Familieverhalen |
De landbouwkolonie Brassan
op Oost-Java
door
Humphrey de la Croix
Inleiding
Ben
Anthonio heeft eerder een bijdrage geleverd over kinderspelletjes uit voormalig
Nederlands-Indië. Daarnaast heeft hij als klein kind gewoond in de toenmalige
landbouwkolonie Brassan, gelegen op Oost-Java nabij Banyuwangi. Hoewel zijn
herinneringen voor een groot deel de impressies zijn van een jong kind, krijgen
we een beeld van een van de landbouwkolonies waarin een aantal Indo-Europeanen
een toekomst voor zichzelf zag weggelegd. Het onderwerp is bij veel Indo's niet
bekend, zéker bij jongere generaties. Ook publicaties zijn niet bekend.
Het verschijnsel landbouwkolonies voor Indo's
Deze beknopte inleiding geeft enige achtergrondinformatie geven over
het verschijnsel landbouwkolonie in voormalig Nederlands-Indië. Ideeën
en inititiatieven om Indo's landbouw te laten bedrijven kwamen voort uit het
Indo-Europees Verbond (IEV), de Indische beweging die zich sterk maakte voor
de belangen van de Indo-Europeaan. Door de sterke ontwikkeling van het inheems
nationalisme in de periode 1910 tot 1930 werd het Indo's duidelijk dat de Indonesische
volken sociaal en politiek zelfbewuster waren geworden. In de meest radicale
kringen was niets meer en minder dan de onafhankelijkheid van de Indonesische
volken de inzet. Voor de Nederlandse koloniale overheerser was er geen plek
in de toekomst weggelegd. De Indo-Europeanen werden gedwongen na te denken over
hun rol in een eventueel zelfstandig Indië. Wat zou hun positie kunnen
zijn in zo'n toekomst waarin de "inlandse" volkeren het voor het zeggen
zouden krijgen?
De volgelingen van Ernest Douwes Dekker en de Indische Partij zagen een toekomstig
Indonesië waarin de Indo-Europeaan samen met de Indonesiërs zouden
optrekken. Dus los van de Nederlanders. Het IEV was een gematigde en defensiever
ingestelde beweging die met name de "concurrerende" positie van beter
opgeleide Indonesiërs vreesde. Het was sinds de jaren twintig van de vorige
eeuw al merkbaar dat "Europese" banen niet exclusief meer werden ingevuld
door totoks en Indo's. In leger en binnenlands bestuur kwamen er steeds meer
Indonesiërs te werken. Weliswaar nog het meest in de lagere rangen en banen,
maar onmiskenbaar aanwezig. De Indo was van oudsher al erg afhankelijk van de
banen in midden- en lager kader bij het Binnenlands Bestuur. Het was dus noodzakelijk
geworden te zoeken naar andere economische sectoren, waarin de Indo's stabiele
werkkringen konden vinden.
Streven naar een Indoboerenstand
De wens om grond te bezitten en te exploiteren was niet nieuw. De achtergrond
hiervan was dat in toenemende mate eer groep was ontstaan van arme Indo's. In
de negentiende eeuw werd het streven naar grondbezit voor Indo's en Europeanen
in het algemeen, echter een flinke klap toegebracht met de Agrarische Wet. Het
was Indo's niet toegestaan grond te bezitten. Toch trok een aantal Indo's zich
hier niets van aan en verbouwden in deelpacht land van inheemsen. Met name was
dat in Oost-Java het geval. Het Gouvernement handhaafde ten slotte strikt en
onteigende de grond. Het vergrootte wederom een gevoel van achterstelling van
de Indo ten opzichte van de inlander. Dit verbod op grondbezit of vervreemdingsverbod
gold niet voor Nieuw-Guinea. Reden was eenvoudigweg dat het gebied door de afstand,
het isolement en de weinige kennis ervan geen aandacht kreeg. Zo ontstond het
idee om Nieuw-Guinea te verklaren tot het nieuwe thuisland van de Indo. De aanzet
tot het idee kwam van A. Th. Schalk, IEV-bestuurslid van de afdeling Banjoewangi.
