Familieverhalen |
Tussen Agoeng en Gedeh.
Levensbeschrijving G.A. Schotel 1904-1983.
Deel 1. Periode 1904 tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
door Humphrey de la Croix
Proloog
Godfried Abraham Schotel werkte in 1981 op 77-jarige leeftijd op een kleine
draagbare schrijfmachine zijn levensverhaal uit. Zijn zoon Jouke Adriaan Schotel
heeft de oorspronkelijke teksten zoveel mogelijk gevolgd en er nu een bundel
van gemaakt, groot 337 pagina's op A-4 formaat. Het boekwerk is rijk geïllustreerd
met veel authentieke foto's en scans van persoonlijke documenten.
In dit eerste deel komt de periode vanaf zijn geboorte in 1904 tot en met de
jaren dertig aan de orde. Het tweede deel begint met het uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog, waardoor alles voortaan ingrijpend veranderde voor Indische Nederlanders,
Nederlanders en de inheemse bevolking van de archipel.
Vroege jeugd: Sumatra
Godfried Abraham Schotel is op 5 maart 1904 geboren in Scheveningen.
Vader Adriaan was civiel ingenieur en geboren in 1878 in Keboemen, Midden-Java.
Moeder was uit de familie Hoogesteger en in 1879 geboren in Siak op Sumatra.
De beide families Schotel en Hoogesteger hadden al langer banden met Nederlands-Indië.
Zo werkte opa Cornelis Johannes Schotel bij de dienst Burgerlijke Openbaare
Werken, waar hij begon als opzichter en eindigde als architect. Toen vader Adriaan
Schotel rond 1905 in Delft afstudeerde was het moeilijk voor een jonge ingenieur
om werk te vinden; daarbij waren de salarissen laag. Daarom zal Adriaan Schotel
naar Suriname zijn vertrokken toen hem daar een baan werd aangeboden. In 1906
bouwde hij mee aan de aanleg van de koloniale spoorwegen. Door malaria geveld
vertrok hij weer naar Nederland.
Gelukkig kwam het aanbod in Sumatra te werken bij de Landschapswerken in Medan,
Noord-Sumatra. Godfried Abraham Schotel herinnert zich het grote huis op palen
waarin het gezin woonde. Zelfs het vuurwerk ter gelegenheid van de geboorte
van prinses Juliana op 30 april 1909 weet hij te memoreren.

Godfried Abraham Schotel rechts met zus Béa en broer Kees
Bron: persoonlijke
collectie Erven G.A. Schotel
Puberteit: Bandoeng, Tjirebon, Garoet
Rond 1910-1911 wordt vader overgeplaatst naar Java, waar hij na korte stops
in Semarang en Magelang terechtkomt in Bandoeng. De woning is aan de Tamblonweg.
Godfried Abraham moet kort daarop van zijn zusje afscheid nemen die kort na
de geboorte overleed.
De eerste keer naar school was in Bandoeng, de school was in de Schoolstraat.
Vader Adriaan werd benoemd tot sectiechef van de spoorwegen waardoor het gezin
naar Tjirebon verhuisde. Dat duurde niet lang en ze gingen weer naar Bandoeng.
Schotel junior was een scherp observeerder. Hij vertelt dat de stoomlokomotieven
in die tijd erg veel indruk op hem maakten. En hij herinnert zich de aanleg
van elektriciteit; tot dan had alleen Hotel Homan daarover de beschikking gehad.
Over de drinkwatervoorziening meldt hij dat dat werd geïmporteerd in flessen.
Dat vanuit oogpunt van hygiëne en volksgezondheid. Het bekendste merk was
Appollinaris, dat ook wel air belanda werd genoemd. De verhuizing naar
Garoet met zijn gunstiger klimaat en schone lucht is in dit verband goed te
begrijpen. In Garoet zag Godfried Abraham voor het eerst een (stomme) film in
een rondreizende bioscoop. Er was onder andere een film met de toen bekende
Franse komiek Max Linder. Omdat zijn ouders veel contacten hadden, maakte Schotel
kennis met allerlei ideeën, standpunten die mensen zo kunnen hebben. Er
kwamen bijvoorbeeld vrienden over de vloer die erg religieus waren. Opmerkelijk
is dat Schotel vertelt dat hij er een hekel aan had dat zijn schoolmeester Lips
een goed presterende Javaanse jongen, Soenardjo, als lievelingetje had. Maar
hij was nu eenmaal de beste van de klas. Als faits divers haalt Schotel aan
dat hij in die tijd auto's zag van merken die niet meer bestaan, zoals Horch,
De Dion Bouton, Panhard, Berliet. Ook was hij bekend met films van Charlie Chaplin
en Harold Lloyd. Met vrienden sprak hij de Indische mengtaal Petjoh; van zijn
ouders mocht dat niet. Zijn vriendjes waren divers qua afkomst: Chinees, Nederlands,
Javaans en Indisch.
