De
repatriëringen |
Boekbespreking
Publiciste Eveline Stoel heeft het boek 'Asta's
ogen' uitgebracht, een nonfiction verhaal over een Indische familie die eind
jaren vijftig van de vorige eeuw vanuit Surabaya neerstreek in het toen nog
erg landelijke Oss. Het is volgens de schrijfster een voor Indo's herkenbaar
verhaal van een van die vele Indische families, daarom ook exemplarisch, maar
tegelijkertijd toch zéker een bijzonder verhaal.
Asta's ogen. De levenskracht
van een Indische familie als historische bron
Humphrey de la Croix
Wanneer
je altijd op zoek bent naar Indische levensverhalen en geschiedenissen, kan
Asta's ogen je niet ontgaan. De boeken Gelders blauw en Annemarie
Cottaar's Indisch leven in Nederland, én deze website IndischHistorisch.nl
nemen Indische familie- en levensgeschiedenissen als hun hoofdbron. Waarom eigenlijk?
Een simpele reden is dat Indischen vooral mensen zijn van het directe contact
in een bij voorkeur gezellig samenzijn en het liefst vertellen. Juist in die
vertelcultuur zit veel informatie over de Indische geschiedenis verpakt. De
Indo is bij uitstek geen mens van het lezen en schrijven, nee dat zijn juist
te solitaire bezigheden. Door met Indischen samen te zijn kun je hun geschiedenis
leren kennen. Het is dan niet gezegd dat ze dan makkelijk loskomen over "moeilijke"
zaken als de oorlog en bersiaptijd, de pijn achter de repatriëring en inburgering
in Nederland, of de ontwikkeling van hun identiteit als Indo. Veel informatie
blijft ook na doorbreken van het Indisch zwijgen verhuld, gecamoefleerd en het
kost de nieuwsgierige toehoorder moeite op zijn doorvragen de "echte"
antwoorden te krijgen.
Aan deze exercitie is publiciste Eveline Stoel toch begonnen en ze heeft die
met succes volbracht! De schrijfster is zelf geen Indische maar in de familie
getrouwd (met een van Asta's kleinzoons). Als buitenstaander kan, mag en durft
ze de vragen te stellen die de familieleden niet stelden. Ondanks weigering
van nog enkele familieleden, gaan deze ten slotte om en raakte de familie erg
betrokken bij het boek. Gaandeweg waren ze allemaal erg benieuwd geworden naar
het totale verhaal.
Ik zal op in deze bijdrage niet opnieuw een uitgebreide recensie wijden aan
het boek. Elsbeth Etty heeft het uitstekend besproken in NRC
Handelsblad van vrijdag 11 juni 2010 en ik sluit me graag aan bij
haar conclusies. In deze bespreking wil ik het boek Asta's ogen vooral bekijken
op zijn waarde als historische bron. Feitelijk ligt er nu een kant-en-klaar
document dat aan de hand van een familierelaas een halve eeuw Nederlandse en
Indisch Nederlandse geschiedenis belicht. Ik wil met deze bijdrage ook een inzicht
geven in hoe we als redactie de historische dimensie als het ware toevoegen
aan een verhaal op het microniveau, anders gezegd hoe we de "grote geschiedenis"
verbinden met de "kleine geschiedenissen" van individuele personen
en families.
Het verhaal
Volgend fragment uit Elsbeth Etty's bespreking is treffend voor het
gehele boek:
"De schrijfster gebruikte persoonlijke herinneringen en foto’s van
de talrijke telgen van de familie Hoyer om het verhaal sfeer en spanning te
geven, maar de Indische couleur locale, de knap verweven historische context
en de onversneden ‘suspense’, vormen niet de kern van deze meeslepende
geschiedenis. Hoe schitterend en effectief zij de in ijltempo veranderende maatschappelijke
verhoudingen in het Indië van de eerste helft van de 20ste eeuw ook schetst,
het verhaal draait uiteindelijk om de inburgering van een berooide, uitheemse
familie in Nederland."
Asta Hoyer is de centrale figuur in dit nonfictie verhaal. Via haar persoonlijke
geschiedenis komen de laatste zestig jaar van Nederlands-Indische, Indonesische
en Nederlandse geschiedenis voorbij. Als alleenstaande moeder van acht kinderen
moest ze vanuit een comfortabele maatschappelijke situatie in Indië-Indonesië
het redden in een volkomen andere situatie. In het nieuwe en tegelijkertijd
"oude" vaderland Nederland én in een heel wat slechtere financiële
positie. Het leven dat ze heeft achtergelaten komt mondjesmaat ter sprake in
het gezin; Asta Hoyer is geheel op heden en toekomst gericht. De vragen van
haar kinderen worden weggewuifd of vaag beantwoord. Iedereen gaat dan ook gewoon
met zijn leven, dat op den duur in bijna niets verschilt van dat van de hen
"omringende Nederlanders".
