Familieverhalen


Van de redactie:
Over de terugkeer van het Nederlandse gezag na de val van Japan, dan wel de pogingen tot herstel daarvan, is nog weinig gepubliceerd. Met name over de situatie op lokaal niveau weten we nog weinig. Dankzij Jack Hompe's opgetekende bevindingen komen we meer te weten hoe het er aan toe ging nadat de Geallieerden het gezag van Japan overnamen. Het was in ieder geval duidelijk dat de vooroorlogse koloniale verhoudingen niet meer bestonden.1)



Jack Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950 (2)


door Louise Hompe

De opstand in 1945 in Menado op Noord-Sulawesi
Dit tweede deel over de carrière van Jack Hompe als bestuursambtenaar is gebaseerd op zijn ervaringen in de periode 1945-1950. Die ervaringen heeft hij in een verslag samengevat en ter beschikking gesteld aan Sophia Kruyswijk-van Thiel, die werkte aan een proefschrift over het Vrouwenkorps van het KNIL en daarop in 2004 promoveerde.2) Nadat hij door haar benaderd was, heeft Jack Hompe heeft ten behoeve van haar onderzoek zijn eigen bevindingen op schrift gesteld. Hij beschrijft het verhaal vanuit zichzelf als persoon en als verteller van de gebeurtenissen.








Brisbane juli 1945: kerkelijk huwelijk Jack Hompe
en Truus Hoyinck

Bron foto: privécollectie familie Hompe


Aankomst in Menado

Op 2 oktober 1945 arriveerden vanuit de basis Morotai in Menado een compagnie Australische militairen, een klein aantal mensen van de NICA (Netherlands Indies Civil Administration, 1945-1949), waaronder Jack Hompe en een peloton Sangirese KNIL' ers. Het detachement kwam de capitulatie van de Japanners als het ware in ontvangst nemen. De Nederlanders en de Australische kolonel (die al snel malaria kreeg) werden in een vleugel van het ziekenhuis van de katholieke zusters van J.M.J. ingekwartierd in Tomohon, gelegen in het bergland 25 km van Menado. De overige Australische militairen zaten in een apart gebouw, in ieder geval in Tomohon en misschien ook in Menado waar een tangsi (kazerne) was.3)

Truus Hompe in Minahassa
Echtgenote Truus kwam pas later vanuit Hollandia (Nieuw-Guinea), eind november of begin december. Ze kreeg de functie van Medical Supply-officer in de rang van sergeant-majoor en moest in de Minahassa medicijnen distribueren.4) Daaraan was niet alleen een schrijnend tekort, maar zij beschikte ook over de allernieuwste medicijnen zoals sulfaquadrine (tegen dysenterie) en sulfachiazine.
Truus Hompe-Hoyinck deed dat met grote plichtsbetrachting en precisie. Ze moest de geneesmiddelen zo eerlijk mogelijk verdelen onder protestantse, katholieke en openbare ziekenhuizen en medische hulpposten. Ze reisde de hele Minahassa af met een jeep en een weaponcarrier als vrachtwagen. Zodoende leerde zij het land in die tijd beter kennen dan Jack, die als jonge 2e luitenant NICA voornamelijk op het hoofdkwartier allerlei klusjes moest opknappen.5)

Jack Hompe over het herstel van het Nederlandse gezag in de eerste maanden na de Japanse capitulatie:
"Weldra kwamen er KNIL-eenheden naar Menado en Nederlandse bestuursambtenaren die uit de Japse kampen waren bevrijd en andere functionarissen. Die vleugel van het ziekenhuis bleef beschikbaar maar al gauw gingen de bestuursambtenaren in huizen wonen. Zo woonde ik al gauw met de betaalmeester Murk de Jong (vaandrig), ir. Heiman (2e luitenant) in een huis op Kakaskassan (even buiten Tomohon) waar Truus later bij kwam. Truus had een delicate verhouding met de adjudant en assistent- apotheker die over de medicijnen van de militairen ging. Haar eigenlijke rang als VrouwenKorps-ster was sergeant-majoor, maar in haar functie als Medical Supply officer had zij het laatste woord en ook een veel ruimere taak. Dat wist ze goed op te lossen."

