De
Indische repatriëringen |
Eerder gepubliceerd onder het thema 'Repatriëring':
In
Gemert werd iets bijzonders verricht...(Deel 1: november 2007)
In
Gemert werd iets bijzonders verricht …(deel 2: februari 2008)
In
Gemert werd iets bijzonders verricht...(deel 3: maart 2008)
Afscheid
van de Indische samenleving (februari 2008)
Repatriëren
als verstekeling. Deel 1 Henk Huwaë als een van de jongste verstekelingen
naar Nederland in 1958 (augustus 2008)
Repatriëren
als verstekeling. Deel 2 Oscar de la Croix
(augustus 2008)
Pension
Ons Huus in Arnhem, 1958-1962 (november 2008)
Vertrek, repatriëring, inburgering
We hebben het begrip repatriëring uitgebreid met de aanloop tot vertrek
uit Indonesië en de inburgering na aankomst in Nederland. Deze drie elementen
vormen samen één historisch proces en meer nog werden ze als
zodanig beleefd door de betrokkenen. Hopelijk zal informatie die deze tijdgenoten
ter beschikking willen stellen daarover meer opheldering geven.
We spreken hier bewust van repatriëringen omdat de Indische migratie
uit Indonesië in meerdere golven kwam. De periode waarover het gaat loopt
van 1945 tot 1965. Het grootste deel van de in totaal meer dan 300.000 repatrianten
kwam in de drie golven tussen 1950 tot 1963: ongeveer 210.000 personen. Per
golf kwam er ook een anders samengestelde groep naar Nederland. De eerste
twee golven waren het vooral totoks of in Indië geboren blanke Nederlanders
die repatrieerden. De “echte” Indo’s kwamen vooral met de
derde en vierde golf. Voor alle repatrianten was de overtocht het begin van
een nieuw leven en ze moesten allemaal inburgeren in Nederland.
Als bijdrage over de eerste stappen op Nederlandse bodem en de daaropvolgende
inburgering, vindt u het verhaal van de vestiging van Indische
Nederlanders in het Brabantse Gemert. Rob de Haas was een van hen. Eerder,
in 2001, heeft hij daarover het boek Enkele reis Indië-Gemert
geschreven. Hij heeft nu materiaal dat daarin niet is verwerkt gebruikt voor
publicatie op IndischHistorisch.nl
Moederland
en vaderland
De meeste Indische Nederlanders hadden op het moment van de soevereiniteitsoverdracht
aan de Republik Indonesia, door geboorte het voormalige Nederlands-Indië
als moederland. Formeel was Nederland het vaderland. We weten ook dat het
voor veel Indischen erg moeilijk en vreemd moet zijn geweest dat ze Java,
Bali, Celebes, Sumatra, Borneo en andere eilanden moesten gaan inruilen voor
het verre onbekende vaderland aan de Noordzee. Begrijpelijk is dat in de meeste
verhalen over de repatriëring vooral de eerste jaren in Nederland aan
bod kwamen. Minder informatie is er over de aanloop tot de repatriëring.
Bijvoorbeeld wanneer besloot men te vertrekken naar Nederland en waarom. Hoe
zat het met de familieleden die achterbleven? Waren er daardoor veel gebroken
families? Hoe zat het met de contacten later; zijn die gebleven?
In
Indonesië blijven, repatriëren, inburgeren in Nederland
Een aantal onderwerpen die we willen uitwerken op IndischHistorisch.nl gaat
niet alleen over de tocht naar Nederland, de opvang in kampen, kazernes, contractpensions
en het beruchte meubelvoorschot.
Graag nodigen we u uit uw verhaal te vertellen, op te schrijven of materiaal
als foto’s, films, dagboeken, documenten en dergelijke via IndischHistorisch.nl
te publiceren.
Hieronder een aantal van die onderwerpen in vraagvorm:
U
kunt waarschijnlijk nog veel meer vragen en onderwerpen bedenken. Graag vernemen
we die!
En uw verhaal, schriftelijk materiaal zoals dagboeken en documenten, foto’s,
films of geluidsfragmenten vormen de bronnen om de geschiedenis van de Indo’s
te leren kennen.
U kunt met ons contact opnemen door te mailen naar info@indischhistorisch.nl
of via het contactformulier.
Maak gebruik van het Forum om met anderen
informatie uit te wisselen.
Repatriëren
en inburgeren in Brabant
Rob de Haas (Batavia 1948)
In Gemert werd iets bijzonders verricht …
Stel je voor. In een kleine Nederlandse plattelandsgemeente, van zeg 7000 zielen,
vindt in korte tijd, bijvoorbeeld binnen twee jaar, een invasieplaats van zo’n
600 asielzoekers. Anno 2007 zou het dorp letterlijk en figuurlijk te klein zijn.
