Sociale geschiedenis | Epidemieën in Nederlands-Indië. Deel 1: de periode 1700 – 1900

Humphrey de la Croix

Nieuwe virussen en uitbraak van epidemieën leken altijd ver weg te zijn. Nu ook was de uitbraak van het coronavirus in China op veilige afstand van ons vandaan. Echter, binnen korte tijd merken we nu als gehele samenleving de grote gevolgen wanneer een epidemie in onze eigen leefomgeving is doorgedrongen. Het publieke leven is in een tijdsbestek etmalen voor een groot deel stilgelegd.
Het is niet de eerste keer dat het koninkrijk te maken krijgt met verspreiding van ziekten op grote schaal. Nederlands-Indië, ver weg van West-Europa, heeft meerdere perioden gekend van epidemieën. In dit eerste artikel van een serie van twee geven we daarvan een kort overzicht over de periode van 1700 tot 1900. In het tweede deel komt de periode 1900 tot 1950 in beeld.

De periode 1700 – 1800
Over de tijd vóór de komst van de Nederlanders was niet bekend of zich epidemieën zich voordeden. In de periode 1600 tot 1700 vermelden Nederlandse bronnen malaria als een voorkomende ziekte. Bekend is vooral de uitbraak van malaria in Batavia. De stad was gelegen in een moerasgebied met veel muskieten om de ziekte over te dragen op mensen. Duidelijk is dat de mens de verspreiding van malaria heeft veroorzaakt. Vanaf 1733 waren namelijk ten noorden van de stad zoutwater visvijvers aangelegd. Het gebied bestond uit modderige bodem die was aangeslibd. Het brakke water van de vijvers was ideaal voor de groei van muskieten van de soort anofeles sundaicus. Vóór de aanleg van de vijvers zorgden eb en vloed voor een natuurlijk evenwicht. Het water doodde namelijk een deel van de muskietenlarven. In de afgesloten vijvers was deze stabiliserende werking van eb en vloed uitgeschakeld. De larven konden massaal ongehinderd uitkomen.
De daardoor eerste malariaepidemie die uitbrak duurde van 1733 tot 1738.  Batavia trok veel mensen uit zowel de binnen- als buitenlandse regio’s die meestal niet immuun waren voor malaria. Een bij de mensen in Batavia natuurlijk werkend immuunsysteem hadden de vele nieuwkomers niet. Met als gevolg een enorme verspreiding van de ziekte. Het aantal slachtoffers was groot. De helft van de kinderen sterft binnen twee jaar na geboorte. Hetzelfde cijfer geldt voor de nieuwkomers in de stad. 1)

De periode 1733 – 1738 was een eerste fase in de epidemie. Daarna is er in de rest van de zeventiende eeuw chronisch malaria blijven bestaan. Veel mensen werden  na 1738 en gedurende lange jaren ziek te zijn. De bevolking van Batavia was structureel niet gezond. Dat blijkt uit cijfers: van 1733 tot 1795 zijn 85.000 personeelsleden van de VOC overleden aan ziekte en slechte leefomstandigheden. Over de inheemse bevolking en andere niet-Europeanen zijn geen gegevens bekend. Dat aantal zal vele malen groter zijn dan dat van de Europese bevolking. 2)
De gevolgen voor de economie waren een voortdurend tekort aan personeel en het onder druk staan van handel en andere manieren van geld verdienen. Voortdurend moest er personeel worden geworven. En hoe onaantrekkelijk was het geworden te gaan werken in een gebied waar structurele ongezondheid normaal was geworden. De medische kennis was nog niet zover vooruitgegaan dat ziektes bestreden konden worden. Het ontstaan van immuniteit kostte jaren, eerder decennia of in het geheel niet. De ongezondheid in Batavia en andere locaties zal zéker hebben meegespeeld in de achteruitgang en ten slotte het einde van de VOC rond 1800. 3)

Afgesloten visvijvers als deze met stilstaand water vormden een ideale broedplaats voor malariamuskieten. Foto: COLLECTIE TROPENMUSEUM In een visvijver te Batavia worden met klamboe’s malarialarven gevangen in verband met een onderzoek van dr Van Breemen naar malaria TMnr 10006686.jpg

