Familieverhalen | Armeniërs in Indië. Deel 2: het verhaal van Varsenike Knape-Elisha (1)

Humphrey de la Croix

Mw_Knape

Varsenike (Nike) Knape-Elisha (juli 2009)
Foto: Humphrey de la Croix

Inleiding
In het eerste deel van deze twee artikels over de Armeniërs in Nederlands-Indië, is een globaal beeld geschetst van deze kleine groep Europeanen die zéker niet onzichtbaar was in de geschiedenis van de kolonie. Naar aanleiding van ons artikel over voetbal in Indië is uit onverwachte hoek de Armeense gemeenschap bij IndischHistorisch.nl in beeld gekomen. Als een van de voetballers in die eerdere publicatie werd Piet Knape genoemd, die samen met onder anderen Beb Bakhuys en Frans Meeng in het Nederlands-Indisch elftal speelde. Piet Knape’s weduwe Varsenike Josephine Knape – Elisha (94) en haar zoon Pieter Knape reageerden enthousiast op het artikel en mevrouw Knape wilde haar verhalen kwijt over met name de gebeurtenissen tijdens en na de oorlog. Als redactie zijn we graag ingegaan op het aanbod omdat er nu een begin kan worden gemaakt om de geschiedenis van andere Europeanen in de kolonie in beeld te brengen. De persoonlijke geschiedenis van mevrouw Knape-Elisha geeft een nadere inkleuring van de Armeense gemeenschap in de kolonie tegen de achtergrond van de “grote” historische feiten.

Oorspronkelijk een familie uit Isfahan en Bagdad
Het persoonlijke levensverhaal van Varsenike (Nike) Josephine Knape-Elisha (12 juni 1916) omvat bijna de gehele laatste halve eeuw van Nederlands-Indië. Een periode die begint met de kolonie op zijn hoogtepunt als economisch wingewest, vervolgt met het ontwakend Indonesisch politiek bewustzijn en hardhandig eindigt met de Japanse bezetting en de dekolonisatie, waarna de repatriëringen volgen. Mevrouw Knape-Elisha heeft de hoogte- en dieptepunten in de koloniale geschiedenis als tijdgenote meegemaakt en vertelt er met veel vaart over. Daarbij slaagt ze er nauwgezet in details af te wisselen met grote lijnen.

Alex Elisha. Foto waarschijnlijk in Irak genomen rond 1900 Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Alex Elisha. Foto waarschijnlijk in Irak genomen rond 1900
Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Haar vader Alex Lukas Elisha was geboren in de stad Isfahan in Perzië (Iran), maar vertrok aan het einde van negentiende eeuw naar Bagdad om er te werken aan een oliepijpleiding, in opdracht van oliemaatschappij Aramco, die hem in gouden munt uitbetaalde.1) De vraag naar olie was als gevolg van verdergaande mechanisatie en industrialisatie in het Westen enorm aan het toenemen. Alex Elisha werkte daar volgens zijn dochter en kleinzoon samen met een paar Amerikaanse en Engelse collega’s. Zijn vader, mevrouw Knape’s opa, was Alex Ter Elisha, die een geestelijke was van de Armeens Orthodoxe Kerk. Het was in Bagdad dat zoon Alex Lukas Elisha zijn aanstaande bruid Blanche Essaie ontmoette. Haar vader was ook naar de regio uitgezonden door zijn werkgever.

Naar Indië: Lembang
Het jonge echtpaar besloot zijn heil te gaan zoeken in het Verre Oosten en vestigden zich in Nederlands-Indië, in Kediri op Oost-Java. Alex Elisha ging aan het werk in de tapiocafabriek van een oudoom, Golan Abkar. Die was getrouwd met een Indonesische, tante Sadim, en had drie kinderen: Martha, Laura en een zoon Jimmie. Mevrouw Knape begreep uit verhalen van haar ouders dat haar oudoom welgesteld was en een mooi huis en een “slee van een auto”, een Daimler, had. Ooit was hij als analfabeet uit Perzië aangekomen zonder enig bezit.