Middelbare schooltijd in Den Haag
Ondanks de Grote Oorlog die woedde besloot Adriaan Schotel Europees verlof op
te nemen met het gezin. Vader Adriaan was recentelijk ziek geweest en geopereerd.
Een verlofperiode zou hem goed doen. De reis ging vanuit Tandjoeng Priok op
12 april 1916 per s.s. Insulinde van de Rotterdamse Lloyd, met bestemming
Rotterdam. De reis ging via Kaapstad en Las Palmas om Schotland
heen. In de Noordzee was het gevaarlijk vanwege de vele mijnen die waren gelegd.
Het gezin ging wonen in Voorburg in Villa Aleida op 't Oosteinde. Nabij
was de spoorlijn Den Haag-Rotterdam. Indische jongen Godfried Abraham had nog
nooit een huis meegemaakt dat bestond uit (drie) verdiepingen, wat dus een prima
speelplek werd. Hij ging naar de Delflandsche School in Voorburg, later naar
de HBS aan de Stadhouderslaan in Den Haag. In de winter van 1916-1917 maakte
hij kennis met sneeuw en vorst, niet lang daarna stond hij op de schaatsen.
Vader Adriaan werd in de winter ernstig
ziek en werd opgenomen in de dr. Le Noblekliniek in Den Haag. Gelukkig herstelde
hij volledig en mocht weer naar Indië om te gaan werken. Al gauw ging hij
vooruit per s.s. Noorddam van de Holland Amerika Lijn. Het gezin zou later volgen.
De oorlog liep intussen naar zijn eind toe en het gezin dacht weer aan de terugkeer.
Godfried Abraham zat inmiddels volop in de puberfase. Hij was recalcitrant,
eigenwijs en ook sterk geïnteresseerd geraakt in de Russische Revolutie
en het bolsjewisme. Bij sommige leraren maakte hij zich niet geliefd. Uiteindelijk
besloot zijn moeder hem toch terug mee te nemen naar Indië. De woonplaats
werd Bandoeng waar Adriaan Schotel in de wijk Kebon Djamboe aan d Emmalaan 19
een huis had gevonden. Voor Godfried Abraham was de fase naar adolescentie begonnen.
Nieuwe interessen waren er in de vorm van jazz- en Hawaiianmuziek, maar ook
klassieke muziek. Hij zat in de redactie van het schoolblad Pandora
en was bestuurslid van HBS-vereniging Temesis.
Adolescentie: naar zee
Na de HBS ging de jonge Schotel in 1922 naar de Zeevaartschool in Tandjong Priok
om stuurman bij de koopvaardij te worden. Hij begon samen met een twintigtal
jongens van wie vooral Nederlanders en Indo's, een Soendanees, een Javaan en
Molukkers. De opleiding bevond zich op de s.s. Edi van de Gouvernements
Marine. Godfried Abraham voltooide in 1923 met succes de opleiding met het diploma
3de stuurman Grote Handelsvaart (GHV). Potentiële werkgevers waren de Koninklijke
Pakketvaart Maatschappij (KPM) en de Gouvernements Marine. Zijn vader adviseerde
hem naar Nederland te gaan om iets te vinden op de grote vaart. Hij kwam terecht
op het schip s.s. Hoogkerk en maakte daarop reizen naar Zuid-Europa
en Brits-Indië. In deze kolonie zag hij vele etnische groepen die de regio
kende; ook zag hij veel armoede onder de mensen. Maar daarnaast ook veel mooie
cultuurmonumenten in steden als Bombay, Karachi en Colombo. Ook kreeg hij kans
de Himalaya te aanschouwen. Dichter bij huis in steden als Antwerpen, Hamburg
leerde hij over de eigenheid van het nabije buitenland.

