Week van de geschiedenis | Thema 2011: Nijmeegs blauw. Over het nieuwe ‘Bandoeng aan de Waal’

Humphrey de la Croix en Pieke Hooghoff

week_geschiedenis_2011_ik_en_wij

Het thema van dit jaar Ik en wij gaat over de bewoners van Nederland en de identiteit(en) ze (kunnen) aannemen. Zo is een Fries een Nederlander, maar ook Fries. Dat vinden misschien niet alle Friezen zo, maar het gaat wel op voor een deel van hen. Naarmate de migrantengroepen die zich de laatste zestig jaar gekomen zijn, meer generaties kennen, zal het hebben van niet alleen maar een Turkse, Marokkaanse, Griekse of Indische identiteit alleen maar zijn toegekomen.

Colourful city: waar is blauw?
Het Nijmeegse Huis van de Geschiedenis heeft aan IndischHistorisch.nl gevraagd een bijdrage te leveren in het kader van de Nijmeegse 24 uur van de geschiedenis (14 en 15 oktober). We hebben er voor gekozen de “onzichtbare” Indische aanwezigheid in de stad beter zichtbaar te maken en hebben dat gedaan in een tweegesprek. Het blauw van de zich colourful city noemende oudste stad van Nederland, was ons te flets. Is er een donkerblauw Nijmegen? De kleur rood kreeg al al aandacht vanwege de linkse signatuur van stadsbestuur en de lange traditie van links activisme: de Socialistische Partij heeft er zijn wortels, de kraakbeweging. Havana aan de Waal, Nijmegen rode stad. Recentelijk heeft is er in het kader van het 51e venster van de canon van Nijmegen een expositie geweest over de roze stad. Over de geschiedenis van homoseksualiteit en homo’s. Maar waar was de kleur van de Indo’s, die eerste grote groep immigranten na de oorlog? Waar is de geschiedenis van die blauwen?

Waarom blauw en andere kleuren niet doorkomen
De geschiedschrijving van, voor en door de nieuwe migrantengroepen staat pas in het begin van een te verwachten “ontketening”. De kleur van Marokkanen, Turken, Italianen, Grieken, Bosniërs en nog andere groepen moet nog flink doorkomen. Verwonderlijk is eigenlijk dat de geschiedenis van Indo’s, of algemener Indische Nederlanders, wél deel uitmaakt van de regulier geschiedbeoefening. De waarschijnlijke oorzaak dat Indo’s niet duidelijk “doorkomen” heeft er deels mee te maken dat zij in de bevolkingsadministratie gelabeld als “uit voormalig Nederlands-Indië, niet geregistreerd staan als afzonderlijke etnische groep. Daarnaast is de geschiedschrijving van de Indo’s sterk in handen van Randstedelijke beoefenaren.

Indische geschiedenis van Nijmegen: Bandoeng aan de Waal
Zaterdag 15 oktober in de Mariënburgkapel in het centrum van Nijmegen, in het Huis van de Geschiedenis, mochten we de het Nijmeegs blauw feller belichten. Ter onderscheid gaven we aan dat Nijmegen al langer een Indische dimensie heeft. Het was de aanmeld- en opleidingsplaats voor de aanstaande KNIL-militairen. Op het voormalige kazerneterrein zijn er nog Indische sporen achtergelaten. Het restaurant op het terrein heette eerst De Kolonie voordat het de huidige naam In de kazerne kreeg. Een losstaand gebouw behorend tot de voormalige Prins Hendrikkazerne is nu basisschool De Muze geworden. In die school zijn authentieke muurschilderingen met Indische taferelen bewaard gebleven. Voormalige ambtenaren, militairen, onderwijzers, geestelijken en ondernemers vestigden zich tot aan de Tweede Wereldoorlog niet alleen in Den Haag, Apeldoorn en Arnhem, en duidelijk ook in Nijmegen. Met het gespaarde kapitaal lieten zij opvallende en vooral grote huizen in koloniale stijl bouwen aan onder andere de Oranjesingel, Canisiussingel, Berg en Dalseweg en Groesbeekseweg. Ze kregen Indische namen: villa Padang aan de Groesbeekseweg 181, op het adres Sterreschansweg 77 staat villa Salatiga. Er was vóór de oorlog een Bandoeng aan de Waal ontstaan. Genoemd naar de welvarende Javaanse stad, waar rijke planters woonden en die bekend stond om zijn nieuwe architectuur met monumentale kenmerken. Voorbeelden zijn hotel Savoy Homann, de Polytechnische Hoogeschool en Villa Isola van mediatycoon D.W. Beretty. Indisch Nijmegen vóór de oorlog was dus de garnizoensstad en de residenties van de pensionados uit de kolonie, die van een welverdiende rust gingen genieten in een aantrekkelijke woonomgeving.

