Familieverhalen |
Van de redactie
Louise Hompe debuteerde in 2010 met Uitgestelde
huwelijksnacht. Indische familiekroniek. In twee delen beschrijft zij
over haar drijfveer tot het schrijven, het onderzoeken en het schrijfproces
in de brede zin. Behalve haar persoonlijke ervaringen gaat zij in op de bronnen,
de techniek van het schrijven en het onder aandacht brengen van het boek.
Louise Hompe gaat uitgebreid in op de ontvangst van het boek door haar familie
en brengt de valkuilen onder aandacht die bij het gebruik van persoonlijke
documenten kunnen verschijnen.
Als voorpublicatie zijn op IndischHistorisch.nl geplaatst:
Jack
Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950 (1)
Jack
Hompe: de carrière van een Indische bestuursambtenaar 1945-1950 (2)
Zielenheil: dilemma
van een debutante (2)
Louise Hompe
Drijfveer
Mijn Indische familiekroniek is een hommage aan mijn grootouders, als kind
had ik geen opa’s en de enige (Indische) oma die ik had overleed toen
ik negen jaar was. Ik wilde een toegankelijke roman schrijven voor jong en
oud, van de koloniale oorsprong tot de avontuurlijke naoorlogse periode waarin
mijn ouders elkaar achterna reisden op weg naar Celebes met als slot het Japanse
huwelijk van de jongste generatie in 2008.
De grootouders van Louise Hompe: Mary Welter en Willem
Hompe in 1916. Willem Hompe was een
van de 5600 slachtoffers van het Japanse
schip Junyo Maru dat op 18 september 1944 werd getorpedeerd ten zuidwesten
Sumatra
Foto: privécollectie Erven Hompe
Proces
Ik begon te schrijven in 2003 en gaf gehoor aan de oproep in Moesson
voor een schrijfcursus van de stichting Schrijven en Aves met als doel om
aanstormende talenten van verschillende culturele achtergronden te stimuleren
om te debuteren. Deze schrijfclub onder leiding van Jan
Brokken bestaat nog steeds. Gedurende zes jaar bekritiseerden zij mijn
stijl, spanningsopbouw en daagden mij uit tot herschrijven, vele malen.
Bronnen
In de jaren negentig vroeg ik mijn vader om
zijn memoires op te schrijven en ik bezocht nog levende familieleden. Ik kreeg
hulp van verschillende kanten. Tijdens een bruiloft ontmoette ik een oom die
ik jaren niet gezien had, ik vertelde over mijn plannen, hij stuurde mij zijn
kampdagboek als 13-jarige jongen. Een andere oom besteedde veel tijd om de
stamboom van de Welterfamilie uit te zoeken en mijn tante schonk mij haar
Indische archief en de gebonden moessons. In 2003 werd het monument voor de
slachtoffers van de zeetransporten in Bronbeek onthuld. Mijn opa Willem Hompe
kwam om het leven bij de torpedering van de Junyo Maru; daar te staan
met twee overlevenden maakte het drama tastbaar.
Ik ging met mijn vader naar reünies van oud-bestuursambtenaren, bezocht
Indische studiedagen, ging met hem op reis naar Celebes, deed mee aan het
brievenproject van het Koninklijk Insituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde
(KITLV), ik zoog alle informatie die ik kon krijgen in me op. Ik gaf me op
voor het project Levende Herinneringen en interviewde oud-Indiëgangers.
De redactie van de website IndischHistorisch.nl hielp mij met verwijzingen
naar de correcte historische bronnen en gebeurtenissen. De website Haar
geschiedenis van het internationale archief voor de vrouwenbeweging Aletta
publiceerde het eerste verhaal.
Een bijzondere vondst, de ontdekking kwam als een geschenk, waren de luchtpostbrieven
die ik in het bureau van mijn moeder vond nadat mijn ouders waren overleden.
De brieven van mijn oma en tantes en oom na het Jappenkamp ontroerden me bijzonder.
Het stelde me ook voor moeilijke keuzes. Toen mijn boek bijna klaar was stuurde
ik het manuscript naar een nicht van mij, zij schrok van de inhoud, het boek
beschrijft een beladen tijd, het kamp maar ook de repatriëring naar Holland.
Ik besloot om de namen van mijn familieleden te veranderen, uit respect.
Na zes jaar moest ik alle losse bouwstenen, verhalen aan elkaar weven. Het
einde kwam pas tot stand nadat ik in 2008 het huwelijk van mijn neef met zijn
Japanse vrouw meemaakte. Voor het boek maakte dat de cirkel rond. Het plaatste
me ook voor een gevoelig dilemma, wat te doen met het leed van de overleden
familieleden tijdens de huwelijksceremonie?
Het einde van Indië betekende de
repatriëring van Jack en Truus Hompe, Louise's ouders, naar Nederland
Foto: privécollectie Erven Hompe
Uitgeven:
In 2009 begon ik met het aanschrijven van uitgevers,
het boek voldeed steeds nét niet aan de eisen van de fondsen; Walburg
Pers wilde alleen wetenschappelijke bronnen, geen roman. KIT (Koninklijk Instituut
voor de Tropen) was net gestopt met het uitgeven van familieverhalen. Na de
derde afwijzing besloot ik het boek in eigen beheer uit te geven. Na zeven
jaar research en zwoegen wilde ik het boek eindelijk in handen houden en delen
met de buitenwereld.
Het schrijven en uitgeven van familieverhalen is beslist geen winstgevende
business. Schrijven is een ambacht, steeds moet je herschrijven, schrappen
en opnieuw beginnen. De lezersgroep is beperkt en je moet veel aan publiciteit
doen om bekend te worden.