En
toch is het dat wat zonder al te grote problemen gebeurde in het gemoedelijke
Brabantse Gemert van 1951-1952. Maar liefst 120 Indische KNIL-gezinnen bestaande
uit ruim 600 personen kregen er een splinternieuwe woning. Het dorp moest er
met twee grote wijken voor worden uitgebreid. Het inwonertal van Gemert groeide
explosief met ruim 9 %. De landelijke pers berichtte vol lof over de wijze waarop
de gemeente de opvang geregeld had. Niet dat de inburgering geheel pijnloos
is verlopen, maar van noemenswaardige spanning tussen de twee bevolkingsgroepen
is nooit sprake geweest. Nog steeds wonen veel Indischen van de tweede en derde
generatie volledig geïntegreerd in Gemert. De eerste is al bijna uitgestorven.
Binnenkort wordt een Indië-plantsoen aangelegd ter herinnering aan deze
gedenkwaardige, vreedzame invasie.
Repatriëring
In de voormalige kolonie Nederlands-Indië komt het proces van soevereine
bewustwording eind 19e, begin 20ste eeuw voorzichtig op gang. Na de Tweede Wereldoorlog
is er echter geen houden meer aan. ‘Indonesië aan de Indonesiërs’
roepen Soekarno en de zijnen. Helaas gaat dit gepaard met geweld. De onafhankelijkheid
en merdeka (vrijheid) moeten met wapens op Nederland bevochten worden.
Ten
koste van duizenden slachtoffers. Aan weerskanten. ‘Vrijheidsstrijd’
heet het aan Indonesische kant. ‘Politionele acties’ aan Nederlandse
zijde. Prestige en grote ego’s bepalen de agenda van een desastreuze politiek.
Als regeringen bakkeleien delven de onderdanen het onderspit.
Meer dan driehonderdduizend Nederlanders en Indische Nederlanders zijn gedwongen
hun moederland voorgoed te verlaten. Ze hebben weinig keus, ook al probeert
de Nederlandse regering hen anders te doen geloven. Repatrianten worden ze genoemd.
Mensen die terugkeren naar hun vaderland. Het gros is nog nooit in het koude
‘patria’ geweest.
Opvang
Op zo’n grote vloot vluchtelingen is Nederland niet berekend. De ontheemden
worden opgevangen in kampen, waaronder die van Westerbork en Vught, waaruit
nog maar enkele jaren geleden joden zijn weggevoerd. Nood kent geen scrupules.
Contractpensions en hotels dienen zich bij bosjes aan. Aan ellende valt immers
een aardige stuiver te verdienen. Degenen die geluk hebben, kunnen bij familie
terecht. Als je het geluk wilt noemen, want de Nederlanders zijn over het algemeen
maar klein behuisd. Behelpen is het.
De Nederlandse regering doet meermalen een dringend beroep op gemeenten en provincies
om woningen beschikbaar te stellen voor de Indische landgenoten. Pas als minister
In ’t Veld in 1950 met een stimuleringsplan voor de woningbouw op de proppen
komt, reageren de lokale overheden. Voor elke woning die aan een Indische repatriant
gegeven wordt, mag de gemeente er een bouwen voor de eigen inwoners. Plus nog
eens 25 % extra.
Gemert
Het bestuur van de Brabantse Peelgemeente Gemert had er wel oren naar. Met die
extra huizen kan de ernstige woningnood voor een belangrijk deel worden gelenigd.
Te
veel Gemertenaren leven in krotten, in schuren, in onbewoonbaar verklaarde woningen.
Tientallen jonge, getrouwde stellen wonen in bij hun ouders. Niet zelden ook
met kleine kinderen. Een onhoudbare situatie. Dus stelt het college van burgemeester
en wethouders een ambitieus plan op. Het wil aan 120 KNIL-gezinnen wel onderdak
bieden. De commandanten van de nabijgelegen vliegveld Volkel en Eindhoven zoeken
woongelegenheid voor militair personeel. Gemert ligt precies tussen beide luchtmachtbases
in. De rekensom is gauw gemaakt. Voor militairen geldt echter een lager percentage
(12 %). Dus 120 woningen voor Indische militairen en 132 woningen voor Gemertse
burgers. Dat zet tenminste zoden aan de dijk.
Literatuur: Robert Armand de Haas, Enkele reis Indië-Gemert. De vestiging
en integratie van Indische Nederlanders in de Noord-Brabantse gemeente Gemert,
Gemert 2001. Bijdragen tot de geschiedenis van Gemert nr. 28. ISBN 9073621194.
Ga naar het vervolg:
In
Gemert werd iets bijzonders verricht …(deel 2)
Ga naar het vervolg: In
Gemert werd iets bijzonders verricht...(deel 3)