een relatie tussen een Indonesiër en een Nederlander in de periode na de soevereiniteitsoverdracht niet als Indo’s worden beschouwd. Dus van een man of vrouw die nu een relatie krijgt met een Indonesische vakantieliefde en waaruit kinderen voortkomen, zijn dezen geen Indo’s te noemen. Maar hoe zit het dan met de jaren 1945 tot 1950? Tegenwoordig wordt in Indonesië vooral bij beroemdheden aangehaald dat zij een Indo zijn. Dit zijn niet “onze” Indo’s maar Indonesiërs die het kind zijn van een relatie tussen (meestal) een Westerling en een Indonesiër.
De kinderen verwekt door Nederlandse militairen in de periode 1945-1950 zouden de laatste Indo’s kunnen worden genoemd. Ze zijn de laatste die passen in de “traditie” van Nederlandse soldaten, als vertegenwoordigers van de op zijn eind zijnde koloniale overheersers, die bij de inheemse bevolking kinderen verwekten. Staatsrechtelijk is Indonesië tot 27 december 1949 geen soevereine staat en heeft Nederland de koloniale band in stand proberen te houden. In deze machtsconstellatie bestond de koloniale relatie dan nog steeds. De kinderen uit de gemengde relaties zijn qua aard dan niet anders dan die 300 jaar ervóór in de tijd van Jan Pieterszoon Coen.
In de afgelopen jaren is er voor deze onderbelichte groep meer aandacht ontstaan. Zo waren er in 2010 de televisiedocumentaire Tuan Papa en de website www.oorlogsliefdekind.nl. De casus Yan Ferdinandus past hier geheel in. De conclusie zou kunnen zijn dat hij etnisch en historisch gezien een “pur sang” Indo is. Yan Ferdinandus was daarvan niet volledig op de hoogte en geeft aan dat hij ook geen nadere informatie hoeft te hebben. Voor hem is het voldoende te weten wie zijn vader was, waar hij vandaan kwam en dat hij in Nederland halfzussen en –broers heeft. Een zekere binding met Nederland voelt hij wel, maar hij beschouwt zich als een Indonesiër met diverse achtergronden. De Indo’s hebben in zijn leven een bijzondere plaats als de mensen met wie hij verbondenheid voelt en hij zet zich in een levendige Indo-gemeenschap in stand te houden.

Yan Ferdinandus met een van zijn passies: bonsaibomen kweken

Yan Ferdinandus met een van zijn passies: bonsaibomen kweken

Meer informatie
tuan_papaVideo
DVD: Tuan Papa. Uitgebracht: Maart 2011
1 disk 81 minuten
Regie: Annegriet Wietsma

Tuan Papa vertelt het verhaal van de Nederlandse militairen in Indonesië en de kinderen die zij verwekten bij Indonesische meisjes tijdens de koloniale oorlog 1946-1949. Vaders, moeders en kinderen komen aan het woord. Veteranen van boven de 80 vertellen in alle openheid over hun liefdes in oorlogstijd. Zij waren de puberteit nog maar nauwelijks ontgroeid toen zij – vaak nog als maagd – naar Indië vertrokken. De één beleefde er twee genotvolle weken in ruil voor kleding en voedsel, een ander maakte na twee jaar romantiek al trouwplannen. Maar na de overdracht in 1949 van het eilandenrijk aan president Sukarno moesten zij allen terugkeren naar Nederland. Zij lieten duizenden kinderen achter in de nieuwe republiek. Terug in Nederland stichtten de jonge mannen nieuwe gezinnen en hielden zij hun geheim een leven lang voor zichzelf, ondanks het knagende schuldgevoel. In het nieuwe Indonesië moesten de meisjes met een half-blank kind het hoofd boven water zien te houden. De alleenstaande moeders blikken terug op romantische momenten in een ver verleden die hen voor de rest van het leven hebben getekend.

Internet
Stichting HALIN (Hulp aan landgenoten in Indonesië)
Stichting Help de Indischen in Indonesië
Stichting Tileng
Surabaya Heritage Society
Surabaya Memory (project van Petra Universiteit)

Literatuur
Vilan van de Loo, Familie gebleven. Hulp aan landgenoten in Indonesië, Edam 2009.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.