Thema's in en uit het boek
Asta's ogen is het verhaal van drie (de vierde is er inmiddels ook) generaties
Indo's na Indië-Indonesië. Voor een Indische migratiegeschiedenis
zijn moeiteloos thema's te halen uit het boek:
Sociale geschiedenis: maatschappelijke positie familie Hoyer in Surabaya
vóór de oorlog. De carrière van echtgenoot George Hoyer,
onderwijs en opvoeding van de kinderen, de rol van de vrouw in casu die van
Asta Hoyer, de relatie blank en bruin, de status en het standsbewustzijn van
Indo's als Europeanen, als "bruine" Europeaan in Nederland, sociale
mobiliteit en stratificatie.
Politieke geschiedenis: bezettingstijd, bersiaptijd en dekolonisatie
en ten slotte het einde van Indië.
Economische geschiedenis: Indo's in bedrijfsleven, overheidsdienst
of als zelfstandig ondernemer.
Repatriëring: geen warga negaraschap (Indonesisch staatsburgerschap),
armoede en afhankelijkheid, transnationalisme, assimilatie, de Indische identiteit.
Cultuurgeschiedenis: de bijdrage van een Indische (sub)cultuur aan
de Nederlandse cultuur, Indo's en de multiculturele samenleving.
Een echt Indisch onderwerp uit
het thema sociale geschiedenis wordt door Eveline Stoel naar voren gehaald door
de hoofdpersoon Asta Hoyer herhaald te belichten als een Indische die zich erg
bewust is van haar Europese status en die constant wil aansluiten bij de Europeaan
en zijn waarden en normen. Dit uit zich in het niet willen praten over de inheems
Indonesische afkomst en het in verzwijgen en negeren van alles wat met het Indonesische
te maken had. De kinderen en kleinkinderen moeten op hun vragen genoegen nemen
met Asta's ontwijkende reacties. Voor Asta leek haar Indonesische kant geen
rol te spelen, maar daarbij ging ze voorbij aan de behoefte van de generaties
na haar, die erg benieuwd zijn naar het exotische deel van hun afkomst is. De
identiteit van de jongere generaties Indo's, en van elke andere etnische groep
migranten, is een belangrijk referentiepunt voor hun persoonlijke beleving.
Het volgende citaat uit het boek speelt in de eind jaren zestig, wanneer voor
het eerst geweldsexcessen begaan door Nederlandse troepen tijdens de politionele
acties ter sprake komen:
"Hun band met de archipel was nooit iets om mee te koop te lopen en
nu al helemaal niet meer. De enkele keer dat een Hoyer-kind het had gewaagd
om het verleden toch ter sprake te brengen, was de pijn in Asta's ogen te lezen
geweest, en werd het onderwerp zo snel mogelijk weer van tafel geveegd. Vragen
stellen over vroeger deden de kinderen al lang niet meer en ze doorliepen zonder
morren de maatschappelijke stadia die Asta van hen verwachtte. Toen ook Buddy
na zijn diensttijd trouwde met een Hollands meisje, wist hij dat hij zijn moeder
een groot plezier deed.".
Het
proces van integratie, inburgering of zelfs assimilatie ging de verschillen
in opvatting tonen per generatie. Als gevolg van de dwang van hun ouders (de
eerste generatie dus) om niet op te vallen en zo Hollands mogelijk te worden,
begon deze tweede generatie alsmaar kritischer te worden over de richting waarin
ze werden geduwd. Nederlandser dan hun ouders die hun het Maleis spreken ontzegden,
erop hamerden zich onopvallend te gedragen en "typisch Indische" gedragingen
afkeurden, reageerden de Indische jongeren van de jaren zestig en zeventig minder
meegaand. Ze waren als mede-vormgevers van een jeugdcultuur zich bewuster van
hun eigenwaarde en namen niet meer zomaar de heersende moraal voor lief:
"Met name Indische jongens dachten hier vaak anders over. De vooroordelen
over hun vermeende domheid en passieve instelling maakten sommigen opstandig.
Tegelijkertijd waren veel Indo's juist geliefd bij Hollandse meisjes omdát
ze er anders uitzagen, zich anders gedroegen en anders dansten-of liever: überhaupt
dansten.(...) Onzichtbaar plaatsnemen tussen de volbloed Hollanders was voor
een grote groep geen optie-als hun huidskleur dat al toeliet.".