Opstand onder Indonesische onderofficieren
Jack Hompe beschrijft de gebeurtenissen die het begin vormden van de opstand van Indonesische onderofficieren:
"De aanleiding van de opstand was dat de Indonesische onderofficieren onder leiding van sergeant Taulu gelijke salariëring wilden als de Europese en Indonesische militairen (dat was niet zo bij het toenmalige KNIL). De bevelvoerende officier kolonel De Vries vond dat niet onredelijk, maar hij kon niet beslissen. Dat moest het oppercommando in Batavia doen. Vanuit Batavia kwam er geen asem.6)
Het Gouvernement was nog nauwelijks gesetteld in Batavia en daar waren de Britten nog de baas. Hoe de communicatie tussen kolonel De Vries en Batavia verliep is niet bekend, maar er kwam geen toestemming. Taulu en de zijnen probeerden het af te dwingen. Ze bliezen alarm zodat alle beroepsofficieren naar de tangsi (kazerne) in Menado kwamen en die werden onder druk gezet. Maar omdat het ja niet kon worden gegeven werden ze geïnterneerd in de tangsi. Ook werden alle personen met militaire rangen, dus alle bestuursambtenaren met trucks in Tomohon opgehaald en eveneens in Menado in de tangsi geïnterneerd. Wij woonden met Murk de Jong even buiten Manado. Wij zagen wel de trucks met o.a. de assistent-resident Coomans de Ruiter voorbij komen en merkten dat er iets loos was.
Ons kwamen ze voorlopig niet ophalen. Zo was het een hele tijd stil en Murk de Jong ging in zijn badjas de kampong in om eens poolshoogte te nemen. Hij kwam net terug toen er een patrouille van het KNIL voor ons huis verscheen met het geweer in de aanslag die ons sommeerde om naar buiten te komen. Halverwege het pad moest ik blijven staan. Murk de Jong moest zich eerst aankleden. Toen moesten wij beiden mee, Truus niet. Met tranen in de ogen zei ze dat ze met Jack mee wou, maar dat kon niet. De sergeant zei toen tegen onze baboe: "...en jij past goed op de njonja!". Jack Hompe heeft zich afgevraagd of de sergeant dat zei vanuit een zekere ambivalentie of getuigde dit van respect voor deze vrouw?"

Internering van de bestuursambtenaren
Murk de Jong en Jack Hompe werden bij de anderen geïnterneerd en Truus was vrij. Diverse vrouwen van de mannen die geïnterneerd waren sloeg de schrik om het hart, sommigen hadden de Japse kampen meegemaakt, en gingen maar weer in het ziekenhuis van de zusters wonen. Maar Truus was niet belast met zulke ervaringen, zij verkoos het in haar eigen huis te blijven en zij liet zich niet onbetuigd. Ze is al heel gauw met dr. Nijhof, de Indische gouvernementsarts, naar Menado gegaan om met de opstandelingenleider Taulu (inmiddels tot kolonel gebombardeerd) te gaan praten. Het ging misschien over de medicijnenvoorziening en de levensmiddelen voor de achtergebleven vrouwen en de geïnterneerden. In ieder geval kwam de hele toestand ter sprake. Taulu vond dat generaal Blamey hem best wel te hulp zou kunnen komen. Hij was destijds de Australische opperbevelhebber.7)Truus zei dat ze betwijfelde of dat zo zou zijn, waarop dr. Nijhof haar in de zij porde en zei dat ze op haar woorden moest passen."

Een anti-koloniale sfeer
Onder de Indonesische KNIL' ers waren er die al de hele oorlog in Australië, in het camp Casino hadden gezeten. Daar was Jack ook kort geweest, voordat hij naar Camp Columbia in Brisbane ging. Hij was van het transport van de Rangi Tata die in juni 1945 in Australië arriveerden via het Panamakanaal en Nieuw Zeeland. Die KNIL'ers hebben dus een heel andere tijd meegemaakt en wisten bovendien ook wel dat de Australische havenarbeiders hebben geweigerd Nederlandse schepen te laden die naar Indonesië gingen omdat Australië het er niet mee eens was dat de Nederlanders hun koloniale overheersing gingen hervatten.8) Het is ook vrijwel zeker dat de Australiers toen zij nog in Menado zaten de inmiddels gearriveerde KNIL-ers hebben opgestookt. Truus zegt dat zij al veel eerder gemerkt had (zij doorkruiste met de medicijnen de hele Minahassa) dat onder progressieve burgers iets broeide en dat het dus niet alleen een militaire aangelegenheid was. De twee groepen beinvloedden elkaar.
Op een gegeven moment kwam dr. Tumbelaka naar Manado. Hij was een Minahassische psychiater die tijdens de oorlog in Holland zat. Hij is met Truus in een jeep met Rode Kruisvlag naar Taulu gegaan. Kennelijk was het doel onderhandelen om enige verlichting te brengen in de impasse. Het heeft geen resultaat gehad. Dr. Tumbelaka is later ten zuiden van Batavia in een hinderlaag terecht gekomen en heeft daarbij het leven gelaten.
De geïnterneerden werden van de tangsi overgebracht naar de wijk Sario, waar zij in enige huizen werden ondergebracht. De wijk was een onbeschadigd deel van Menado. De kota (stad) lag grotendeels in puin omdat die in de oorlog was gebombardeerd. Wij werden door de militairen dagelijks met sober maar voldoende voedsel voorzien. Op een gegeven ogenblijk kwam er een schip om de geïnterneerden te evacueren. Er was maar plaats voor een gedeelte. De officieren (KNIL) en hun echtgenoten gingen het eerst. De bestuursambtenaren verkozen zo lang mogelijk te blijven en pas met het tweede transport te gaan. Murk de Jong heeft ons nog gesmeekt om veiligheidshalve met het eerste transport mee te gaan. Hij was in de oorlogsjaren als Jood Nederland ontvlucht en heeft in Zwitserland asiel gekregen; hij had al het nodige meegemaakt. Truus was inmiddels ook op Sario komen wonen. De laatste dagen van het verblijf daar zwierven er pemoeda’s met stokken rond de wijk.

