Dick de Hoog
(1881-1939)
Dick de Hoog was een kind van een Nederlandse vader en Indische moeder. Na de
HBS te hebben doorlopen had hij verschillende banen. Waar hij uiteindelijk terecht
kwam was bij het Indo-Europees Verbond en werd er de leider van. De Hoog was bevlogen
en charismatisch. Hij was voorzitter van het IEV ook lid van de Volksraad, een
soort parlement van Indië.
Citaat van historicus Hans Meijer:
“Binnen het IEV werd De Hoog gezien als het voorbeeld van een 'Indischman'
van eenvoudige afkomst die het vooroordeel logenstrafte dat deze door zijn indolentie
tot niets in staat was. De Hoog liet de Indo geloven in zijn eigen kracht en deed
hem vertrouwen op zijn eigen kwaliteiten. Binnen het IEV was men trots op zijn
'Indo-generaal' en werd hij op handen gedragen. Gedichten, marsen en andere lofliederen
werden aan hem gewijd, plaquettes en schilderijen van hem vervaardigd, een nijverheidsschool
naar hem vernoemd in 1934. Deze verering had De Hoog in belangrijke mate te danken
aan zijn markante, charismatische persoonlijkheid. Hoewel zakelijk en vastberaden
in zijn optreden, was hij een gemakkelijk benaderbare, beminnelijke man. De laatstgenoemde
eigenschap kwam ook tot uiting in zijn gezette postuur: 'Dikke Dicky' luidde zijn
bijnaam.
De heterogene sociale samenstelling van de Indo-europese groep dwong De Hoog te
ijveren voor een grote mate van onderlinge solidariteit. Wilde het IEV iets voor
de Indische emancipatie kunnen betekenen, dan diende men, zo redeneerde hij, de
rijen te sluiten. De Hoog was de spil van en de bindende kracht binnen het Verbond.
Hoewel hij onmiskenbaar tot de elite behoorde - hij was grootmeester van de vrijmetselarij
en bewoonde een riante villa in Bandoeng - wist De Hoog zich goed in te leven
in de noden van de kleine Indo en had hij onmiskenbaar een gevoelsverwantschap
met hen. Hierdoor was hij als geen ander in staat de sociale kloof te overbruggen
tussen de kleine 'bung' enerzijds en de veelal uit gegoede kringen afkomstige,
gestudeerde IEV-voormannen en overige Indische notabelen anderzijds.”
Conclusie Meijer: weinig politiek voor elkaar gekregen
“Ondanks zijn vele verdiensten heeft Dick de Hoog weinig tot stand weten
te brengen. Hoewel hij het IEV groot maakte, slaagde hij er niet in de Indo- europeanen
uit hun sociale beklemming te bevrijden en hun een toekomst met perspectief te
bieden. In het licht van de voortschrijdende emancipatie van de inheemse bevolking
en de onontkoombare onafhankelijkheid van de kolonie waren principiële keuzes
noodzakelijk. De Hoog vermeed die. Doordat hij het Indonesisch nationalisme niet
tegemoetkwam, zou de Indische gemeenschap allengs in een steeds benarder positie
geraken. Welbeschouwd had De Hoog te weinig oog voor de geest van de tijd, verzette
hij niet tijdig de bakens en bezat hij per saldo toch niet de staatsmanscapaciteiten
die hem bij zijn leven werden toegedicht.”
Bron: Hans Meijer,
In Indië geworteld. De 20ste eeuw, Amsterdam 2004. Uitgave Bert
Bakker. ISBN 9035126173.
Hans Meijer, in Biografisch Woordenboek van Nederland.
Webreferentie: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn6/hoog