Vader Alex werkte hard en was spaarzaam. Omdat het loon van oom Golan niet toereikend was, wilde hij graag een eigen bedrijf hebben. Dit streven werd gehonoreerd nadat hij genoeg geld daarvoor had gespaard. Hij vertrok hij met zijn vrouw naar Lembang, in de heuvels nabij Bandoeng, om daar een thee- en kinaplantage te beginnen. Het is rond de tijd van de Eerste Wereldoorlog en de economie van Nederlands-Indië profiteert volop van de toegenomen wereldwijde vraag naar grondstoffen als olie, rubber, kina voor de farmaceutische industrie en textiel vanuit de oorlogvoerende landen. In 1916 wordt Varsenike geboren en zij zal de eerste vijf jaren van haar leven in Lembang doorbrengen.

Het reilen en zeilen van de jonge ondernemer is zelfs bisschop Thorgom Goesjakian, de latere patriarch van de Armeens-Orthodoxe Kerk in Jerusalem, niet ontgaan.2) Hij was in 1917 uitgezonden om in Brits-Indië, Birma, Thailand, Maleisië en Nederlands-Indië fondsen te werven voor de overlevenden van de genocide in 1915 van de Armeniërs. 3)Hij was op uitnodiging van Alex ter Elisha, die ook een schenking had gedaan, gekomen om de jongste dochter te dopen. De bisschop heeft aantekeningen in dagboekvorm achtergelaten, getiteld H’ndkahayk (Armeniërs in Hindoestan) en dat door het Armenisch Patriarchaat in 1941 is uitgegeven in de Armeense taal. Bisschop Thorgom: “In Lembang woont een Armenisch gezin met als gezinshoofd Alex Ter Elisha, een oprecht jonge-man uit Nieuw-Djoelfa, die tesamen met zijn vrouw en vijf dochters hier woont. Hij bezit een eigen huis en erven en een kleine met electriciteit gedreven tapiocafabriek.” (…) Zij kan zich van haar vader herinneren dat hij ‘s nachts wel eens met het geweer onder de arm en begeleid door de hond de plantage inspecteerde als hij onraad vermoedde.

De Armeense bisschop Thorgom Goesjakian op rondreis en op bezoek bij de familie Elisha (rond 1919)  Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

De Armeense bisschop Thorgom Goesjakian op rondreis en op bezoek bij de familie Elisha (rond 1919)
Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Vader vroeg overleden en de persoon van moeder Blanche belicht
De jonge mevrouw Knape heeft haar vader al jong verloren. Alex Elisha overleed in 1921 aan een hartkwaal. Moeder Blanche was ineens alleenstaande moeder geworden van vijf kinderen en eigenaresse van een plantage en fabriek. Blanche Elisha was een ondernemende persoonlijkheid die haar nieuwe situatie voortvarend invulde. Zij besloot de plantage en fabriek van haar man niet voort te zetten en verhuisde met haar kinderen naar Soerabaja. Daar begon ze een pension in de wijk Embong Malang. Dat was ook de wijk waar het gelijknamige hotel stond dat rond werd beheerd door Aratoon Marcar Jacob Boldy (zie: deel 1 van deze tweedelige serie over Armeniërs in Indië). Blanche Elisha is uiteindelijk hertrouwd met de Nederlander Mogendorf. Deze werkte bij de Nederlandse Handelsbank, na de oorlog geheten Nationale Handelsbank in Batavia.4) Na vier jaar het pension te hebben gerund, betekende dat rond 1925 verhuizing naar Batavia. Blanche was ook in meerdere opzichten een bijzondere vrouw. Ze kweekte orchideeën aan de achtergalerij van haar woning, had een kleine menagerie van aapjes, honden etc. Na het einde van de bezetting en de bersiaptijd, toen de situatie zich enigszins stabiliseerde kon men Blanche dagelijks altijd breiend aantreffend in de voorgalerij van de woning, met uitzicht op straat. Aldaar werd ze aangesproken door kennissen die haar om raad vroegen, handelaars en handlezers, die zij met haar uitgebreide kennis over astrologie etcetera nog het nodige kon bijbrengen. Van een passerende handelaar in zangvogels, kocht zij de hele mand met vogeltjes op en in het bijzijn van de verbaasde man gaf zij vervolgens de vogels de vrijheid. Op verzoek van mevrouw Van Mook (echtgenote van dr. J.J. van Mook, de Luitenant-Gouverneur-Generaal) heeft zij nog de supervisie gevoerd over de keuken in het paleis. Zij deed ook vertaalwerk, aannemelijk in het Arabisch -Frans. Ook was zij een liefhebster van bridge. Het Arabisch machtig kon ze de Arabische huisbaas goed de mantel uitvegen als hij nalatig bleef in het onderhoud van de woning. Redelijk goed ingevoerd in de koran, voerde ze regelmatig disputen met de Voorman van de Arabische gemeenschap die haar uit erkentelijkheid een exemplaar schonk van de koran, die zij, als herinnering, na haar dood bestemd had voor haar kleinzoon Pieter. Deze koran kwam echter, tientallen jaren later, in het bezit van de dominee die haar wel eens bezocht in het bejaardenhuis Nijenstede in Amersfoort. Na het overlijden van haar vader zou Varsenike Knape een periode met veel veranderingen tegemoet gaan, niet allemaal in gunstige zin…