Toen het tweede schip kwam gingen Truus en Jack ook en ook de Japanse beul van het voormalige Japanse vrouwenkamp in Air Madidi, waar alle Hollandse nonnen van het ziekenhuis ook gezeten hadden.9) De beul werd op weg naar het schip door de bevolking uitgejouwd. Het was een twijfelachtige eer met deze beul die later ter dood is veroordeeld te moeten vertrekken. Truus had op de een of andere manier weten te regelen is dat met het schip een groot aantal stretchers met klamboe meegingen. Die konden wij in Morotai, daar werden we heen gebracht, in de barakken waar we werden ondergebracht, goed gebruiken.
Toen de Nederlandse stoottroepen in Menado aan land gingen werd ijlings door de bevolking de roodwitte vlag vervangen door het rood wit blauw. Na enige tijd kwamen wij weer terug uit Morotai en vervolgden onze bezigheden. Truus nam een tweede taak op zich. Zij sorteerde UNRRA-kleding en distribueerde die over de hele Minahassa. 10)Daarbij werd zij geholpen door de bekende zuster Paula van het J.M.J. ziekenhuis, ze hield het vol reeds enige maanden zwanger zijnde, totdat het niet meer ging. Toen werd Truus gedemobiliseerd.

Midden-Celebes
In september 1946 vertrokken Truus en Jack naar Gorontalo, de regio westelijk van de Minnahassa, waar hij de rang van assistent-controleur kreeg. Hij werd landrechter en moest oorlogsmisdadigers berechten. De mensen die samengewerkt hadden met de Jappen moesten nu berecht worden. Als straf liet Jack de schedels opgraven die als bewijs dienden. Truus werkte voor de Jeugdzorg en hield zich bezig met de registratie van wezen en halfwezen en moest zorgen voor de educatie van de jeugd. De eerste dochter werd geboren zonder dat Truus inwendig onderzocht werd.
In januari 1947 werd Jack bevorderd tot Controleur B.B. (Binnenlands Bestuur) en werd overgeplaatst naar Paloe, nabij de baai van Tanjung Karang. Hier moest Jack de zelfbestuursrechtspraak controleren. Hij kreeg te maken met bloedschandeprocessen. In deze gebieden gold de adat nog en betaalde de bevolking de belasting met herendiensten. In mei 1947 kwam er vanuit Batavia de opdracht om alle buitengebieden weer onder Hollandse controle te krijgen. Jack moest naar Toli Toli als Hoofd Plaatselijk Bestuur. Vanuit deze kuststreek werd veel handel gedreven met de Philipijnen en Toli Toli was een gesloten rede.