De negentiende eeuw
In 1819 veroorzaakte een bericht over uitbraak van cholera met veel doden in Malakka, Pinang en het meer dan 5.500 km westelijk van Java gelegen Mauritus. Het nieuws veroorzaakte ongerustheid in Indië. Toch was van cholera in de voorgaande twee eeuwen geen probleem geweest in de archipel. Het besef was er wel degelijk dat de ziekte mede door de vele scheepvaarten op en van de kolonie, over landsgrenzen snel zich kon verspreiden. 4)
Cholera is een heftige aanval van diarree, snel en veel vochtverlies in korte tijd. De patiënt moet braken, heeft veel dorst en voelt zich misselijk. Uitdroging leidt tot de dood. Door spierverkramping gaan aders springen; dat uit zich in een blauwe huid.
De epidemie die in 1821 naar Indië oversloeg kostte binnen enkele maanden tienduizenden dodelijke slachtoffers. In totaal geschat op 125.000.
Vanaf 1819 waren op voorspraak van medici maatregelen getroffen om cholera te voorkomen. De ingestelde Commissie van geneeskundig onderzoek en toevoorzigt was van mening dat de leefwijze van de bevolking en het klimaat gunstig waren. Een overslaan van de ziekte werd niet groot geacht. Adviezen ter voorkoming van de ziekte hielden in het extra innemen van bekend zijn geneeskrachtige kruiden, watertjes en poeders. Maar ook stoom en nuttigen van alcoholhoudende dranken werd geneeskracht toegemeten. Het jaar 1820 leek probleemloos te verlopen. Aan zelfgenoegzaamheid ontbrak het de commissie niet. 5)

Een op 21 april 1821 in het hospitaal van Semarang opgenomen patiënt met de verschijnselen van cholera deed de geruststellende houding abrupt wijzigen in schrik en verwarring. De vraag of er sprake was van cholera bleek uit de werkelijkheid. Van 22 april tot 4 mei stierven in Semarang 1.399 personen. Van hen waren 101 Europeaan, 872 Javaan, 334 uit Maleisië en 79 Chinees. Op 25 mei was het aantal slachtoffers opgelopen tot 2.033. Daarna gemiddeld met 8 per dag. De stad telde in die jaren ongeveer 36.000 inwoners. 6)
De maatregelen die de commissie de bevolking aanraadde moeten worden gezien tegen de stand van de medische wetenschap in die tijd. Kennis van bacillen en bacteriën was er nog niet. Aangenomen werd dat het via lucht, dampen uit het lichaam werd overgedragen. Die dampen noemde men miasma. Het was niet eerder dan 1883 dat de Duitse arts Robert Koch de bacterie vibrio cholerae ontdekte als veroorzaker van de ziekte. 7)
Welke maatregelen werden voorgesteld tijdens de epidemie? Eigenlijk dezelfde als die in 1819 en 1820 waren voorgesteld, uitgebreid met enkele andere. Voorbeelden waren: begraven zonder ceremonieel, uitroken van huizen, kleren van de overledene verbranden, water halen in hoger gelegen gebied in plaats van uit beken en de rivier, geen vis, schaaldieren en vet eten. Knoflook, kaneel en gember waren juist goede middelen tegen besmetting. Aanleggen van vuren moest de ziekte ook weghouden door de lucht gezond te houden. En werken onder de hitte van de zon werd afgeraden. Deze maatregelen leken erg op die tegen de pest in Middeleeuws West-Europa, 500 jaar ervóór. 8)
Inmiddels was de cholera overgeslagen naar andere eilanden. Uit Sumatra kwamen vreselijke verhalen over in de rivier drijvende lijken die deels door krokodillen waren verscheurd. 9) En tijdens de zogeheten Palembangexpeditie van het KNIL tegen de opstandige sultan van die regio stierven in de periode 8 mei tot 1 juni 126 militairen aan de blauwe ziekte.  10)

De cholerapandemie 1817-1822 die ook tot Nederlands-Indië was doorgedrongen. Kaart: https://faculty.humanities.uci.edu/bjbecker/PlaguesandPeople/lecture15.html