Godfried Abraham Schotel als jonge stuurman 3e klasse
der koopvaardij (1923)
Bron: persoonlijke
collectie Erven G.A. Schotel
Terug naar Indië
Toen hem vanuit Indië het nieuws bereikte dat zijn moeder ernstig ziek
was, hoefde Schotel niet lang na te denken naar haar toe te gaan. Hij nam ontslag
maar kon niet meteen afreizen omdat hij eerst een retourvaart naar Brits-Indië
moest uitdienen. De reis naar de Oost ging op bijzondere wijze: hij kon eerst
mee met een speciale vlucht per Fokker VIIA van Rotterdam naar Marseille. Directeur
Albert Plesman van de KLM en bevelhebber generaal Snijders duwden het toestel
persoonlijk de startbaan op. Piloot was mr. Groeneveld Meyer, voorzitter van
het Comité Vliegtocht Holland-Indië. Na deze vlucht ging
het per s.s. Indrapoera naar Tandjong Priok, waar hij op 16 juni 1926 arriveerde.
Verder naar volwassenheid
Het verloop van de ziekte van zijn moeder had geen goede afloop. Zij overleed
op 47-jarige leeftijd aan beenmergkanker. Eerder, in 1925 was vader's broer
Wim op Celebes door een amokmaker vermoord. En ook oom George was overleden,
aan een hartkwaal. Godfried Abraham Schotel kreeg dus te maken met veel leed
in directe familiekring. In het vinden van een nieuw, langdurig dienstverband
was hij aanvankelijk niet succesvol. Omdat hij weer stond ingeschreven als inwoner
van Nederlands-Indië werd hij ook nog eens opgeroepen voor nog niet vervulde
militaire dienstplicht. Hij had geluk en kwam bij de Automobiel Compagnie van
het 15e Bataljon in Bandoeng. Nu maakt hij het karakteristieke kazerneleven
in de kolonie mee. Zelf goed gehuisvest in eenpersoonskamers, zag hij ook hoe
Indische en inlandse militairen met hele gezinnen in even grote ruimten waren
gehuisvest. Er was een zogenaamde vrouwenloods waar werd gekookt en de was gedaan.
Een gepensioneerde militair was er de baas, geassisteerd door vrouwen van soldaten.
Schotel en zijn dienstmaten konder er terecht voor koffie, thee en kleine hapjes.
Het dienen in de compagnie was niet onprettig. De auto's die werden gebruikt
waren van oude Wichita's en later oude Studebakers; Amerikaanse merken die vóór
de Tweede Wereldoorlog erg bekend waren.
In zijn diensttijd leerde Schotel Han Vogel kennen en die later met zijn zuster
Ida zou trouwen, in die tijd 15 jaar oud. Een grote belevenis was de tocht over
geheel Java die de compagnie aflegde. Op deze manier leerden ze het eiland beter
kennen. De tocht eindigde in het Tenngergebergte, waar ze de vulkaan Bromo bereikten.
Plantersbestaan
Na het afzwaaien in april 1927 ging Schotel werken in de onderneming Branggah-Banaran
bij Wlingi, Oost-Java. Dit bedrijf was van Han Vogel's vader en het was een
rubberonderneming met koffie als tweede gewas. Het werd dus geen koopvaardij
meer; wel even spijtig maar zo kon hij ook hopleijk dichter bij vriendin Annie
van Hardeveld. Zij was een vriendin van zijn zus Ida en vijf jaar jonger dan
hij. Ze hadden elkaar leren kennen in Bandoeng. Maar na een ruzie met haar stiefvader
was ze tijdelijk naar Palembang gestuurd waar haar vader woonde.
Godfried Abraham mocht op het terrein van de onderneming een sienderan
of opzichterswoning bewonen. Het gebied was tamelijk geisoleerd van de dichter
bewoonde buitenwereld. Minder goed verkrijgbare producten als brood kwam uit
Blitar. Dagelijks deeed een pesoeratan (postloper) te paard met twee
grote blikken trommels de postronde. Het Javaanse personeel sprak alleen Javaans
en Maleis werd door Europees personeel gesproken. De avonden waren het moeilijkst
wanneer er niemand was om mee te praten en het erg stil en donker was. Toen
kwam het bericht dat vader Adriaan Schotel op 20 mei 1927 was overleden. Zijn
jongere broer Kees en zusje Ida en Nancy zouden bij tante Joh in huis worden
opgenomen. Schotel zou zijn oudste en volwassen zus Béa in afwachting
van haar huwelijk met Han Vogel, in huis nemen.
