Cultuur | Help! De geschiedenis wordt vervalst. Het ontstaan van de jeugdcultuur in de jaren zestig en de Indorock. Deel 1

Van de redactie
Niemand minder dan Woody Brunings van de Crazy Rockers verzorgt een bijdrage over de interactie tussen de Indorock en de rol ervan bij het opkomen van een eigen jeugdcultuur. Uit eigen ervaringen in Nederland en Duitsland gebaseerd. IndischHistorisch.nl is vereerd dit muzieksociologische essay te publiceren. Woody Brunings bijdrage wordt in 2007 en 2008 in afleveringen gepubliceerd op deze website.

Korte biografie

De Crazy Rockers begin jaren zestig.  Bron foto: Woody Brunings
De Crazy Rockers begin jaren zestig.
Bron foto: Woody Brunings

Woody Brunings Woody Brunings (Saba 1938) is vooral bekend als leadsinger van de Indorockgroep Crazy Rockers. Al vanaf het begin in 1959 werd de band succesvol, vooral in Duitsland. Woody Brunings is onlosmakelijk verbonden met de intensieve jaren van 1959 tot 1965, waarin de Crazy Rockers vele platen opnamen en constant optredens hadden. Muziek was zijn leven, maar hij slaagde er ook in een andere passie, het studeren en kennis opdoen, de kans te geven. In 1978 behaalde hij de leraarsgraad Duits. Hij was tot zijn pensionering leraar in dat vak. Zijn interesse en toewijding aan de Duitse taal en cultuur leidde tot het behalen van het doctoraalexamen Duits taal- en letterkunde. Vermeldenswaard is zijn scriptie vanuit cultuursociologisch oogpunt over de interactie tussen muziek en het ontstaan van een jeugdsubcultuur.

Help! De geschiedenis wordt vervalst (1) Een beknopt essay over de wisselwerking van een Indische jeugdcultuur en Rock-’n-roll

Woody Brunings

Geheugen, herinnering, geschiedenis
Het lijkt er soms op dat de geschiedenis van de Indische jeugdsubcultuur- de z.g. Indo Rock- met het verstrijken der jaren door een mechanisme van zelfcensuur, versluiering en individuele amnesie aangestuurd wordt. Het is begrijpelijk dat er in het geheugen van die Exoten aus dem Tulpenland, heel wat herinneringen uit die periode opgeslagen zijn. Herinneringen die als kader voor de geschiedenis van de Indische subcultuur dienen. Het is echter moeilijk het verleden objectief te beschrijven. Men verhaalt veelal slechts over datgene dat de rock- gemeenschap of het rock- individu met betrekking tot zichzelf belangrijk vindt. Iedereen haalt immers uit de geschiedenis die relikwieën die hem het meeste sieren. Verhalen worden naar eigen dunk gereconstrueerd en vervolgens geconcretiseerd. De gereconstrueerde verhalen dreigen straks als De Geschiedenis van de Indo Rock aan de volgende generatie overgedragen te worden.

Herinneringen, die buiten het kader vallen worden vaak vergeten of zelfs verdrongen. Veel verhalen over het Indo Rock- tijdperk zijn vooral subjectief van karakter en hebben daarom betrekking op een klein gedeelte van deze korte maar dynamische periode. Er bestaat behoefte aan een helikopterview, aan objectiviteit. Veel verhalen zijn al meer dan vier decennia oud, zodat er door de jaren heen veel leemtes en verdraaiingen ontstaan zijn. Ze worden bovendien door een filter van het heden gezien en zijn daardoor veranderbaar. Ze wordt steeds meer geïdealiseerd of verguisd naarmate de tijd verstrijkt.

De rock- pioniers van het eerste uur waar wij het over hebben, zijn het subject van de geschiedenis van een Indische subcultuur. Dit restant aan levend herinneringsmateriaal staat voor de poorten van de natuurlijke grens van ouderdom en dood. De directe herinnering aan deze heroïsche Epoche dreigt daardoor als een stoere-knapen verhaal de geschiedenis in te gaan.