Het medisch-wetenschappelijke standpunt: “cholera is onbesmettelijk”
Ondanks de grote verspreiding onder mensen die dicht bij elkaar woonden, gingen medici niet uit van besmettelijkheid door contact van lichaam op lichaam. Als “bewijs” werd aangehaald dat in een hospitaal in Batavia een groot aantal militairen met cholera lag samen met een paar honderd burgers, volwassenen en kinderen. Onder deze burgers kreeg bijna niemand ook cholera. Een ander “bewijs” was dat op het eiland Banka niemand van de bevolking besmet was geraakt ondanks de regelmatig afvoer van een aankomst van met de ziekte besmette schepelingen.  11)
Uitgangspunt en overtuiging waren dat een miasma de veroorzaker was van de ziekte. Dat idee zou zo de gehele eeuw onveranderd blijven totdat er kennis was ontstaan over bacillen en bacteriën.

1851: nieuwe uitbraak van cholera
Deze nieuwe epidemie was minder heftig dan in 1821 en kostte minder dodelijke slachtoffers. Tussen 5 en 15 april waren 440 mensen besmet en stierven er 162. Half mei was de ziekte min of meer uitgeraasd. Het hoofd van de  Geneeskundige Dienst dr. Bosch schreef in zijn verslag aan de gouverneur-generaal dat de flessen choleradrank alle tijdig het crisisgebied hadden bereikt. Nog steeds was de overtuiging van de niet-besmettelijkheid leidend en dat de juiste voorzorgsmaatregelen waren genomen. Het kleinere aantal dodelijke slachtoffers was het bewijs. Was er dan geheel geen twijfel geweest over de theorie van niet-besmettelijkheid? Zéker wel! Echter, op basis van de casus van een besmette inlandse vrouw van wie de baby na geven van borstvoeding niet ziek was geworden, verdween die geringe twijfel. 12)

1864: de volgende epidemie
Cholera brak nu uit in Bantam, West-Java en verspreidde zich over geheel Indië. De medische wetenschap had nog geen nieuwe kennis voortgebracht over veroorzaken en voorkomen van de ziekte. Ze kwam, woedde hevig en verdween als het ware. Maar van echter verdwijning was geen sprake getuige het ontstaan van nieuwe epidemieën.
Opnieuw voeren we de situatie in Semarang op. Van 27 mei tot 26 oktober 1864 raakten  215 Europeanen mensen besmet, van wie er 83 stierven en 128 waren hersteld. De overige vier waren nog in behandeling. Voor de ‘inlanders’ was het beeld respectievelijk 10.127 besmettingen, 7.313 sterfgevallen en 2.811 waren hersteld. In behandeling waren 3 personen. 13)
Zoals in onder andere West-Europa waren ook in de kolonie degenen in de slechtste hygiënische omstandigheden en die dicht op elkaar woonden met velen die het meest leden onder de epidemie. En nog steeds bleef de niet-besmettelijkheid overeind als kenmerk. Toch opperde een individuele expert dat overdracht door een persoon niet geheel onmogelijk was. Bijvoorbeeld via vuile en natte kleren, eten of gebruiksvoorwerpen. Kritiek was er op de choleradrank die aan de inheemse bevolking was verstrekt en dat desondanks opnieuwe de meeste besmettingen en slachtoffers binnen die populatie was ontstaan. 14)

De Atjeh-oorlog: de jaren 1874 en 1875
Voordat de troepen van de tweede expeditie naar het opstandige Atjeh landden op 9 december 1873, waren in de volgeladen schepen al 60 personen bezweken aan cholera. De landing was eigenlijk gepland voor 20 november. Naast de sterfgevallen was er een gebrek aan drinkwater. De militairen waren daardoor extra kwetsbaar. In de gehele periode van de oorlog die duurde van 1873 tot 1914 zouden 10.000 manschappen bezwijken aan cholera, buiktyfus en beri beri. Het aantal dodelijke sterfgevallen onder de inheemse dwangarbeiders kwam uit op 25.000. 15)
In 1883 was de bacterie Vibrio cholerae ontdekt, wat nog niet meteen al tot de ontwikkeling van een medicijn zou leiden. Tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw bleef de cholera terugkeren. Nieuwe medische kennis zou dan pas tot actief terugdringen leiden.

