Samenleving |
De bindende kracht
van herinneringen (3)
door Josine Engels
Over de schrijfster
Josine Engels is afgestudeerd in Sociologie aan de Universiteit
van Amsterdam. Haar specialisaties waren Verzorging & Beleid
en Cultuursociologie. In juni 2009 heeft ze haar onderzoek ‘Twee
culturen aan de binnenkant’, Een onderzoek naar sociale en culturele
bindingen bij Indische senioren en de wenselijkheid van categoriale ouderenvoorzieningen,
afgerond. Voor vragen, opmerkingen of het bestellen van de gedrukte versie
van haar scriptie: www.linkedin.com/in/josineengels
of josineengels@hotmail.com
Klik hier voor de volledige versie van de scriptie ‘Twee
culturen aan de binnenkant’ (PDF-bestand)
Dit is het derde deel van een driedelige reeks.
Klik hier voor het eerste deel van De
bindende kracht van herinneringen (1)
Klik hier voor het tweede deel van De
bindende kracht van herinneringen (2)
Woon- en zorgvoorzieningen
In verschillende steden, zijn er de laatste jaren meer woon- en leefgroepen
gekomen of is er gestart met de bouw van Wibo-woningen voor Indische senioren.
Dit soort woonvormen voldoen enerzijds aan het beleid en de voorkeur voor
zo lang mogelijk zelfstandig wonen, met hulp en voorzieningen waar nodig.
Anderzijds komen ze tegemoet aan de vraag naar het wonen met mensen die een
gemeenschappelijke achtergrond delen of die zich in cultureel of sociaal opzicht
met elkaar verbonden voelen.
De wensen betreffende specifieke voorzieningen, lopen uiteen maar het belang
ervan wordt door velen benoemt. Bijvoorbeeld omdat kennis over de achtergronden
en cultuur van de Indische Nederlanders in algemene zorginstellingen veelal
ontbreekt en dat men hierdoor niet goed weet hoe met Indische Nederlanders
om te gaan.
“Ik heb een voorbeeld van een tante die na een val van de trap, ging
dementeren. Ze werd in een gewoon tehuis opgenomen. Ze had ook in een jappenkamp
gezeten. Op een bepaald moment hebben ze haar, puur uit veiligheid, vastgebonden.
Dat moet je dus nooit doen: iemand die in een kamp heeft gezeten, vastbinden.
Zó tergend!” (Mw. K)

Koningin Beatrix opent huize Rumah Kita in Wageningen (12 maart 2008)
Bron foto: © Robin Utrecht/ANP
In de doelgroepspecifieke voorzieningen wordt
deze achtergrondkennis eveneens heel belangrijk geacht:
“Het personeel heeft te maken met een groep mensen die vrijwel allemaal
heel veel hebben meegemaakt in Indië. Het grootste deel heeft nog veel
mooie herinneringen aan het Indië van voor de Japanse bezetting en Bersiap,
maar natuurlijk ook veel aan juist die ellendige jaren daar en de moeilijke
komst naar Nederland. Deze herinneringen, zowel de mooie als de hele nare,
gaan bij veel mensen die ouder worden weer een grote rol spelen. Het is dus
erg van belang dat het personeel op de hoogte is van de geschiedenis, de gebeurtenissen
en de context waarin deze gebeurtenissen plaatsvonden, om hier op in te spelen
en op een juiste manier met de mensen om te gaan. Een regel die hiervoor is
ingevoerd, is bijvoorbeeld dat het praten met de bewoners over herinneringen
aan oorlog en Bersiap plaatsvindt in de ochtend of vroege middag maar erna
niet meer, zodat het niet de hele avond en nacht door kan blijven spelen,
ze hebben dan nog de tijd om het los te laten.” (Mw. Budding, Rumah
Kita, Wageningen)
De organisaties zijn het eens over het belang van ouderenvoorzieningen voor
de Indische groep. Ze denken ook dat er de aankomende tien, vijftien jaar
nog wel vraag naar zal zijn. Ze noemen een aantal aspecten die belangrijk
zijn voor de omgang met en verzorging van Indische senioren.
Bejaardentehuis in Makassar, Zuid-Sulawesi.
Samen koken, eten, wassen en herinneringen ophalen. Kan
ook in Nederland!
Foto: Humphrey de la Croix
Mw. Budding: “Voor alle mensen
die werken in het huis zijn er een aantal aandachtspunten. Levendigheid en
gezelligheid zijn heel belangrijk, evenals warmte en aandacht. Er geldt ook
voor iedereen: het is hún huis (van de bewoners) en jij, als personeelslid,
bent daar te gast dus gedraag je je ook zo. Daar valt bijvoorbeeld ook onder
dat iedereen vanaf het binnenkomen wordt gegroet. Het kan zijn dat het niet
groeten door de betreffende bewoner anders verkeerd wordt geïnterpreteerd;
ze kunnen dan snel denken dat ze te min zijn en voelen zich gekrenkt. Voor
al het personeel geldt dat ze zich altijd heel bewust moeten zijn van de achtergrond
van de bewoners en van de omgangsvormen in de Indische cultuur. Hierin is
beleefdheid en aandacht heel belangrijk, de bejegening en bescheidenheid.