Varsenike Elisah helemaal vooraan zittend, daaromheen haar zusters en 2 neven Weskin, Bandung circa 1920 Foto gemaakt door vader Alex Elisha  Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Varsenike Elisah helemaal vooraan zittend, daaromheen haar zusters en 2 neven Weskin, Bandung circa 1920 Foto gemaakt door vader Alex Elisha
Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Tussendoor naar Nederland op school Mevrouw Knape had vier zusters, van wie Julie en Sophie ouder waren. De twee oudste zussen zaten in Lembang op de (Rooms-)Katholieke School van Hollandse Zusters, bij gebrek aan een Armeens-Orthodoxe school. Varsenike ging in Batavia bij de Zuster Ursulinen naar school. Later zou ze met een van haar zussen naar Nederland gaan om het gymnasium te volgen. Dat was in 1931, toen ze 14-15 jaar waren. Zoals vele anderen vóór hen, gingen ze eerst met de boot naar Marseille en toen met de nachttrein naar Parijs, waar ze bij een oom en tante konden logeren. Parijs kende toen al een uitgebreide Armeense gemeenschap. In Amsterdam kwamen ze bij een Joodse familie in de kost. De twee zussen gingen naar het bekende Barlaeus Gymnasium. In hun klas zaten slechts nog twee andere meisjes, de rest bestond alleen uit jongens. Het verblijf in Nederland zou niet lang duren. Na ruim twee jaar gingen ze toch naar Indië terug en gingen in Batavia naar de HBS Sancta Ursula van het Ursulinnen Instituut. Het gebouw stond vlak bij het Koningsplein en niet ver van de toen pas gebouwde kathedraal. Na het voltooien van de HBS verloofde Varsenike zich en trouwde niet lang daarna met Frans Hartgers.