Zelf was hij een van degenen van wie de grond was onteigend. Het hoofdbestuur
van het IEV vond zijn plannen echter niet realistisch en bovendien een zwaktebod.
Uitwijken naar Nieuw-Guinea kon worden uitgelegd als het falen van de Indo's
zich op Java te handhaven. Ondanks de kritiek was het Nieuw-Guinea-idee niet
meer te negeren. Schalk ging door met het uitwerken van zijn ideeën om
een heuse volksplanting te starten op Nieuw-Guinea. Vanaf 1929 gingen er daadwerkelijk
Indo's heen, maar deze pioniers slaagden er niet in een boerenbedrijf te ontwikkelen.
Project
De Giesting, Zuid-Sumatra
Met steun van het Gouvernement werd er op Zuid-Sumatra ook een landbouwkolonie
gesticht, de Giesting. Het IEV kreeg in 1925 de toezegging dat een gebied van
maximaal 5000 bouw beschikbaar kwa, evenals een krediet van 100.000 gulden.
Binnen de Indogemeenschap was er al meteen veel belangstelling. In 1926 vertrokken
de eerste nieuwe, "indoboeren". Hoewel er veel fondsen bij elkaar
werden gevonden, de pachtprijs laag werd gehouden, er basisvoorzieningen waren
als een school, medische post en winkeltjes was de startfase niet succesvol.
Bovendien woonden er door de strenge toelatingseisen de eerste drie jaar slechts
een 24-tal gezinnen op de onderneming. De uite de hand lopende kosten betekenden
de nekslag voor het project. Het imago van De Giesting verslechterde in rap
tempo. Het IEV wilde dit niet onderkennen omdat het nu eenmaal om een paradepaardje
ging. Al met al was het een mislukking geworden.
Brassan en Kesilir, Oost-Java
Ondanks het fiasco van De Giesting, geloofde het IEV in een agrarische toekomst
voor de Indo's. Meer landbouwkolonies werden opgericht. Op de zuidoost punt
van Java bij Kesilir en nabij Banyuwangi te Brassan, waar Ben Anthonio zijn
jonge jeugdjaren doorbracht. Beide projecten werden geen succes. Tragisch is
dat de Japanners in 1944 de Indo's dwongen om op deze complexen te gaan werken.
De reden was dat ze zonder succes een beroep deden op hun in wezen Aziatische
aard. De schrijver Willem Walraven is in Kesilir tewerkgesteld en er overleden.
Over Brassan is minder bekend, maar dankzij Ben Anthonio weten we nu meer over
het complex.
Het artikel van Ben Anthonio ontsluiert informatie over de landbouwkolonie Brassan; over dit complex is amper gepubliceerd. Klik hier (PDF-bestand opent in nieuw venster).
| Om het PDF bestand te kunnen openen heeft u Adobe Reader nodig. Deze software kunt u hier gratis downloaden. |
Bron
Persoonlijke notities van Ben
Anthonio.
Webreferenties
www.nationaalarchief.nl
Stukken betreffende de Nederlandse kleinlandbouwers in de Brassan-kolonie
in Zuid-Banjuwangi 1950-1952. Een beschrijving van deze documenten.
www.onzeplek.nl
Ingezonden bijdrage van Ben Anthonio over o.a. zijn verblijf in Brassan. Deze
informatie maakt ook deel uit van de publicatie
op deze site.
http:ccindex.kit.nl
Fotocollectie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Collectie foto's
waarvan in ieder geval één van de landbouwkolonie Brassan, gemaakt
1936.
Literatuur
Hans Meijer, In Indië geworteld.
De twintigste eeuw, Amsterdam 2004.