Het personeel moet er altijd alert op zijn dat ‘aloes’ (bescheiden,
beleefd) heel hoog staat bij deze mensen. Velen zullen zich niet snel uiten
als er iets is, ze zullen niet snel om hulp vragen en trekken zich eerder
terug. Het is noodzakelijk om hier rekening mee te houden anders kom je nooit
bij de hulpvraag. Ze hebben snel het gevoel te veel te zijn, willen niemand
lastig vallen, zeker niet als ze het idee hebben dat de verzorging het te
druk heeft. Het is dan ook absoluut verboden voor het personeel om te zeggen
of te laten merken dat ze het te druk hebben. Dan is namelijk de reactie van
het gros van de bewoners om niets meer te vragen.”
Mw. Wallenburg van Raffy in Breda beschrijft overeenkomstige aspecten:
“Het is hún huis, het huis is van de bewoners. Zij moeten zich
hier prettig, senang, en thuis kunnen voelen. Daarom hebben zij ook de grootste
rol gespeeld in hoe het huis ingericht en aangekleed werd, wat voor hen belangrijk
was. Raffy vindt het heel belangrijk dat medewerkers zich aanpassen aan de
bewoners en niet andersom. De medewerkers en vrijwilligers dienen zich als
gast op te stellen, de wensen van de bewoners staan centraal.”

Woonzorgcentrum Rumah Saya in Ugchelen: Indisch-Nederlandse senioren er zich
senang laten voelen
Foto: © Bjorn Kiezenberg
Mw. van Amerongen over de Indische leefstijlgroep in Weesp:
“Specifiek voor het Indische is een warme sfeer, het eten, gastvrijheid,
natuur, spiritualiteit, gemeenschapszin, vriendelijkheid en openheid. We doen
activiteiten met de bewoners zoals hapjes maken, koken, lichaamsverzorging,
muziek luisteren en maken. Ze doen ook veel actieve dingen, er wordt veel
gewandeld. Het is de actiefste groep, ze willen altijd wel even naar buiten.
Gezondheid is voor de Indische groep belangrijk dus er wordt veel aandacht
besteed aan gezonde voeding, beweging, verzorging en kruidengeneesmiddelen.
Er is ruimte voor Fytotherapie, oliën en andere natuurgeneeskunde als
daar behoefte aan is. De bewoners kunnen vaak in bad of onder de douche omdat
hygiëne heel belangrijk voor ze is. Voor de Indische groep geldt heel
sterk: als je bij elkaar woont, hoor je bij elkaar en zorg je voor elkaar.
Dit gaat zowel over de bewoners als de familie. De familie is sowieso erg
betrokken en ook veel aanwezig.”
Mw. van der Star ontwikkelt in samenwerking met Pelita al jaren verschillend
educatief materiaal voor Indische ouderen, onder andere met dementie of afasie.
Het is bedoeld om het geheugen van de ouderen te prikkelen.
“Op oudere leeftijd valt een stukje schroom en schaamte weg om over
dingen te praten. Ook valt de kracht en binding met het heden steeds meer
weg. Het korte termijngeheugen van deze mensen is niet sterk meer, terwijl
het lange termijngeheugen nog erg goed werkt.”
In zorginstellingen met een sfeervolle en herkenbare woon- en leefomgeving
voelen mensen zich meer thuis, wat een positieve invloed kan hebben op het
gevoelsleven en het gedrag van de bewoners (Shield, 2003). Dit aspect van
thuisvoelen is erg belangrijk bij alle ouderen. Het speelt echter een nog
grotere rol als ouderen een historie hebben van ontheemding en migratie. Verpleeghuis
Hogeweyk in Weesp erkent ook het belang van thuisvoelen voor ouderen en streeft
dit na met het concept van leefstijlgroepen; ze hebben acht groepen waar zeven
verschillende leefstijlen worden vormgegeven. Er zijn twee Indische groepen.
Er wordt gekeken naar allerlei verschillende aspecten die bij een bepaalde
leefstijl horen.
Mw. van Amerongen: “Technieken die ontwikkeld zijn voor dementerende
ouderen en die in veel verpleeghuizen gebruikt worden, zoals reminiscentie,
ROT, snoezelen en validation, gebruiken ze hier ook. Maar hier zit het verweven
in het dagelijks leven, er worden geen specifieke momenten voor gepland. Vierentwintig
uur per dag worden deze technieken gebruikt. Door middel van muziek, koken,
geuren en bijvoorbeeld foto’s, wordt een vertrouwde, herkenbare omgeving
gecreëerd en worden herinneringen geprikkeld. Alles gebeurt zo natuurlijk
mogelijk. Dit is ook de basisvisie van Hogewey: op een zo natuurlijk mogelijke
wijze verzorging bieden. De bewoners willen we de beleving geven van een heel
gewoon en fijn leven thuis. Het personeel draagt hierom ook gewone kleding,
geen uniform. Mensen met dementie gaan terug in de tijd. Ze leven vaak weer
in het verleden. Hierdoor voelt zo’n omgeving als dit, waar we volledig
ingaan op hun leefwereld, zo vertrouwd en prettig.”
Het is duidelijk geworden dat ‘het Indische’ voor velen, van verschillende
generaties, nog een belangrijk deel van hun identiteit en van hun leven vormt.
Ook wordt het vaak in de loop van iemands leven, met het ouder worden, steeds
belangrijker. Op welke wijze er vorm en invulling aan wordt gegeven, is heel
verschillend. Zo ook de behoeftes die daarbij horen. Hoeveel nadruk er op
ligt of wordt gelegd bij verschillende mensen, de hele complexe historie van
de Indische Nederlanders en hun komst naar Nederland, zal er nooit helemaal
los van kunnen worden gekoppeld. Het zit verweven door alle cultuuraspecten,
sociale aspecten, familiebanden en identiteit.
Dit was het laatste van de driedelige reeks artikels De bindende kracht
van herinneringen.