Op de voorgalerij van het pension Tanzer (gedreven door het gelijknamige echtpaar) in Djakarta, circa 1950 Zoon Pieter Knape derde van links, bij de Indonesische vrouw half op schoot, en een aantal buurtkinderen  Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Op de voorgalerij van het pension Tanzer (gedreven door het gelijknamige echtpaar) in Djakarta, circa 1950 Zoon Pieter Knape derde van links, bij de Indonesische vrouw half op schoot, en een aantal buurtkinderen
Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Huwelijk met Frans Hartgers: de jaren dertig
Varsenike Elisha trouwde niet lang na haar eindexamen HBS op 18-jarige leeftijd met Frans Hartgers, een Groninger. Ze had hem ontmoet via de kennissen met wie haar moeder en stiefvader Mogendorf gingen bridgen. Frans Hartgers was een man met een goede betrekking; hij werkte bij handelskantoor Geo Wehry & Co, en was daar stafmedewerker. Geo Wehry & Co was opgericht in in Soerabaja en verhandelde onder andere textiel, maar importeerde ook bijvoorbeeld het bekende Guiness stoutbier (“bir hitam”) uit Ierland. Samen met de Borneo Sumatra Handelsmaatschappij (later: Borsumij) en Hagemeyer behoorde het bedrijf tot de grote handelshuizen in Nederlands-Indië. Geo Wehry is in 1961 gefuseerd met Borsumij tot het huidige Borsumij Wehry. Hagemeyer bestaat nog onder dezelfde naam. Het in 1912 gebouwde kantoor en pakhuis van Geo Wehry & Co in Batavia is in 1939 door Gouverneur-Generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer heropend als museum van het oude Batavia. Heden is het een poppenmuseum geworden. Varsenike Hartgers-Elisha kreeg met haar man Frans twee zoons: Frans en Herman. Frans werd later jachtvlieger bij de Koninklijke Luchtmacht. Herman zou een loopbaan doorlopen bij de Nederlandse Spoorwegen. Het jonge echtpaar verging het voorspoedig ondanks de algehele misère als gevolg van de grote economische depressie die in 1929 was begonnen. Frans Hartgers behoorde tot de gelukkigen die zijn baan kon blijven behouden. Mevrouw Knape-Elisha maakte een opmerking over de crisisjaren die in de huidige tijd nog van toepassing zou kunnen zijn: namelijk dat de enorme waardevermindering van de gulden al tevoren in beeld was bij de zakenlui (waartoe ook echtgenoot Hartgers behoorde), maar bij het merendeel van de bevolking niet. Het was in ieder geval een realiteit dat alle pensioenen flink in waarde waren gekelderd. Van de booming business ten tijde van de Eerste Wereldoorlog en begin jaren twintig, was niet veel meer overeind gebleven. Indië was te eenzijdig afhankelijk van de grondstoffenexport en die handel was totaal ingestort. De sociaal-economische malaise was een goede voedingsbodem voor sociale en politieke ontevredenheid. Het succes van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert, vond ook weerklank in de kolonie. Op de website van Het Open Archief: “De Indische afdeling van de NSB begon zich eind 1933 te ontplooien. Na een bezoek van Mussert in 1935 steeg de aanhang van de Indische NSB behoorlijk; op haar hoogtepunt in 1937 telde ze ongeveer 5000 leden. In tegenstelling tot de NSB in Nederland nam de Indische NSB een gezagsgetrouwe, dus anti-Japanse houding aan. Daarnaast was van racisme in nationaal-socialistische zin nauwelijks sprake, gezien het feit dat vele gemengdbloedigen lid waren van de NSB. In Indië was de NSB veel meer een ultranationalistische groep mensen, die Indië als kolonie van Nederland wilde behouden. Toch verloor de NSB eind jaren dertig veel van haar leden toen duidelijk werd dat zij zich toch steeds meer op raszuiverheid richtte. In mei 1940 was het aantal leden van de NSB teruggelopen tot 1100.” 5)

Over de Armeense gemeenschap in de vooroorlogse periode
Mevrouw Knape heeft ook gewoonweg mooie herinneringen aan haar gelukkige tijd als jonge echtgenote en moeder van twee zoons. Zo kende het leven ook genoeg feest en plezier. Ze herinnert zich de feestelijke avonden in Hotel Des Indes in Batavia; als het meezat trad er een Hongaars orkest op met goede dansmuziek. Natuurlijk luisterde ze veel naar de radio waarop vooral de buitenlandse zenders populair waren. Het sociale leven van de Europeanen speelde zich ook af in de sociëteiten; soms was dat een groot gebouw zoals dat van Concordia aan in Batavia, vaak ook in een groot huis van een particulier. De Europese bevolking kwam er voor de gezelligheid en deed aan wat nu netwerken heet. Ook herinnerde zij zich de Jachtclub waar vooral de gegoede, dat wil zeggen de materieel en zakelijk vooraanstaanden, lid van waren. Tegenwoordig zouden wij zeggen, de “captains of industry”, waartoe prominente personen als bijvoorbeeld de zakenlieden George Wehry en Brandenburg van Oldsende behoorden en voor wie men, uit respect, in de Jachtclub opstond, wanneer zij met hun echtgenoten binnenkwamen. Men werd slechts selectief toegelaten in die kringen. Ook tussen de werknemers van Nederlands bedrijven bestond de gedragscode dat men niet hoorde om te gaan met werknemers (employees noemde men dat toen) van firma’s van minder aanzien. De Armeense gemeenschap was goed geïntegreerd en sprak ondanks haar geringe omvang een flink woordje mee. Bijna meer nog dan de feesten en ontmoetingen in de sociëteit, was de kerk hét ontmoetingspunt bij uitstek voor de Armeniërs. Tijdens de missen was de kerk altijd geheel vol. Het succesvol integreren binnen de Europese gemeenschap wil echter niet zeggen dat de Armeniërs alleen succes kenden. Er waren ook mensen die zich met minder tevreden moesten stellen, maar de onderlinge solidariteit binnen de gehele Armeense gemeenschap was groot. Niettemin heerste er soms een subtiel klasseonderscheid bij de gegoede en vaak op buitenlandse, vooral Engelse scholen opgeleide Armeniers die niet al te nadrukkelijk omgingen met de maatschappelijk minder geslaagde en geschoolde landgenoten, die bedrijfjes hadden als bijvoorbeeld dokarverhuurder (transportkarren). Zo ontstonden er fondsen om minderbedeelden te ondersteunen, vooral kinderen moesten de kans krijgen naar school te gaan en gezond te blijven.