Hiermee is niet alleen een thema uit de sociale geschiedenis aangeroerd, maar
ook cultuurgeschiedenis van de Indische migrant. Ondanks de vergaande en succesvolle
aanpassing speelde zich in de Indische huizen vaak een ander leven af. Zo waren
de huisfeestjes een bekend verschijnsel, waarbij de combinatie van informeel
samenzijn vergezeld van Indische lekkernijen die veel tijd kostten om te bereiden,
het makkelijk samengaan tussen jong en oud, en niet te vergeten de voorkeur
voor countrymuziek, rock and roll, krontjong en dansen, zorgden voor een echt
geheel verschillende sfeer dan buitenshuis in de Nederlandse omgeving. In het
toen weinig gastvrij overkomende Nederland met zijn vele kneuterige regeltjes
rond bezoek, kleding en gedrag in het openbaar, en zijn schrale keuken tekende
de Indische levenswijze en -instelling zich af als een echt te onderscheiden
andere subcultuur, van een eigen etnische groep. Misschien zagen veel Indo's
dit niet zo, maar het was Tjalie Robinson die ervoor pleitte te accepteren en
uit te dragen dat de Indo een geheel eigen, authentieke cultuur bezat. Ondanks
Asta Hoyer's exclusieve gerichtheid op het Nederlandse, was zij met haar familie
toch ook Indischer dan ze zelf dachten. En dat kwam dus door die alledaagse,
"gewone" Indische zaken als het eten, de enorme familieband, de details
in lichaamstaal, bepaalde rituelen.
Als laatste thema dat ik uit het boek haal en mooi om uit te werken, is die
van de lokale, of in geval de familie Hoyer, stadsgeschiedenis. Op dat niveau
is het bij uitstek mogelijk om de geschiedenis van de Indische migranten samen
te laten vallen met de Nederlandse samenleving. Deze benadering kan natuurlijk
ook voor de geschiedenis van migrantengroepen als Turken, Marokkanen, Italianen
en wie daarna ook is gekomen. Het boek maakt nieuwsgierig naar wie de andere
bewoners van hun wijk in Oss waren, tussen wie de familie Hoyer terechtkwam.
Wat deden zij voor werk, ging iedereen gelijkelijk profiteren van de welvaartsstaat,
hoe keken zij naar de nieuwkomers, hoe was hun levensstijl?
Slot
Het boek Asta's ogen is geheel een kolfje naar onze hand, om het maar
eens in een goed Nederlands gezegde samen te vatten. Het past in onze visie
op de website IndischHistorisch.nl omdat de mensen die de Indische geschiedenis
met z'n allen vormen, de primaire bron zijn. Indischen zijn zo bang dat hun
geschiedenis niet bekend is of wordt gemaakt. Maar geschiedenis wordt geschreven
op basis van bronnen. Asta's ogen is een mooi voorbeeld van het doorbreken
van het geduchte Indisch zwijgen en breekt een lans voor het verder onthullen
van die nog vele stille levensgeschiedenissen.
Met dit boek heeft de niet-Indo Eveline Stoel een voor Indischen en niet-Indischen
herkenbaar verhaal geschreven. Het is nonfictie maar het heeft een literaire
stijl die de soms dramatische feiten invoelbaar maken. Stoel is erin geslaagd
informatie van verschillende familieleden tot één verhaal te smeden.
De hoofdpersoon is niet bij voorbaat als een soort heldin neergezet, maar wel
in eigen waarde gelaten en met nadruk op de dominante rol die de waarden en
normen van de toenmalige koloniale samenleving op haar vorming hebben uitgeoefend.
Zo voelde ik zelf ergernis bij het lezen van Asta's afkeurende reactie op de
verkering van een van haar dochters met een Indische jongen van een lagere sociale
status. Asta Hoyer's verhaal is het relaas van de typische tragiek van Indische
Nederlanders die hun moederland eigenlijk gedwongen hebben verlaten en opnieuw
een leven moesten opbouwen. Het enige referentiekader was dat van de waarden
en normen in de kolonie; die heeft ze nog steeds als houwvast gebruikt in Nederland.
Asta Hoyer staat voor de zorgzame Indische moeder, die er voor heeft gewaakt
dat haar kinderen zich op het Nederlandse zouden blijven oriënteren. Ze
eiste mijn of meer dat zij en haar kinderen sociaal moesten stijgen, een gegeven
die als een rode draad door de Indische geschiedenis loopt.
Ten slotte is Asta's ogen mooi voorbeeld van een microgeschiedenis
waaruit vele relevante historische thema's kunnen worden uitgesponnen. Er is
nog veel om te onderzoeken; bijvoorbeeld de sociale stratificatie en mobiliteit
van Indische Nederlanders, de bijdrage aan de multiculturele samenleving, stadsgeschiedenis
en de rol van Indischen en Indische wijken etcetera.
___________________________
Eveline Stoel, Asta's ogen. De levenskracht van en Indische familie.
Amsterdam 2010.
Uitgever: Nijgh en Van Ditmar.
ISBN: 9789038893235.
Prijs: € 19,95.