Familieverhalen

De geschiedenis wordt levend
We bedoelen met familiegeschiedenis niet de genealogie of stamboomonderzoek. Natúúrlijk zijn (de laatste tijd vooral ook jonge) Indische mensen erg nieuwsgierig naar de herkomst van hun familie. Maar een stamboom gaat pas echt leven wanneer er ook verhalen uit de familiegeschiedenis bijkomen. En omdat IndischHistorisch.nl heel eigentijds u vanuit het internet bedient, wordt die geschiedenis nog levendiger door beeld en geluidsmateriaal.
Wij kunnen uw familiegeschiedenis als een mooi, beeldend verhaal publiceren op deze website. De verdeling tussen de verhaaltekst en het beeld- of geluidsmateriaal is bij voorkeur 50%-50%.

Uit de twintigste en misschien ook uit de negentiende eeuw
IndischHistorisch.nl doet daarnaast nog meer: we zullen uw familiegeschiedenis plaatsen in het grotere geheel van de algemeen historische feiten en gebeurtenissen.
Alle verhalen zijn welkom. Maar het zou mooi zijn wanneer het in een lange periode speelt. We hopen op verhalen uit de negentiende eeuw. Al zouden foto’s uit die tijd wel erg mooi zijn om te publiceren. De voor historici jonge periode vanaf 1950 tot heden heeft onze sterke interesse omdat wij als redactie een deel van die periode van Indische inburgering zelf hebben meegemaakt. Inmiddels is het al een halve eeuw geleden dat de Indische Nederlanders massaal als migranten naar Nederland vertrokken.

Maar hebt u verhalen over uw afkomst en familie die veel verder teruggaat dan de laatste halve eeuw, dan is die informatie uiteraard van harte welkom. Samen met u proberen we geleidelijk Indische geschiedenissen van meer dan 300 jaar in beeld te brengen.
Een goed voorbeeld van een familiegeschiedenis is: www.haase-online.tk

U kunt met ons contact opnemen door te mailen naar info@indischhistorisch.nl of via het contactformulier

Eerder gepubliceerd onder het thema 'Familieverhalen':

Het gezin Kayser in de Huissensestraat in Arnhem (november 2007)
De stamboom van vaderszijde van Ron Tempel (november 2007)
Nono Wardenaar, een veelzijdig talent, kunstenaar en organisator (november 2007)
Tussen Agoeng en Gedeh. Levensbeschrijving G.A. Schotel 1904-1983.
Deel 1. Periode 1904 tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog .

Tussen Agoeng en Gedeh. Levensbeschrijving G.A. Schotel 1904-1983.
Deel 2. Periode Tweede Wereldoorlog tot repatriëring naar Nederland in 1958.

Herinneringen aan Brassan (Ben Anthonio) (februari 2009)
Het droomproject van Nono Wardenaar (mei 2009)
Armeniërs in Indië (1): een kleine en succesvolle bevolkingsgroep (november 2009)

Verhalen uit de familiegeschiedenis


Het gezin Kayser in de Huissensestraat in Arnhem

Na de aankomst in Nederland in 1954 van de familie Kayser kwamen zij te wonen in het contractpension ‘Hotel de Zijpenberg’ bij het dorp de Steeg, in de buurt van het Gelderse Dieren. Hoewel het er best gezellig was, woonde de familie niet ruim en was men blij in 1956 te kunnen overgaan naar een echte woning. Het gezin Kayser bestond toen uit vader en moeder Kayser die 29 en 31 jaar waren en hun drie kinderen Jack, 8 jaar, Denny, 5 jaar en Peggy, 3 jaar.
Later is het gezin Kayser nog naar verschillende andere adressen in Arnhem verhuisd. Ook oma Bauwens (de moeder van mevrouw Kayser) heeft altijd bij het gezin ingewoond.

In 1960 werd Robin geboren.

Het echtpaar Kayser, 81 en 83 jaar oud, woont tegenwoordig in de wijk Kronenburg en heeft het beeld van de geschiedenis van de Huissensestraat weer tot leven gebracht.