Slot
Informatiebronnen geven niet eerder dan de achttiende eeuw aan dat in de Indonesische archipel uitbraak van epidemieën plaatsvindt. Het ‘episch centrum’ zijn stad en directe regio van Batavia. Menselijke activiteit is hoofdoorzaak. De balk achter de kust gelegen, afgeperkte visvijvers met stilstaand water zijn een ideale broedplaats voor muskieten die de ziekte overdragen. In deze vijvers is er geen eb- en vloedwerking zodat het water niet in beweging is om muskieten en hun larven te weren.
In de negentiende eeuw doet de cholera zijn intrede. De eerste vermeldingen wijzen op afkomst in Brits-Indië. De bacterie is vervolgens met de intensieve scheepvaart via het Maleisisch schiereiland naar Java gebracht. De eerste uitbraak was in 1821. In de negentiende eeuw zouden er nog nieuwe komen in 1851 en 1864. De cholera was te wijten aan de slechte woonomstandigheden, de effecten van goed en voldoende voedsel en zuiver drinkwater. Dodelijke slachtoffers vielen het meest aan de kant van de inheemse bevolking. Het aantal onder de in betere condities levende Europeanen was absoluut en relatief veel minder. In totaal kunnen in de negentiende eeuw tienduizenden personen zijn overleden aan de cholera. Doordat pas in 1883 de bacterie vibrio cholerae was ontdekt, kon voorheen geen oplossing worden gevonden tegen de ziekte.

In het tweede en slotdeel van deze artikelreeks: epidemieën in de laatste decennia van Nederlands-Indië in de twintigste eeuw.


Noten
1. Van der Brug (1994), pp. 55-60.
2. Idem, p. 173.
3. Idem, pp. 165 en 171-178.,
4. https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1935108900001a.pdf, p. 891.
5. Idem, p. 892.
6. Idem, p. 896.
7. J. Koten, Cholera, grote sterfte in de19e eeuw ook voor de genealoog relevant; bestrijding in de negentiende eeuw
8. https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1935108900001a.pdf, p. 897.
9. Idem, p. 902.
10. https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_expeditie_naar_Palembang
11. https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1935108900001a.pdf, pp. 900-901
12. Idem, p. 904.
13. Idem, p. 905.
14. Idem, pp. 905-906.
15. Van ’t Veer (1980), pp. 95, 100 en https://nl.wikipedia.org/wiki/Atjehoorlog.

Informatie op internet
J. Koten, Cholera, grote sterfte in de19e eeuw ook voor de genealoog relevant;  bestrijding in de negentiende eeuw .
https://www.google.nl/search?q=cholerabestrijding+negentiende+eeuw&ie=&oe=
D. Schoute, Enkele volksplagen in het verleden van Nederlandsch-Indië; in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde jrg 79/9, 2 maart 1935, pp. 890 – 906: https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1935108900001a.pdf
http://www.vergetenverleden.nl/cholera.html
https://www.ntvg.nl/system/files/publications/1885105410002a.pdf
https://www.ntvg.nl/artikelen/de-dienst-der-volksgezondheid-nederlandsch-indië-een-terugblik/volledig
Universiteit Irvine, artikel over cholera-epidemieën: https://faculty.humanities.uci.edu/bjbecker/PlaguesandPeople/lecture15.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Atjehoorlog
https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_expeditie_naar_Palembang

Literatuur
P.H. van der Brug, Malaria en malaise. De VOC in Batavia in de achttiende eeuw, Amsterdam 1994. Uitgever De Bataafsche Leeuw.
E.Q. Hesselink, Genezers op de koloniale markt: inheemse dokters en vroedvrouwen in Nederlandsch OostIndië, 1850-1915, Amsterdam 2009. Uitgevers: Vossiuspers en Amsterdam University Press. Ook te: downloaden.
Paul van ’t Veer, De Atjeh-oorlog, Amsterdam 1980. Uitgeverij de Arbeiderspers.