Groepsfoto Armeniërs in Batavia (rond 1954). Mevrouw Knape-Elisha's hoofd zichtbaar rechtsboven naast luik. Zoon Pieter Knape rechtsvooraan staand in korte broek met donker shirt  Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Groepsfoto Armeniërs in Batavia (rond 1954). Mevrouw Knape-Elisha’s hoofd zichtbaar rechtsboven naast luik. Zoon Pieter Knape rechtsvooraan staand in korte broek met donker shirt
Bron foto: privécollectie mevrouw V. Knape-Elisha

Hoewel de Armeniërs niet eenkennig waren en er veel relaties ontstonden met Indo’s, was er toch wel sprake van een eigen identiteit door de eigen taal, geschiedenis en het geloof. In geval van mevrouw Knape kan worden gesproken van een vergaande integratie, zéker na het huwelijk met Frans Hartgers. Misschien is het wel beter te spreken van een soort kosmopolitische inslag die zoveel Armeniërs kenmerkte. Mevrouw Knape’s ouders waren deels afkomstig uit Perzië en Irak, en moeder Blanche had eerder ook in Syrië gewoond. In Irak ontmoette moeder Blanche haar latere echtgenoot, Alex Elisha. Volgens overlevering zou Blanche haar toekomstige echtgenoot hebben ontmoet via haar Franse vader, die ook actief was bij de oliewinning. Dochter Varsenike had zelf ook al twee jaar gewoond in Amsterdam. In ieder geval ontbrak het de Armeniërs in Indië niet aan een bredere blik dan de eigen directe omgeving. Echtgenoot Frans Hartgers was vanwege zijn werk ook niet beperkt tot het kantoor in Batavia. Hij reisde regelmatig naar Japan voor zaken en leerde zelfs Japans spreken. Later, in het begin van de Japanse bezetting, zullen we nog zien dat dat ineens actueel zou worden. Het jonge gezin zou niet in Batavia blijven wonen maar verhuisde eerst nog naar Linggadjati en halverwege de jaren dertig naar Semarang.

De andere artikels in deze driedelige serie
Armeniërs in Indië. Deel 1:
Armeniërs in Indië. Deel 2: het verhaal van Varsenike Knape-Elisha (1).