De gemeente Arnhem bouwde in de jaren in Malburgen, de eerste uitbreidingswijk van Arnhem ten zuiden van de Rijn. De meeste woningen waren huurwoningen in de sociale klasse. Centraal in Malburgen, een zijstraat van de Nijmeegseweg was de Huissensestraat, die afbuigt naar het zuiden naar de Huissensedijk en uiteindelijk naar het dorp Huissen loopt. Aan het begin van de straat stond Hotel-Zuid. Daar werden feesten, partijen en voorstellingen gehouden.
De toekomstige bewoners wisten dat ze daar kwamen te wonen en gingen tijdens de bouw al een kijkje nemen. Aan de noordkant van de Huissensestraat stonden drie woonblokken met flats van vier verdiepingen met een stenen trap. Aan de overkant van de straat stonden eensgezinswoningen.

Uiteindelijk kwamen er voornamelijk Indische gezinnen te wonen, 95 % van de bewoners was Indisch. De meeste bewoners vonden het prettig bij elkaar te wonen. De kinderen hadden veel Indische vriendjes om mee te spelen. Met Oud en Nieuw werd er gezamenlijk vuurwerk afgestoken dat van boom tot boom werd opgehangen (rentengan geheten).
Vader Kayser richtte samen met enkele andere Indische vaders een badmintonvereniging op. De naam was Arma, dat stond voor Arnhem en Malburgen. In deze zeer populaire club hebben enkele toekomstige talenten gespeeld. Denny Kayser was in 1968 Nederlands jeugdkampioen. Ook Franklin van Rhoon en Richard Pal speelden op topniveau en kwamen allen bij Arma vandaan.

De flat in de Huissensestraat had drie slaapkamers. Voor de inrichting van de woningen werd door de gemeente een budget toegekend dat deels moest worden terugbetaald. Zo kon het gebeuren dat in de verschillende huiskamers een ongeveer gelijk bankstel werd aangetroffen, omdat iedereen meubels kocht bij de door de gemeente aanbevolen winkels. De familie Kayser was het eerste gezin met televisie, waardoor net zoals in Nederlandse gezinnen in die tijd, vele vriendjes en vriendinnetjes het kinderprogramma op tv bij hen kwamen kijken.

Het echtpaar Kayser woonde er met het eigen gezin dat vanaf 1960 was uitgebreid met zoon Robin en met de moeder van mevrouw Kayser, samen zeven personen. Vader Kayser had vrij snel werk gevonden bij de ABN in de Bakkerstraat in Arnhem, die toen nog Nederlandse Handelmaatschappij heette. Mevrouw Kayser werkte ook. Zij had het erg naar haar zin bij uitgeverij Slaterus. Buitenhuis werken was toen nog niet algemeen voor moeders van gezinnen. Veel mannen deden (productie)werk bij AKZO en later bij de Postcheque- en Girodienst.
Na een paar jaar kon de familie Kayser verhuizen naar een grotere woning in Arnnhem-Noord (Presikhaaf). Later verhuisde het gezin weer terug naar Arnhem-Zuid naar de nieuwbouwwijk " ’t Duifje”.

Enkele namen van buren en bewoners uit de straat zijn: familie Gabriël (die aan hetzelfde trappenhuis woonde), familie de Batz, familie Emmerik, familie Etty, familie Swart, familie Hoekwater, familie Stekkinger. Wij hopen het verhaal van de Indische bewoners van de Huissensestraat in Arnhem voort te zetten.


De stamboom van vaderszijde van Ron Tempel

Ron Tempel heeft Indisch bloed via zijn zijn oma Gesina Witmond. Als kleine jongen van zes jaar was hij al geboeid door de foto van opa Theo Tempel in KNIL-uniform. Hij hoorde dat zijn vader Jan op de jonge leeftijd van vijf jaar zijn eigen vader had verloren. Grootvader is maar 36 jaar geworden, hij leefde van 1907 tot 1943.