Het plantersbestaan was hard werken en lange dagen en weken maken. Schotel leerde
daardoor erg veel nieuwe vaardigheden en deed veel kennis op. Ook leerde hij
de Javaanse taal beter beheersen en kon meer en intensiever contact met de mensen
hebben. Hij kon zich beter inleven in de andere culturen en begrip opbrengen
voor de andere manieren van denken en doen. In zijn persoonlijke leven was de
gezondheid van zijn vriendin op afstand (want woonachtig bij Kediri) een bron
van zorg. Wat ze precies had, wisten de artsen niet te zeggen. Ze kwam vervolgens
terecht in een desa in de buurt van Soerabaja om zich onder behandeling te stellen
van een Chinese wonderdokter. Dat bracht niet het gewenste effect waarna ze
in de koele omgeving rond Tretes terechtkwam. Door een samenloop van nieuwe
ontwikkelingen ging Schotel de zorg dragen voor Annie, waarna ze besloten snel
te trouwen op 3 april 1928. Schotel's aanwezigheid op de onderneming werd echter
dringend gewenst en hij ging terug. Vriendin Annie van Hardeveld ging met haar
moeder naar Bandoeng, De echtelieden waren dus niet dicht bij elkaar. De drukte
op de onderneming nam hem dusdanig in beslag dat het verlangen naar bij elkaar
zijn, enigszins werd verdrongen. Godfried Abraham Schotel toont zich kwetsbaar
en open over die tijd, waarin hij de zorg voor zijn vriendin destijds te veel
zag als een romantische daad van zelfopoffering. In plaats van realistischer
te zijn over het perspectief van een normaal huwelijk en gezinsleven in geval
van een chronisch zieke vrouw die veel zorg nodig had en anderzijds een echtgenoot
die zijn loopbaan zeer serieus nam.
Schotel werd realistischer en maakte er het beste van. Mooi verhaal is de herinnering
aan een schaaksimultaan met wereldkampioen dr. Max Euwe, die en toer door Indië
maakte. Ook ging hij meer uit en maakte nieuwe kennissen. Grootste verandering
was het gaan werken bij de NV Afscheep- en Commissiezaak v/h Esser in Pasoeroean
per 1 december 1930. Vlak daarvoor ontving hij uit Amersfoort een brief van
vrouw Annie. In zijn gekrenktheid kon hij de brief niet op zijn merites zien
en legde deze terzijde. Niet lang daarna zou zij overlijden op 21 januari 1932.
De ziekte die zij had was mogelijk een soort leukemie.
Periode op Bali vanaf 1930
Na Pasoeroean volgde overplaatsing naar Bali. Hij was al meteen onder de indruk
en geboeid door de mensen en cultuur, die duidelijk anders waren dan op Java.
Zijn kantoor zat in Denpasar. De werkzaamheden waren voornamelijk het agentschap
voeren voor de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM) en het correspondentschap
voor de Nederlandsche Handels Maatschappij (NHM) en het autotransportbedrijf
leiden. Vrij snel deed Schotel veel nieuwe ervaringen en indrukken op. Zo organiseerde
het Balihotel van de KPM Balinese dansvoorstellingen. Hij zag de beroemde kebjardanser
I Mario op het hoogtepunt van zijn kunnen. Schotel maakte kennis met interessante
mensen als de Mexicaanse schilder Miguel Covarubias, de journalist en kunstcriticus
Jaap Houbolt en de schilder Rudolf Bonnet. Het werden vriendschappen voor het
leven.
De kennismaking met de Balinese cultuur, die opener, vrijmoediger en minder
ingehouden was dan de Javaanse deed Schotel beseffen hoe weinig hij eigenlijk
nog wist van de culturen en mentaliteiten in de kolonie. Maar hij wist deze
kennisachterstand snel in te halen.
Godfried Abraham Schotel maakte de opkomst van het toerisme mee, een geheel
nieuwe bedrijfstak op Bali. Aangetrokken door de combinatie van het exotische,
de libertaire sfeer en de schoonheid van de mensen en de natuur zag Bali een
ander type Westerlingen arriveren. Een aanzienlijk deel van hen was kunstenaar
zoals Rudolf Bonnet, maar er kwamen ook nieuwe talenten zoals Walter Spies.
Deze was een begenadigd schilder en musicus met een sterk kosmopolitische inslag.
Spies is een inspiratiebron geweest voor schrijfster Vicky Baum, bekend van
haar roman Liebe und Tod auf Bali (1937).
Nieuw geluk
Voor Godfried Abraham Schotel was de verhuizing naar Bali het begin van een
mooie en gelukkige periode in zijn leven. Naast de goede functie ontmoette hij
interessante mensen en genoot hij van mens en natuur van Bali. Maar het grootste
geluk was de ontmoeting met de Indische Pita Jacobs, die zijn partner zou worden.