De enige Europeanen
In januari 1948 werd Jack overgeplaatst naar Parigi waar Jack en Truus de enige ‘Europeanen’ waren. Truus was een bijzonderheid als eerste blanke vrouw in de streek. Voor de bevalling van het tweede kind, zoon Wim, moest Truus naar Poso omdat er geen dokters waren in de omgeving van Parigi. In december ’48 werd Soekarno gevangen genomen en sloeg de in Batavia ontstane onrust over naar Celebes. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelde de actie van de Nederlanders en Soekarno werd weer vrijgelaten. Het bestuur moest in heel Oost-Indonesië worden overgedragen aan de plaatselijke vorsten. De voorbereidingen voor de Daerah-conferentie lag in handen van Jack. Na een incident met de resident werd Jack in mei 1949 onverwachts overgeplaatst naar Lombok en werd daar secretaris van resident Van Baal.11) Daar kon hij eindelijk zijn moeder vanuit Java laten overkomen na een scheiding van 12 jaar. Het einde van het Nederlandse gezag was een feit en Jack sloeg het aanbod om met Van Baal mee te gaan naar Nieuw Guinea af. Hij vond het welletjes, Nederland moest het bestuur overlaten aan de Indonesiërs.
In augustus 1950 stonden beide families het jonge gezin aan de kade in Rotterdam op te wachten. Twee hutkoffers was alles wat ze meenamen, ze trokken in bij de moeder van Truus in Zwolle om van daaruit een nieuw leven op te bouwen.


Ga naar:
Jack Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950 (1)