Archieven en brieven
Deze gebeurtenissen vormden de aanleiding om diepgaand familie-onderzoek te doen. Tijdens zijn studententijd ging hij de archieven bezoeken van het Nijmeegs Gemeentearchief, het Gelders Archief, die van het Nationaal Archief (toen nog Algemeen Rijksarchief), het NIOD en in Duitse Archieven. En hij correspondeerde met allerlei instanties of bezocht hen. Hij heeft uitgebreid onderzoek gedaan tot in Thailand en Indonesië. Het werd zijn hobby. Hij wilde voor zijn vader de gangen van zijn grootvader nagaan. Ron legde zijn speurtocht naar het Indische verleden van Theo Tempel vast in plakboeken. Ook verzamelde hij zoveel mogelijk documenten.

Het graf van grootvader Tempel is nooit gevonden
Grootvader Tempel kwam in 1928 naar Nederlands-Indië. Hij was brigadier en woonde hij in de kazerne in Cimahi. Na zijn huwelijk met Gesina Witmond woonde het paar in een eenvoudige klasse G-woning. Ze kregen twee zoons, Chris in 1936, Jan, de vader van Ron in 1937 en in 1938 zijn tante. Grootvader verdiende toen nog niet veel en ze hadden het niet zo gemakkelijk.
Grootvader werd in 1942 krijgsgevangen genomen door ”de Jap” en aan de Birma-spoorlijn te werk gesteld. Hij overleed in juli 1943. Daar heeft hij veel onderzoek naar gedaan en veel documenten over verzameld. Ron: "Ik weet er het fijne nog niet van, want zijn graf is nooit teruggevonden. Mijn oma kreeg het te horen door een Rode Kruiskaartje, ergens rond september 1945, terwijl ze zelf met de kinderen in een jappenkamp zat. Mijn oma heeft het kamp overleefd door de zorg om haar kinderen en vanwege haar christelijk geloof. Mijn oma ontving in het kamp steun van een evangeliste en zij nam haar geloof aan, de kerk van de Zevende-Dags Adventisten.".

Van de SAIP (Stichting Administratie Indische Pensioenen) heeft Ron overzichten van het loon van zijn opa gekregen. Op de pensioen-kaart is elk jaar zijn rang en het loon bijgehouden. Zijn hele staat van dienst is te zien. Later werd opa sergeant-majoor. In de rang van instructeur ving hij nieuwe lichtingen KNIL-lers op die uit Holland arriveerden. Hij leidde jongens van negentien en twintig jaar van de Koloniale Reserve op die fris van de Prins Hendrik-kazerne uit Nijmegen kwamen. Ze kregen een opleiding van enkele maanden.
Ron heeft brieven ontvangen van mensen die zijn opa hebben gekend als instructeur of collega. Ze hebben wat karakteristieken van mijn grootvader opgeschreven. Via Bronbeek in Arnhem leerde hij een collega van zijn opa kennen. Helaas is hij overleden. "Anderen met wie ik heb geschreven, zijn ook al overleden, onder andere een in Australië en een man in Vught. De meeste van die mannen gaan nou allemaal dood.".
Hij was net op tijd: "Ik ben in 1975 geboren, dus ik moest er echt rap bij zijn. Ik heb advertenties gezet en oproepen gedaan in veteranenbladen als Madjoe en Stabelan. Die blaadjes gaan ook ter ziele omdat die veteranen die erin schreven, nu ook zijn overleden.".


Intro Nono Wardenaar (door Humphrey de la Croix)
Het was 1986 en eerlijk gezegd was ik pas als jonge twintiger begonnen met kennis te nemen van de Indische geschiedenis en mijn Indische wortels. Op een zondag zag ik in de Nijmeegse Zondagskrant het artikel over Nono Wardenaar. Een Indo die van plan was de geschiedenis van de Indo’s te schrijven. Deze man gaat doen wat ik eigenlijk ook wil, dacht ik toen. Maar tot een contact met hem is het nooit gekomen. Twintig jaar later in 2006 kwam ik via Nono’s dochter Patty te weten dat haar vader in 2002 was overleden. Ik wist meteen wie hij was, maar bedacht tegelijkertijd dat mij geen geschiedenisboek of andere uiting van Nono Wardenaar bekend was van na 1986.
Maar nu blijkt hij enorm veel werk verzet te hebben. Hij heeft toch een boek geschreven en blijkt een indrukwekkend aantal interviews met Indo’s te hebben vastgelegd. Uniek materiaal van een vroege chroniqueur van de Indische geschiedenis na Indië. Pieke Hooghoff zal in meerdere afleveringen het verhaal vertellen van deze pionier. Hieronder het eerste deel.