Meer Indisch in vooroorlogs Nijmegen
Een tweetal namen van bekende Indische Nijmegenaren willen we u niet onthouden. Ten eerste natuurlijk de schilder Jan Toorop, die van 1905 tot 1916 woonde op het adres Barbarossastraat 13. In het pand Dominicanenstraat 115-117 is schrijver Jan Boon geboren, beter bekend onder de pseudoniemen Vincent Mahieu en Tjalie Robinson. Toen hij in Indië werkte bij het Bataviaasch Nieuwsblad deed hij dat onder de naam…Jan van Nimwegen. Wat in 1930 er ook al was in Nijmegen: een Pasar Malam en wel ter viering van de verjaardag van 700 jaar stadsrechten. Het evenement duurde zeven dagen en werd gehouden op de Eiermarkt. Het trok op de eerste dag al meteen 3000 bezoekers. Restaurant Metropole was tijdelijk omgebouwd als Indisch restaurant. Heden ten dage is er jaarlijks in oktober een pasar malam in de Jan Massinkhal. Organisator is de Nijmeegse vereniging Indo Inn.

Een Indische diaspora
Na het einde van Nederlands-Indië als kolonie waren de Indo-Europeanen (vanwege hun gemengd Nederlands-Indonesische afkomst hadden ze de Nederlandse nationaliteit), automatisch “hun” land kwijt en waren ze ineens inwoners van de nieuwe Republik Indonesia. Bijna allemaal “repatrieerden” ze naar Nederland en een groot aantal emigreerde later naar met name de VS, Australië en Spanje. Het aantal dat in Nijmegen kwam was ongeveer 3500 en dat is nu drie generaties verder tot boven de 6000 gegroeid.

Indisch Nijmegen na de oorlog: Indo’s in nieuwbouwwijken
De nieuwe Indischgasten waren niet meer de gepensioneerden die goed geld hadden verdiend. De meeste Indo’s kwamen zonder enig bezit aan omdat ze alles hadden moeten achterlaten. Dat kwam door het haastige vertrek vanwege de toenemende anti-Nederlandse stemming in Indonesië en een andere reden was dat de kosten van verscheping hoog waren. Veel repatrianten moesten de overtocht terugbetalen aan de overheid. De nieuwkomers kwamen eerst in pensions, hotels en overheidsopvang terecht en de jaren daarna in woningen. In Nijmegen werden huizen toegewezen in nieuwbouwwijken als de landbouwbuurt, Hatertse Hei, Jerusalem, Heseveld. Wijken die decennia later sociaal-economisch achterstand opliepen en vol problemen. De Indo’s raakten snel ingeburgerd en geheel geïntegreerd in hun nieuwe omgeving. Naar verhouding waren er in de nieuwbouwwijken meer Indo’s die dicht bij elkaar woonden dan in de oudere delen van de stad. Waarom er geen Indische “getto’s” ontstonden heeft er mee te maken dat de Indo’s erg Nederlands waren georiënteerd en voor iedereen en alles openstonden. Pieke Hooghoff zegt dat in Bottendaal waar ze is opgegroeid, alleen via het ene meisje in haar klas merkte dat er vreemden waren. Grote aantallen Indo’s kan ze zich niet herinneren.
kinderen_delacroix_kolpingstr

Nijmegen wordt ‘blauwer’
Maar het Indische als nieuw element kan toch niet helemaal aan de buitenwereld voorbijgegaan zijn gegaan. Veel mensen moeten toch wel een Indische familie in de buurt, een klasgenoot hebben gekend of Indo’s ergens aan het werk gezien? Pieke: aan de invloed op het eten natuurlijk. Indo’s zijn toch altijd bezig met eten? “Ik heb trouwens een voorbeeld van zo’n invloed: vroeger stond in de Augustijnenstraat een cafetaria dat de Apendans heette en het eerste was in de stad. Ik heb er zelfs ooit gegeten met ons gezin. De eigenaar was iemand die op Bali had gewoond en het cafetaria had genoemd naar de kecak of Balinese apendans, bij toeristen welbekend.” De Nijmeegse tekstschrijver en publicist Jaap van den Born zegt het poetischer: Ik zie van hier de Augustijnenstraat Daar werd voor ’t eerst dus in zo’n bal gebeten Toen friet nog chic ‘patates frites’ heette Waar nu bruin café D’n August staat De eigenaar die heette vast geen Ali: De apendans komt van het eiland Bali

Humphrey: “Let wel! Bami- en nasiballen en later het frietje-oorlog zijn dus géén Indische etenswaren. Ze zijn commercieel slimme bedenksels van Nederlanders geweest. Echt Indisch eten doe je eigenlijk alleen bij families thuis, die elk hun eigen van generatie op generatie doorgegeven recept volgen. Mocht je Indisch eten willen koken of kant-en-klaar willen meenemen, dan is er al sinds jaar en dag in de Steenbokstraat Toko Rinus. Eigenaar Rinus Stomphorst wist al in de jaren vijftig welke nieuwe lucratieve markt ging ontstaan. Eerst ging hij als een rondreizende handelaar (warung keliling) het land door met zijn Indische producten en hij groeide uit tot een Indische cateraar en toko-eigenaar.”

