Familieverhalen |
In mijn eerste verhaal Nono
Wardenaar, een veelzijdig talent, kunstenaar en organisator
heb ik al geschreven over de tomeloze energie en wilskracht die hij bezat
om zijn plannen tot uitvoer te brengen. Hij was nog jong, zeventien jaar, toen
hij in 1952 in Nederland aankwam, samen met zijjn ouders en twee zussen. Het
gezin zou zich in Nijmegen vestigen. Twee andere zussen bleven in Indonesië.
Zijn ouders kwamen in dat jaar 1952 naar Nederland met drie van hun vijf kinderen
en grootmoeder.
Zoals
veel Indischen had hij veel respect voor de ouderen en voelde zich heel erg
bij hen betrokken. Ook gaf hij veel sociale hulp. Hij was op verschillende terreinen
actief, naast zijn werk zat hij in een band en richtte hij Indische verenigingen
op als Soerobojo en Indo-Inn op. Deze laatste is nog steeds
de organisator van de jaarlijkse pasar malam in Nijmegen.
Het werk aan de film
Nono beschikte over een enorme gedrevenheid. Dat leidde ertoe dat hij in 1980
startte met een (video)filmproductie. Het was bijna veertig jaar na het einde
van de Tweede Wereldoorlog en hij wilde de jongere generaties op de hoogte brengen
van de eigen geschiedenis en de stem laten horen van de eerste generatie die
al op leeftijd was gekomen. In 1985 moest de film zijn afgerond, ook al omdat
Nono dan vijftig jaar werd. De titel De droom die van ons scheidt is
ontleend aan een uitspraak van een geïnterviewde uit de film. Tegelijkertijd
bracht hij een boek uit met zelfgemaakte tekeningen en met dezelfde titel. Met
de film wil hij laten zien door welke bril de Indische Nederlander ons land
ziet, en wie hij is. Voor zijn videoproductie nam Nono Wardenaar tientallen
interviews af.
Nono was een goede netwerker
en in de jaren tachtig zocht hij toenadering tot de Hogeschool Gelderse
Leergangen/Interstudie op de Schulenburgweg in het Nijmeegse stadsdeel
Dukenburg Nijmegen. Nono Wardenaar woonde daar in de wijk Meijhorst. Juist in
die tijd leefden er ideeën in het onderwijs om bewust ruimte te bieden
aan omwonenden. Directeur Leo van Beek vond het een goed plan om contacten met
de burgers in de wijk aan te gaan. Nono kon aan de slag gaan met zijn project
en dat niet alleen.
Hij kreeg van Interstudie alle medewerking. Hij kon audio-visuele apparatuur
lenen en kreeg technische ondersteuning van Frans Kleinschiphorst (foto) en
begeleiding van docent Jos Hilte vanuit de
Projectgroep Intercultureel Onderwijs. Hij werd bijgestaan door een goede vriend
Ronny Suoth. De activiteiten waren ondergebracht in een culturele stichting
OR-Mupro.
Film als onderwijsmateriaal
In 1985 brengt de Stichting OR-Mupro een aankondiging uit over de film. Daarin
wordt een documentaire genoemd die de leefwijze en opvattingen van de tot de
groep Indische Nederlanders gerekenden in Nederland in de periode 1945-1985,
weergeeft. Er is een officiële overeenkomst over de samenwerking die in
januari 1985 bekrachtigd. Het bericht Video-produktie “Indische struktuur
in de Nederlandse gemeenschap” meldde:”Als film zal als onderwijs-
en voorlichtingsmateriaal op een zo breed mogelijk publiek gericht zijn. De
werktitel was de Indische struktuur in de Nederlandse gemeenschap; waarbij met
Indische de Indisch-Nederlandse wordt bedoeld. De film schetst de historie van
deze mensen afkomstig uit het voormalig Nederlands-Indië voor wat betreft
de ontwikkelingen in hun integratieproces. De film zou een terugblik zijn zonder
tegenstellingen en conflicten te vermijden. Leerzame herinneringen vormen de
rode draad in dit verhaal, waardoor de videofilm ook in voorlichtingsverband
voor vele niet Indische Nederlanders een ontspannen kijk zal geven op het leven
gedurende 40 jaar in Nederland van deze straks weggeïntegreerde groep uit
een 300jarig verleden.