Artikel over Nono Wardenaar (Nijmeegse Zondagskrant 1985)


Nono Wardenaar, een veelzijdig talent, kunstenaar en organisator
De Indische Nijmegenaar Nono Wardenaar was een veelzijdig idealist. Hij was heel actief als promotor van de waardering van de oudere Indische Nederlander, schrijver én muzikant. Het is bijna merkwaardig dat hij buiten de regio Gelderland niet bekender is geworden. Naast deze activiteiten werkte hij bij Hyster (fabrikant van vorkheftrucks) in Nijmegen.
Hij was ook een groot organisator. Hij richtte twee Indische verenigingen op die dansavonden en pasar malam’s organiseren, Soerobojo en Indo-Inn. Zij bestaan nog steeds en vormen met o.a. SARI het Platform Indische Organisaties Nijmegen (PION). Mede dankzij PION kent Nijmegen sinds 2006 op 14 augustus de herdenking van Indische gevallenen van de oorlog. Zie: http://www.homepages.hetnet.nl/~indo_inn/
geschiedenis/history.html

Nono Wardenaar (zittend) temidden van collega’s bij Hyster



Jozef ( Nono) Wardenaar was geboren op 19 september 1935 te Sependjang in Nederlands Indië en overleed in 2002 op 67 jarige leeftijd in Nijmegen. Tijdens de oorlog zat hij met zijn familie gevangen in Jappenkampen. Zijn ouders kwamen in 1952 naar Nederland met drie van hun vijf kinderen en grootmoeder. Twee zussen van Nono bleven in Indonesië. Nono trouwde met Joyce Post en het paar kreeg 6 kinderen.
Zijn dochter Patty stimuleerde en begeleidde hij bij haar zangcarrière.



Tekening van dochter Patty Wardenaar


De droom die langzaam van ons scheidt.

Nono beschikte over een enorme energie en gedrevenheid. Dat leidde ertoe dat hij in 1985 rond zijn vijftigste verjaardag een filmproductie realiseerde. Tegelijkertijd bracht hij een boek uit met zelfgemaakte tekeningen, dat op zijn vijftigste verjaardag uitkwam. Bovendien was het veertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa.
Met de film wil hij laten zien door welke bril de Indische Nederlander ons land ziet, en wie hij is. Voor zijn videoproductie nam Nono Wardenaar tientallen interviews af. In totaal tachtig videobanden vol, met de verhalen van drie generaties Indische Nederlanders. Vooral de interviews van de eerste generatie zijn belangrijk, omdat veel geïnterviewden niet meer leven. Tijdens de productie heeft Wardenaar met dr. Lou de Jong over zijn werk gesproken. De film is een co-productie van de Stichting Or-Mupro en het ROC Interstudie in Nijmegen. Melle van de Velde schreef in een artikel in de Gelderlander van september 1985:
“Nono vertelde: De eerste generatie blijkt nog vol heimwee naar Indië te zitten. De tweede generatie zou je de berustende generatie kunnen noemen. En de derde generatie is vrijwel geheel Nederlands opgevoed en beschouwt zich als Nederlander." Nono zag dat het beeld van Indië voor de derde generatie langzaam aan het vervagen is. Dat is de reden waarom hij zijn videofilm de titel meegaf: De droom die langzaam van ons scheidt.

images/familieverhalen_nono_wardenaar5.jpg
Omslag boek:
De droom die langzaam van ons scheidt
Pagina uit het boek:
De droom die langzaam van ons scheidt

IndischHistorisch.nl wil meer aandacht besteden aan Nono Wardenaar, zijn teksten, zijn tekeningen en zijn films. Fragmenten van zijn nog steeds boeiende film uit 1985 willen wij op de website gaan tonen. Het videomateriaal zal overgezet worden op DVD en vormt een uniek archief mondelinge geschiedenis.


Pieke Hooghoff (november 2007)