Het was liefde op het eerste gezicht en Godfried Abraham was zo vaak hij kon
bij haar in Gjanjar. Zijn werkgever zag zijn trouwplannen niet zitten omdat
hij verlangde dat Schotel zich vooral op het bedrijf moest concentreren; het
was immers crisistijd. Maar het was een uitstel van korte duur en ze trouwden
op 24 oktober 1932 te Kloengkoeng. In 1934 volgde de geboorte van dochter Rita
en in oktober 1934 die van zoon Jouke.
Schotel had dus een gelukkige fase in zijn leven bereikt, ook al woedde de crisis
nog volop. Het deed geen afbreuk aan het goede leven op Bali. Interessante ontmoetingen
bleven er: niet onvermeld was de kennismaking met Charly Chaplin, met wie hij
zelfs nog een tennispartij speelde. De beroemd rijke Amerikaanse Barbara Hutton
zag hij toen ze te gast was bij Walter Spies.
Echtgenote Pita (eigenlijk Josephine Antoinette) rond
1930?
Bron: persoonlijke
collectie Erven G.A. Schotel
Naar Java en weer terug
op Bali
Naast de economische
crisis was er in 1934 de overplaatsing naar Banjoewangi op Java als een persoonlijke
tegenslag. Ondanks dat was er gelegenheid nog een vakantie van twee weken te
nemen. Met de auto trok het gezin naar Bandoeng en Batavia. Daarna hervatte
hij het werk en Schotel was belast met het prauwenveer dat vanuit Banjoewangi
overstak naar Bali. Hey veer vervoerde voornamelijk rubber, koffie, kopra, palmolie,
rijst en bananen (pisang ambon) voor Australië. Op een dag werden de salarissen
met 45% verlaagd in het kader van bezuinigingen. Het gezin Schotel moest een
financieel moeilijke periode doorkomen, maar zijn sterke huwelijk en gezinsleven
hielpen het de crisis door. Er zou nog een overplaatsing volgen naar Pasoeroean
voordat het gezin naar Bali terugkeerde in 1936. Het was als vanouds maar intussen
waren er wel veel bekenden naar elders vertrokken. Schotel werd geheel in beslag
genomen door zijn werk en gezin. In januari 1936 kregen ze een mooie grote woning
nabij de aloen-aloen in Denpasar.
Met veel plezier verhaalt Schotel over de soms excentrieke buitenlandse kunstenaars
die zich op Bali hadden gevestigd. Een nieuweling was de Belg Jean Le Mayeur
(de Mèrprès) die met zijn jeugdige vrouw Ni Njoman Pollok, die
later een bekende danseres werd, in Sanoer woonde. Een nieuwkomer was ook de
Zwitserse schilder Theo Meier. Een volgens Schotel merkwaardige figuur was de
Wit-Russische schilder Anatole Shister. De eerder genoemde Vicky Baum kwam hij
enkele keren weer tegen bij Walter Spies. Verder ontmoette hij de bekende Amerikaanse
antropologe Margarer Mead en haar Engelse vakgenote Claire Holt.
Het eind van de dertiger jaren: aan de
vooravond van de Tweede Wereldoorlog
De economische crisis loste zich
langzaam maar zeker op en Schotel en zijn gezin kropen uit het dal. In 1936
kwam het derde kind, zoon Johan Anton. Hoewel het met zijn werk goed ging, was
het inkomenspeil vergelijkbaar met dat 1930, terwijl de algemene kosten van
bestaan waren gestegen.
Alles leek weer zijn normale gang te gaan. Het toerisme naar Bali nam alleen
maar toe en bracht figuren uit alle windstreken. Het toch al kleurige leven
op Bali werd rijker geschakeerd met al die import van creativiteit. Toch pakten
zich nieuwe donkere wolken op de achtergrond samen. Japan was een oorlog tegen
en op Chinees grondgebied begonnen, maar dat leek ver weg. In Europa roerde
Hitler zich erg tot grote ongerustheid van Frankrijk en Engeland. In Nederlands-Indië
kreeg de NSB een flink aantal aanhangers en sypathisanten achter zich. Leider
Anton Mussert werd met enthousiasme ontvangen tijdens zijn bezoek aan Indië.
Schotel heeft dus echter ook oog voor de binnenlandse politieke gang van zaken
in Indië, maar schrijft er nogal afstandelijk over; hij oordeelt niet.