Noten
1) Toen eind jaren twintig olie werd gevonden in het gebied rond de Golf was de Amerikaanse Standard Oil Company of California (Socal) het eerste bedrijf dat een belangrijke concessie kreeg. Het dochterbedrijf dat in Saoedi-Arabië actief was, kreeg in 1944 de naam Arabian American Oil Company (Aramco). Vanaf 1946 was Aramco in handen van vier Amerikaanse olieconcerns: Texaco, Mobil, Exxon en Socal. Maar begin jaren zeventig keerde het tij. Al in 1968 had olieminister Yamani het idee geopperd voor Saoedische participatie in Aramco. Na lange onderhandelingen kreeg het land in 1972 een aandeel van 25 procent. Zestien jaar later was het bedrijf volledig in handen van de Saoediërs gekomen, en veranderde de naam in de huidige: Saudi Aramco.
2)Armenië was het eerste land dat het Christendom als nationale religie aannam, maar de Armeense Kerk scheidde zich in 505 van de Moederkerk omdat zij niet instemden met de besluiten van het concilie van Chalcedon van 451. In de 12e eeuw ontstonden nauwe banden tussen de Kruisvaarders en de Armeense adel in het koninkrijk Cilicië. Vandaaruit kwam een unie met Rome tot stand, die duurde van 1198-1375. Vanwege de pogingen tot Latinisering overleefde deze unie de ondergang van het koninkrijk Cilicië niet. De laatste koning, Leon VI, ging in ballingschap naar Parijs. Vanaf de 16e eeuw waren er regelmatige missioneringsactiviteiten onder de Armeniërs in het Osmaanse rijk. Daardoor is de Armeense liturgie meer door de Latijnse beïnvloed dan bijv. de Koptische of de Syrische. In 1742 (of 1738) richtte paus Benedictus XIV, naar Chaldeeuws, Melkietisch en Maronietisch voorbeeld ook een Ar- meens-Katholiek patriarchaat op. Tot patriarch werd de voordien orthodoxe bisschop Abraham Ardzivian benoemd. Deze wilde zich aanvankelijk in de Cilicische stad Sis vestigen, maar omdat de Ottomaanse overheid dat niet toeliet, koos zijn opvolger Bzommar nabij Beiroet als zetel. Van 1867-1928 was het echter tijdelijk in Istanbul gevestigd. In de Eerste Wereldoorlog werden ruim 30.000 Armeens-katholieke gelovigen vermoord. Mede als gevolg daarvan wonen de meeste gelovigen tegenwoordig in Libanon. Bron: http://www.katholiek.org/oostersekerken.htm#armeens
3)De genocide van de Armeniërs in 1915 is een politiek zwaar beladen historische gebeurtenis gebleven. Met name in Turkije kan het onderwerp niet zonder behoedzaamheid en in achtneming van wettelijke bepalingen kritisch worden bestudeerd. Voor een kort overzicht biedt de uitzending van het geschiedenisprogramma OVT van de VPRO van 20 februari 2006 een goede ingang. De titel van de uitzending was: Turkije/Armenië: genocide of propaganda? Webpagina: http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/26605365/ Verder: http://www.armeensegenocide.info/ en voor de Turkse visie: http://turkije-instituut.nl/Turkse%20standpunt–371/
4)De Nationale Handelsbank was in 1863 opgericht onder de naam Nederlandsch-Indische Handelsbank. Uiteindelijk is de bank na fusies en overnames overgegaan in de ABN AMRO Bank.
5) Het Open Archief, de website met verhalen van ‘kinderen van ‘foute’ ouders’: http://www.hetopenarchief.nl/page/2131/nl

Archieven
Privécollectie Armèn Joseph in het Nationaal Archief

Informatie op het internet
Susan Deurloo, Monument op papier, interview met Armèn Joseph. Interview (in:Pelita Nieuws oktober 2007) over Armeense gemeenschap in Nederlands-Indië.
Federatie van Armeense Organisaties in Nederland
Moesson no. 1, 15 juli 1981
Dagblad Trouw van 1 september 2003
http://www.virtualani.org/kurkdjian/index.htm (over Onnes Kurkdjian)

Literatuur
Diverse auteurs: Armeniërs in Nederland. Een verkennend onderzoek Amsterdam 2009. ISBN 978-90-9023870-8

 

1 thought on “Familieverhalen | Armeniërs in Indië. Deel 2: het verhaal van Varsenike Knape-Elisha (1)

  1. Natuurlijk tevreden doordat mijn moeder zo in de belangstelling stond. Niettemin verwondert mij dat niet meer is vastgelegd van de periode met haar tweede echtgenoot. Evenmin over de daarop aansluitende periode die begon met het overlijden van haar tweede man. Wellicht kan ik daar iets bijdragen.
    Mijn adres
    Thaler Berg 33
    84428 Buchbach
    Duitsland +49 8086 2364 987

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.