Noten
1) In het Nationaal Archief in Den Haag bevinden zich de bronnen van het Ministerie van Defensie: Archieven Nummer Toegang: 2.13.132. Inventaris van de collectie archieven Strijdkrachten in Nederlands-Indië, (1938 - 1939) 1941 - 1957 [1960]. Voor de inventaris: http://www.nationaalarchief.nl/toegangen/pdf/NL-HaNA_2.13.132.ead.pdf
En ook: Archieven Nummer Toegang: 2.13.130 Inventaris van het archief van de Nederlands Liaison Officier bij het Algemeen Hoofdkwartier te New Delhi en de Nederlands East Indies Liaison Mission bij het Hoofdkwartier Allied Land Forces South East Asia, 1942-1946. Voor de inventaris: http://www.nationaalarchief.nl/toegangen/pdf/NL-HaNA_2.13.130.ead.pdf
2) Sophia Kruyswijk-van Thiel, Vrouwenkorps van het voormalig Koninklijk Nederlands-Indisch Leger 1943-1950, Amsterdam 2004. De schrijfster heeft zelf gediend in het korps en behandelt niet alleen de geschiedenis, maar heeft haar eigen ervaringen in het onderzoek verweven.
3) De Geallieerden hadden besloten dat de Australiërs het gezag in Indië in onder anderen Celebes en de Grote Oost, in handen zouden nemen na de capitulatie van Japan. Zij waren de enigen die troepen in de regio hadden.
De zusters van J.M.J.: de Zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef. De Jezuïetenpater Mathias Wolff is de stichter van onze congregatie. Vanaf 1816 is hij met een medebroeder Jezuïet werkzaam in de Barbaraparochie in Culemborg. Naast Nederland zélf, vormde Nederlands-Indië een provincie van deze orde. Voor meer informatie: http://www.socjmjnl.nl/
4) De Minahasa-regio is een district binnen de provincie van het schiereiland van Noord-Sulawesi, het noordoostelijke deel van het eiland Sulawesi, dat bestaat uit vier regio's: Bolaang Mongondow, Gorontalo, Minahasa en de kleine eilanden van Sangihe en Talaud. Minahasa is een etnische groep in Noord-Sulawesi. De regio is ook bekend om de vruchtbare aarde waar een gevarieerd planten- en dierenleven gedijt, zowel op het vasteland als in zee. Minahasa is een van de weinige gebieden in Indonesië die vrijwel geheel christelijk is. Hun eerste contact met Europeanen was de aankomst van Spaanse en Portugese spijshandelaren in de zeventiende eeuw. Toen de Nederlanders er kwamen, werden de Minahasa christenen. Nederlandse invloeden bloeiden op en onderdrukten de bestaande tradities.
5) Jack Hompe werd ingezet bij de Netherlands Indies Civil Administration (NICA), die in het leven was geroepen om eerst onder militair gezag en later het civiele, het bestuur en het gezag in de kolonie te herstellen. Vanaf maart 1944 actief om het burgerlijk bestuur na de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië te herstellen; zij kwamen achter de geallieerde acties aan, later gingen ze met de eerste aanval mee, vanwege communicatieve problemen. Haar taken waren: de orde herstellen en het invoeren van een regelmatig bestuur, helpen bij zuiveringen, uit de bevolking krachten aantrekken t.b.v. NICA, KNIL, Kon.Marine en civiele diensten, verdediging van bezette gebieden en het voortzetten van de strijd. Aanvankelijk opereerde ze vanuit Camp Columbia bij Brisbane in Australië, en viel onder geallieerd opperbevel. Ze verwachtten gelijk met de geallieerden op te kunnen trekken, maar de plotselinge capitulatie van Japan verraste ze, en konden ze door gebrek aan scheepsruimte en Britse medewerking niet meteen naar Java. Vooral op Java bestond er grote angst voor NICA, omdat de pemoeda's haar zagen als zwaarbewapende macht die het Nederlands gezag moest herstellen. Begin 1946 veranderde zij haar naam in 'Allied Military Administration Civil Affairs Branch' (AMACAB). Na het vertrek van de Britten uit Indië/Indonesië werd de naam: "Tijdelijke Bestuursdienst".
6) De onrust en het verzet tegen de Nederlanders zou snel escaleren en vooral in Zuid-Celebes zou met harde hand worden opgetreden. Het Korps Speciale Troepen onder leiding van kapitein Raymond Westerling voerde een contraterreur tegen de opstandige Indonesiërs. Dat optreden was omstreden en zou vanaf de jaren zestig voor een eerste kritische blik op het Nederlands optreden in de periode 1945-1949 zorgen. Meer informatie over de oplopende spanningen op Celebes 1945-1946 en de aanloop tot de speciale operaties in een uitzending van het geschiedenisprogramma OVT van de VPRO (11 juli 2007): http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/32522438/items/32653830/ OVT 11-7-2007
7) Sir Thomas Blamey was commander-in-chief van het Australische leger tijdens de Tweede Wereldoorlog en stond direct onder generaal MacArthur in het zuidwesten van de Pacific. Ofwel: Southeast Asia Command (SEAC).
8) L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 11c. Nederlands-Indië III, 's Gravenhage 1986, pp. 609-615.
9) Airmadidi lag ongeveer 20 km ten zuid-oosten van Manado, aan de weg naar de kustplaats Kema. Het kamp lag in de buurt van Lembean (enige kilometers verder naar het zuid-oosten) en bestond uit bamboe­loodsen (ongeveer 10x20 m) te midden van oude cocosbomen. Het was omgeven door prikkeldraad.
Meer informatie: http://www.japanseburgerkampen.nl/Airmadidi.htm
10) United Nations Relief and Rehabilitation Administration (UNRRA) was een internationale commissie die in 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd opgezet om hulp te verlenen aan landen die bevrijd waren van de asmogendheden. In de praktijk hield de UNRRA zich bezig met de ondersteuning en repatriëring van zogenaamde displaced persons, mensen die zonder papieren door Europa en Azië zwierven. Dit konden vluchtelingen zijn, maar ook mensen die in concentratiekampen hadden gezeten. Later ondersteunde ze ook burgers van die landen met levensmiddelen en kleding. Later werd zaaigoed uit de VS verdeeld om de landbouw weer op gang te helpen. Ook bij de verdeling van voertuigen die in Amerikaanse legerdumps aanwezig waren speelde de UNRRA een rol.
Zie verder: http://nl.wikipedia.org/wiki/United_Nations_Relief_and_Rehabilitation_Administration
11) Jan van Baal (1909-2002) studeerde af als indoloog enwas dus voorbestemd voor de Indische bestuursdienst. In 1934 volgde zijn promotie en in hetzelfde jaar vertrok hij naar Nederlands-Indië. Via Java en Madoera kwam hij in 1936 terecht in Nieuw-Guinea. In de oorlog werd hij door de Japanners geïnterneerd. Na de oorlog was hij voorstander van dekolonisatie en was lid van de Tweede Kamer voor de Anti-Revolutonaire Partij van 1952 tot 1953. Van 1953 tot 1958 was hij gouverneur van Nederlands Nieuw-Guinea. In Nederland vervolgde hij zijn loopbaan met een hoogleraarschap godsdienstsociologie en etnologie in Utrecht.


Literatuur

De boeken van Van Baal en Fasseur gaan over respectievelijk praktijkervaringen als Indisch bestuursambtenaar en de opleiding tot Indisch bestuursambtenaar.
J. van Baal, Ontglipt verleden, Franeker 1988.
H.W. van den Doel, De stille macht. Het Europese binnenlands bestuur op Java en Masoera, 1808-1942, Amsterdam 1994.
C. Fasseur, De indologen. Ambtenaren voor de Oost 1825-1950, Amsterdam 2003.

L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. 11c. Nederlands-Indië III, 's Gravenhage 1986.

| Contact | Login | Sitemap | Forum | Indische Canon | Hoofdpagina |