Zo vernemen we niets over de grotere repressie van de inlandse politieke beweging
die sinds het aantreden van Gouverneur-Generaal B.C. de Jonge in 1931 kenmerkend
was. Bijzonder onderwerp waarop Schotel ingaat is de intolerante en repressieve
houding van het Nederlands bestuur ten opzichte van homoseksuelen. Dit culmineerde
in de arrestatie van een groot aantal van hen in 1938. In december werden Walter
Spies en Jaap Houbolt gearresteerd. Schotel vond de houding van het bestuur
nogal hypocriet. Jarenlang was er geen enkele aandacht voor homoseksuelen, van
hun kennis en werk werd geprofiteerd en ineens waren ze tot paria's verklaard.
Naast arrestaties werden er personen ontslagen. Anderen hadden het kennelijk
zien aankomen en hadden Indië voortijdig verlaten. Jaap Houboly kreeg van
de autoriteiten gelegenheid met Schotel te praten over het beheren van de kunsthandel
tijdens zijn detentie. Schotel deed dat zonder aarzeling en bekende tegenover
Houbolt te hebben vermoed dat hij homoseksueel was.
Schotel beschrijft verder hoe aan het eind van
de dertiger jaren de Nederlandse aanwezigheid meer dan vanzelfsprekend leek.
De economische activiteiten namen weer toe, de werkgelegenheid steeg en ook
het inkomen weer. Symbolisch voor de Nederlandse glorie waren de jaarlijkse
zogenaamde Openbare Gehoren, de officiële ceremonie op de verjaardag
van koningin Wilhelmina op 31 augustus. Bestuurders vanaf de leidinggevende
rangen, ondernemers en militairen trokken hun galatenue aan om aan de plechtigheid
mee te doen in de pendopo (voorgalerij) van het huis van de resident
van Bali. Het Wilhelmus werd afgedraaid en de resident hield een toespraak.
Groot feest was er ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins
Bernhard in januari 1937. Het Nederlandse bestuur over Indië leek op zijn
hoogtepunt te zijn aangekomen.
Van reële ongerustheid in de kolonie was echter geen sprake. Totdat met
de invasie van Polen de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 was uitgebroken.
De gebeurtenissen daarna zijn welbekend. Persoonlijk
werd het gezin in oktober 1939 zwaar getroffen met het overlijden van oudste
kind Rita. Ze stierf aan de gevolgen van de complicaties van appendicitis en
buikvliesontsteking. Voordat de naderende oorlog dat zou doen, markeerde vooral
deze tragische gebeurtenis in het privéleven het einde van een gelukkige
periode en een historisch bewogen decennium.
Epiloog eerste deel
Godfried Abraham Schotel heeft met zijn nauwkeurige aantekeningen een
bijzonder beeld van binnenuit gegeven over de laatste dertig jaar van
Nederlands-Indië. In de memoires komen de grote geschiedenis en de persoonlijke
samen in een kleurrijk overzicht. Weliswaar met een voor die tijd normale afstandelijkheid,
weet hij intiemere details toch invoelbaar te maken. Voor jongere generaties
zou het zeker een levendig beeld weergeven over een geschiedenis die tot nu
toe en met name op dit microniveau, weinig bekend is. Voor de historicus is
Tussen Agoeng en Gedeh naast literatuur ook nog eens een bron uit de
historische periode zèlf. Een kritische kanttekening is dat de leesbaarheid
gediend zou zijn met de keuze voor een ander dan het gebruikte Copperplate Gothic
light in kapitaal. En een indeling in meer hoofdstukken, paragrafen en met aanduiding
van categorieën als historisch, economisch, natuur en volk, privéleven,
loopbaan en dergelijke zouden de chronologische indeling meer diepte hebben
gegeven alsmede meer duiding. Het boekwerk heeft het karakter van een verslaglegging,
voeg daarbij de afstandelijke manier van schrijven waardoor de lezer soms kan
verlangen naar ankerpunten of tussentijdse conclusies van beschouwende aard.
In het tweede deel zal de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog tot aan het definitieve
vertrek uit Indonesië worden behandeld.
Met dank aan de heer Jouke Schotel voor zijn opmerkingen.
Ga naar Tussen
Agoeng en Gedeh. Levensbeschrijving G.A. Schotel 1904-1983. Deel 2. Periode
Tweede Wereldoorlog tot repatriëring naar Nederland in 1958