Ze kan slechts in de herinnering voortleven door middel van degenen die deze periode zelf beleefd hebben: de Time witnesses, mits deze bereid gevonden worden een objectief, genuanceerd en waarheidsgetrouw beeld over het fenomeen Indo Rock door te geven voor het collectieve geheugen van de volgende generaties. Voorwaar een hele opgave, want er zijn honderden verhalen over de oorsprong van de Indo Rock en haar successtory in Duitsland en de omringende landen. Iedereen wil een hoofdrol voor zich opeisen, want het succes heeft vele vaders…

Een sprongetje terug: de Restauratie van Nederlandse belangen in Indonesië
Terwijl de Geallieerde overwinnaars financieel nog volop leden onder de enorme kosten die de oorlog met zich meegebracht had, sleutelden de Bondsrepubliek en Nederland intensief aan een nieuwe identiteit. Nederland verkeerde na de traumatisch verlopen oorlog, behalve in een identiteitscrisis op nationaal en internationaal niveau, ook in een economische crisis. Het raakte in een guerrilla oorlog verzeild. Er moesten direct na alle gruwelen van de tweede wereld oorlog, bijna direct aansluitend, politionele acties uitgevoerd worden tegen de Indonesische opstandelingen. Deze acties waren bedoeld om het gezag in Indonesië te zo snel mogelijk te herstellen. Maar het bleek niet zomaar om binnenlandse ongeregeldheden te gaan, die even neergeslagen konden worden met een politionele actie. Hieruit blijkt hoe sterk het koloniale superioriteitsgevoel nog leefde. Internationaal stond er namelijk veel meer op het spel.

De eerste actie had nog wel de sympathie van de Amerikanen, maar bij de tweede actie dreigde Amerika zelfs de Marshallhulp voor Nederland in te trekken; bittere noodzaak voor de wederopbouw van het land. Gelukkig werd het dreigement ingetrokken. Met de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 moest Nederlands-Indië opgegeven worden, met alle gevolgen van dien voor de Indische Nederlanders, die de Nederlandse nationaliteit wilden behouden. Ze werden door de Indonesiërs als ‘’collaborateurs’’ van de Nederlanders gezien en daarom niet meer gewenst in de Repulik Indonesia.

Het einde van Indië en de trek naar Nederland
Nederland moest huisvesting bieden aan honderdduizenden Indische Nederlanders. De geschiedenis en de tragiek zijn voldoende bekend. Het vernederende verlies maakte Nederland een illusie armer. Nederland was zonder Indië geen imperialistische grootmacht meer, of volgens Maarten Kuitenbrouwer “Teruggezakt tot een boerderij aan de Noordzee.” Maar de Marshall hulp kwam voor herrijzend Duitsland en Nederland als geroepen. Dit uitte zich in een enorme consumptie-roes. Dit kan gezien worden als reactie op een periode van naoorlogse armoede. Duitsland profiteerde bovendien van haar rol als z.g. bufferstaat tussen het Westen en de nieuwe vijand: het Communisme in de Koude Oorlog.

Welvaartswonder
De werkeloosheid werd langzaam teruggedrongen en de lonen stegen. Deze jaren staan bekend als de jaren van de Wiederaufbau maar tevens als de jaren van de opkomst van de consumptie maatschappij. Ze stonden aan de wieg van het Wirtschafswunder. Dit ging niet van zelf, maar kon alleen maar gerealiseerd worden met keihard werken.

Ook de Indo’s werkten hard aan een toekomst in het kille moederland. Darbij kregen ze weinig of geen financiële tegemoetkoming, weinig of geen sociaal-psychologische begeleiding. Er waren nog geen vrijgevige ministers van integratie- zaken, geen inburgeringcursussen. Wel kregen de ”medelanders” afzichtelijke en slecht zittende kleding, zoals winterjassen, die tot de laatste cent afbetaald moesten worden; en dat van een schamele tegemoetkoming. Wel werden ze door een deel van het gastvrije volkje uitgescholden voor alles wat men maar als vernederend kan bedenken. Zelfs politieagenten bezondigden zich hieraan. Er was geen weg terug meer naar Nederlands-Indië. Men moest zich hier en nu richten op een nieuwe toekomst in ”het moederland”, in Amerika of Australië.

Vooruit kijken was dus ondanks alle ellende uit het verleden het motto, en… vergeten, of… verdringen. Was er dan een alternatief? Gelukkig voor hen bestaat er zoiets als de zegen van het ‘’vergeten.’’

Wordt vervolgd

Informatie op het internet
Henk Looijestijn op: http://www.xs4all.nl/~indorock/woodybruningsbio.htm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.