Bekende Indo’s uit Nijmegen
Niet iedereen kent ze misschien of weet het: de broers Alex en Eddie van Halen hebben in Nijmegen gewoond. Om precies te zijn van 1960 tot 1962 woonden ze met hun vader Jan van Halen en Indische moede Eugenia van Beers in de Rozemarijnstraat in Jerusalem. Vader Jan was in dienst van de Luchtmacht bij de Luchtmachtkapel op de LIMOS-kazerne. Het gezin emigreerde naar Californië en kwam in Pasadena terecht. In de eind jaren zeventig zouden de broers de rockgroep Van Halen oprichten en daarmee wereldwijde successen behalen.

Nijmeegs blauw nu
Naast de pasar malam’s zijn er altijd Indische organisaties geweest. Jarenlang georganiseerd door de koninklijk onderscheiden Frits Nieraeth. De gezelligheidsvereniging Soerobojo houdt nog regelmatig dansavonden in het Kolpinghuis. Als je geluk hebt zie je nog in zang, dans en outfit de nooit verdwenen invloed van Elvis terug. Van recenter datum is het IndoFilmcafe dat maandelijks in Cinemariënburg films uit Indonesië vertoont of Nederlandse films met Indische thema’s. Indische organisaties hebben zich de laatste tien jaar gevonden in het samenwerkingsverband Stichting PION. Deze is ook de initiatiefnemer van de sinds 2006 in het stadhuis op 14 augustus jaarlijkse herdenking van de uit Nijmegen en omstreken gevallenen tijdens de oorlog in Zuidoost-Azië. Deze “Indische 4 mei” is er voor iedereen in de regio. De gemeenten Groesbeek en Heumen nemen ook deel aan de herdenking. En intussen alweer 11 jaar oud zijn de masoek sadja of inloopmiddagen voor de Indische 55 plus’ ers die elk kwartaal plaatsvinden in wijkcentrum Meijhorst. Gezelligheid, eten, dansen en elkaar ontmoeten vormen de hoofdmoot. Maar er zijn elke keer ook lezingen over Indische culturele of historische onderwerpen, een tweedehands boekenstal en er is voorlichting over pensioenen, welzijns- en inkomensvoorzieningen.

Nijmegen 14 augustus 2006. Eerste herdenking Indische gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en in periode 1945-1950  Foto: H. de la Croix

Nijmegen 14 augustus 2006. Eerste herdenking Indische gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en in periode 1945-1950
Foto: H. de la Croix

Conclusie: ik en wij?
Het Nijmeegs blauw is een lichtblauwe, subtiele tint. Wél een kleur die zichtbaar is. Soms wat meer wanneer er een pasar malam wordt gehouden, een zaal met Indo’s zit te kijken naar een film van het Indo Filmcafe of wanneer ze ’s op 14 augustus avonds in het oude stadhuis samen zijn om de gevallenen van de oorlog in het Verre Oosten te gedenken. Verwijzingen naar het Indische zijn er in de straatnamen Tjalie Robinsonstraat en Tooropstraat. De algemene conclusie is dat de Indo’s geheel zijn opgenomen in Nijmegen, in zekere mate naar buiten treden maar dat het Indische leven zich vooral binnen is terug te vinden. In de kring van familie en vrienden wordt er nog degelijk genoten van krontjongmuziek, Anneke Grönloh, Indorock en natuurlijk veel Indisch eten. Per generatie zal de Indo Nijmeegser zijn geworden, maar niet verdwenen! Het verschil Ik en Wij is in Nijmegen en overal in Nederland dus niet groot. En voor de toekomst is de gemeenteraad ermee akkoord gegaan dat een aantal straten in Nijmegen-Noord bestemd is voor namen uit de Indische gemeenschap. We mogen dat beschouwen als een erkenning en herkenning van het Nijmeegs blauw. En misschien zien we vanaf 2013 rijdend over de Oversteek van het oude Bandoeng aan de Waal in Oosterhout – Lent een nieuw Bandoeng aan de Waal ontstaan met mooie nieuwe huizen…

Informatie op het internet
www.indischhistorisch.nl (Pieke Hooghoff, Een Indisch-Nijmeegse buurt in een nieuw stadsdeel)
www.indischhistorisch.nl (Pieke Hooghoff, Tjalie Robinson, de Tjalie Robinsonstraat en Nijmegen)
www.indischhistorisch.nl (Humphrey de la Croix, Indische oorlogsslachtoffers: korte geschiedenis van herdenken in Nijmegen)

Literatuur
Jan Brabers (red.), Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nijmegen. Negentiende en twintigste eeuw, 2005.
Pieke Hooghoff, Bandoeng aan de Waal, Nijmegen 2000.
Humphrey de la Croix, Inge Dümpel, Ton van Naerssen, Karen Portier, Gelders blauw. Indisch leven in de provincie, Nijmegen 2007.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.