Reacties
Met de directe familie kan het uitgeven van een familiekroniek problemen opleveren,
brieven zijn uniek bronmateriaal maar sommigen vinden het puur privé
terwijl het een schat aan onbekende informatie over het dagelijks leven bevat.
Bereid je voor op een veranderende relatie met sommige familieleden en verwerken
kost tijd. Uit onverwachte
hoeken
krijg je dankbare reacties, bijvoorbeeld van oude veteranen die in hetzelfde
gebied gewerkt hebben die zeggen dat de beschrijving levensecht is, dat het
klopt met hoe het vroeger was. Ook van oude bekenden uit Indonesië kreeg
ik hartverwarmende reacties. Heel fijn vond ik de reactie van de derde generatie,
mijn neven en nichten die nu tussen de twintig en vijfendertig jaar oud zijn;
zij lezen voor het eerst over hun opa en oma en over de Indisch-Hollandse
geschiedenis en zijn mij dankbaar voor deze papieren erfenis.
Louise Hompe met haar nicht Cecile
Foto: Louise Hompe
In
dialoog met onze redacteur Pieke Hooghoff
Pieke Hooghoff: Hoe heb je grip gekregen
op de familiedocumenten?
Louise Hompe:
"De basis vormden de memoires van mijn vader, en een niet gepubliceerd
interview met mijn ouders in 1992 van publicist Paul Ophey. Door de gesprekken
met mijn tante Marian kreeg ik meer grip op de kampervaringen in onze familie.
Mijn oom Frits Welter die in Den Haag bij het Centraal Bureau voor Genealogie
werkte heeft de stamboom helemaal uitgezocht.
De brieven van familieleden in Indië en Holland aan mijn vader 1945-1946:
het zijn er heel veel en behalve de selectie van data moest ik ook de achtergrond
van de schrijvers en hun onderlinge verhoudingen doorgronden; mijn oma en
opa, mijn tantes, zussen van mijn oma. De brieven hadden vaak een zware emotionele
lading die ik eerst moest verwerken. Ik maakte een samenvatting per brief
gericht op de plaatsen en de gebeurtenissen in eigen handschrift die ik gemakkelijker
kon teruglezen. Daarna ging ik zitten schrijven. Monnikenwerk.".
De brieven van mijn ouders toen zij elkaar
achterna reisden maart 1945 tot december 1945: daar stonden niet altijd
de plaatsnamen op en daarom waren de memoires van mijn vader onontbeerlijk.
Soms werden dingen niet bij de naam genoemd maar wel geduid. Sommige details
heb ik gehoord toen ik met mijn vader op reis was en mijn moeder heeft mij
wel eens flarden verteld. Ik miste natuurlijk de inbreng van mijn moeder toen
ik aan het schrijven ging. Zij ging ieder jaar naar de reünies van het
Vrouwencorps van het KNIL op Bronbeek maar dat was in een tijd dat ik met
andere zaken bezig was. Ik heb later nog wel met mevrouw Kruiswijk gesproken
die haar proefschrift over het Vrouwencorps schreef. Ik heb mijn vader nog
vijf jaar langer meegemaakt. Tijdens mijn eerste reis naar Indonesië
in 1992 was mijn moeder wel heel erg betrokken en 'stuurde' me naar verschillende
plaatsen. Ook van de brieven van mijn ouders maakte ik steeds een samenvatting
om de draad vast te houden.
Pieke Hooghoff: Hoe heb je het aangepakt om de brieven zodanig op
te stellen dat een samenhangend geheel is ontstaan?
Louise Hompe: "De tijdlijn voor en na de bevrijding en de aankomst in
Indië van mijn ouders volgen elkaar 'natuurlijk' op. Dat moest het hart
van het boek worden.".
Pieke Hooghoff: Verhaallijnen en perspectieven bepalen?
Louise Hompe: "Dat is heel intuïtief gegaan. Ik wist van te voren
dat ik ook een beeld wilde schetsen van hoe de verschillende broers en zussen
in Nederland zijn 'geïntegreerd'. De Opmaat (deel I) vond ik
essentieel om de lezer een beeld te geven van ons gezin vanaf de vijftiger
jaren (in contrast met de geboorte van Lucie en Wim in Indië zoals de
lezers later kunnen lezen). De volgorde van de verschillende hoofdstukken
heb ik pas op het laatst bepaald. Reis naar de schuilkelder en De
ondergang van de Junyo Maru heb ik als eerste geschreven. Je
kan dat ook merken aan de stijl, ik moest nog op gang komen; met die perioden
heb ik ook de grootste afstand en moest ik "hulpbronnen" gebruiken
zoals oude films over die tijd die ik via een toevallige ontmoeting in Westerbork
tijdens de herdenking van de Molukse periode in het kamp in handen kreeg.
Ik wilde een beeld geven van de derde generatie en eeuwige reizigers was eigenlijk
een geschenk, ik kon niet voorzien dat Bas een Japanse vrouw zou trouwen.
Het maakt de cirkel rond.".
De perspectieven: "Je noemt in je samenvatting dat de perspectieven
wisselen en dat klopt. Ik wilde graag mijn vader én moeder een eigen
stem geven maar ook mijn oma, het boek is eigenlijk een hommage aan deze drie
familieleden. In Nieuw vaderland ben ik de verteller die kijkt naar
het proces van repatriëring van mijn oom en tantes.".
Informatie over het boek
Auteur: L.D. Hompe
Titel: Uitgestelde huwelijksnacht. Indische familiekroniek, 253 pagina's
Jaar van uitgave: 2010
Uitgever: De Juiste Toon (Groningen)
Prijs: € 18,50
ISBN: 9789081537513
e-mail: l.hompe@safari-joe.nl
Website: www.louisehompe.nl
(voor bestelling van het boek)
Ga naar deel
1. Zielenheil: dilemma van een debutante