OR-Mupro wil bijdragen aan een beter begrip en verstandhouding tussen de autochtonen
en allochtonen in Nederland en de erkenning van de opofferingen die de Indische
Nederlanders hebben moeten brengen om hun integratieproces te bewerkstellingen.“
De productie
Nono
Wardenaar en Ronny Suoth deden het werk. Nono was regisseur en Ronny deed de
meeste interviews bij de mensen thuis, na een voorgesprek. Vaak zitten de geïnterviewden
op een rotan stoel of is een ander Indisch interieurdetail te zien. Het was
de bedoeling meerdere generaties Indische Nederlanders te spreken, maar het
waren vooral mensen uit de eerste generatie en enkele jongeren. Voor de geïnterviewden
zijn oproepen gedaan in de plaatselijke krant. Het was moeilijk om hen te traceren,
inmiddels zijn zij vaak boven de tachtig jaar. Wij hebben Charles Coors in Nijmegen
kunnen vinden, die zich de film herinnerde toen hij de beelden zag.
Docent Jos Hilte herinnert zich het werken met Nono heel goed en vond hem een
zeer geinspireerde man met uitgesproken ideeën. Hilte hielp mee met het
houden van de interviews, bronnenonderzoek. In het Oorlogsmuseum Overloon werden
pamfletten en affiches en filmbeelden uit Indonesië geselecteerd. In de
film worden eerste generatie Indische Nederlanders en enkele jongeren geinterviewd.
Het viel hem op dat de geïnterviewden zeer zorgvuldig en genuanceerd formuleren
en hij noemde de documentaire semi-professioneel. Nono Wardenaar deed de eindmontage
en voegde veel foto’s en sfeermuziek toe. De titel van de film is ontleend
aan een citaat van een van de geinterviewden, een Indische Nijmegenaar uit Hatert.
[waarschijnlijk hr de Bruin] Vanuit de Hogeschool werd hij ook geholpen door
een technisch medewerker Frans Kleinschiphorst. Hij vertelde dat hij er bijna
een jaar aan meegewerkt heeft: Vrijwel iedere week kwamen Nono en Ronny de video
equipment lenen om bij de diverse mensen thuis de interviews op te nemen. Uiteraard
probeerden zij ook zo veel mogelijk beeldmateriaal te vergaren. Enig moment
is zelfs overwogen om nog beelden te schieten in Indonesie maar helaas was daarvoor
het budged niet toereikend. Wel zijn wij met Jos Hilte nog een dag naar het
oorlogsmuseum in Overloon geweest om daar enige authentieke beelden over Indonesie
op te nemen.
Succes
De film bestaat uit twaalf interviews met personen uit de eerstegeneratie Indo’s.
Het is niet duidelijk welke vragen zijn gesteld, maar de eerste vragen moeten
wel geweest zijn: Wanneer kwam u naar Nederland? en Hoe vond u
de opvang in Nederland? De vragen kwamen verder niet in beeld, waardoor
de inhoud iets aan samenhang verliest; het zijn vooral registraties. Na de interviews
komt een deel met korte soms schokkende en aangrijpende gesprekken over de Bersiaptijd,
ingedeeld naar plaatsen in voormalig Nederlands Indië. Het interessante
van de documentaire is ook dat de film relatief vroeg gemaakt is, gelet op de
dàn pas opkomende belangstelling binnen en buiten de Indische kringen.
De film had qua opbouw wat meer samenhang mogen hebben. Nono Wardenaar zocht
samenwerking met verschillende mensen en dat lukte hem ook, maar hij was ook
een solist. Het contact met het tijdschrift Moesson is na enige onenigheid
gestopt. Nono heeft tevergeefs geprobeerd zijn documentaire te voor televisiebewerking
bij verschillende publieke omroepen aangeboden.
Het is niet ook helemaal verklaarbaar waarom de film slechts één
of twee maal is vertoond; eenmaal op de Hogeschool en waarschijnlijk een keer
op de Pasar Malam in Den Bosch. Als genodigde was dr. Lou de Jong aanwezig,
met wie Nono al eerder over de film had gesproken.
De redactie van IndischHistorisch.nl heeft de film uitvoerig bekeken en enkele
geselecteerd, die u nu kunt zien (hieronder). Mocht u iemand herkennen dan houden
wij ons zeer aanbevolen voor een reactie.